KERKEWERK?
Opnieuw wordt door de leiding een beroep gedaan op de gemeenten om een Paascollecte bijeen te brengen voor het Kerkewerk. In Woord en Dienst van 14 Maart '53 wordt zelfs gesproken van : Paas-collecte-feest. De schrijver van dat artikel memoreert de cijfers van '50- '51-'52, die op een achteruitgang wijzen en is van mening, dat men er geen bedelpartij van moet maken. Hij zegt, dat de gemeente het bedelen moe is. Haar moet bijgebracht worden, dat deze collecte een feest is.
Wat die moeheid betreft, daarmede kunnen wij het niet eens zijn. Waar waarachtig geestelijk leven klopt, daar dringt de liefde tot de werken des geloofs.
Veelmeer verdiende het aanbeveling, dat de leiding zich rekenschap gaf van de feiten, die er op wijzen kunnen, dat het niet goed gaat in de kerk.
Zij kon daarin aanleiding vinden om zich af te vragen, of de collecte-peilschaal misschien ook op een daling der belangstelling en op geestelijke achteruitgang kan wijzen, of de , , nieuwe koers" wellicht van onjuiste onderstellingen is uitgegaan, die met het waarachtig leven der kerk niet in overeenstemming kunnen zijn.
Die aanleiding is er ook buiten het aangevoerde verschijnsel.
De , , kerk moet weer kerk" zijn, zo klonk de leuze, maar de zorg voor de plaatselijke gemeente wordt zelfs opzettelijk achtergesteld bij een onschriftuurlijk opgevat , , apostolaat".
In stede van de nadruk te leggen op de dienst des Woords in de prediking — en dan uit de aard der zaak de echte kerkelijke prediking — stelt men zich een gesprekskerk voor, hetgeen zeer misplaatst is, want ieder kan gevoelen dat dit met aard en wezen der kerk in strijd is, omdat de kerk allereerst geloofsgemeenschap is.
De opvatting van het apostolaat, die men huldigt, onder het motto , , dienst aan de wereld", maakt niet alleen de kerk tot een — zelfs slechts voorbijgaande — functie, maar zij ondergraaft ook de werkelijk dragende kracht ener echt Bijbelse zending, welke de levende gemeente van Christus daarvoor biedt. Denk slechts aan Antiochië en de zending van Paulus. En wat het motto , , dienst aan de wereld" betreft, mogen wij herinneren aan het woord des Heeren : , , Ik bid niet voor de wereld. Ik bid voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt." (Joh. 17 : 9).
Dit woord des Heeren kan geenszins in strijd zijn met Zijn zendingsbevel, maar , , een dienst aan de wereld" op de basis van een naar de smaak zijner verdedigers verbasterd Evangelie wordt daardoor toch wel heel duidelijk als een ijdelmanswerk aan teleurstelling en onvruchtbaarheid prijsgegeven.
Waar is de gehoorzaamheid aan de H. Schrift in zovele stemmen, die zelfs van officiële kerkelijke zijde gehoord kunnen worden, welke klaar en duidelijk alle onzekerheid en twijfelzucht van de van het Christelijk geloof vervallen moderne mens overnemen en naprevelen, alsof het werkelijk iets te maken had met het „kerk-zijn" !
Met de roeping der kerk om een pilaar en vastigheid te zijn in de branding des levens heeft dat althans niets gemeen.
De in zijn hoogmoed verslagen mens van onze eeuw — indien hij ook maar verslagen is, hij spreekt er echter zelf van — schijnt soms terug te keren tot de meest primitieve vraagstellingen ten aanzien van levensvragen, waarover de Godsopenbaring haar licht heeft laten opgaan en waarin de kerk der eeuwen zich verheugt.
Waar is nu de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, waar is het geloof, dat spreekt van gemeenschap met de belijdenis der vaderen, waar is de pilaar der vastigheid, als degenen, die voorgangers der gemeente moesten zijn, wegzinken in de scepsis van een in zich zelf teleurgestelde wereld?
Zulk een aanpassing kan evenmin nut hebben als de wijze, waarop sommigen allerlei middelen aanwenden om de , , buitenkerkelijken" beter te bereiken, naar zij menen. Ook deze mensen verwachten nu eenmaal van de kerk wat anders en zijn daarvan op de duur niet gediend.
De kerk moet de taal van de kerk spreken en een getuige zijn van de Waarheid, welke haar is toebetrouwd.
Alleen zó kan kerkewerk kerkewerk zijn en de zegen des Heeren verwachten, doch als het alleen maar twijfel en onzekerheid zaait aangaande de dingen die voor de Schriftgelovige boven alle twijfel verheven zijn, kan daarvan geen goede vrucht voor het kerkelijk leven worden verwacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's