De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal
door J. W. OOMS
, , Ik weet het niet. Maar ik geloof het niet, Bart. 't Keind is gelukkig nooit zo bar jongensgek geweest en ik geloof niet, dat ze haar meisjeseer gauw te grabbel zal gooien."
, , Maar dan moet het weer aan komen met Arend, " zei Bart beslist. „En dat moet je haar dan maar gauw zeggen, vrouw." Vrouw Kooijman zuchtte.
, , Dat is wèl gezeid, Bart. Maar je kan een meidjeshart ontaard moeilijk dwingen. Martijntje heeft de jaren, toekomende maand zal ze twee en twintig worden, als God haar 't leven geeft."
, , Maar in zaken van vrijen en trouwen heeft ze raad nodig. Een ouwer mag z'n keind niet laten in volle vrijheid. We hebben een plicht, Neeltje. 't Is onze taak, om Martijntje goed weg te laten komen in het leven."
, , Ja... . we moeten alles proberen om haar geluk te geven. .. . Voor zover geluk het deel kan zijn van een sterfelijk mens, waar ? "
Bart knikte, daarna zei hij langzaam ; , , En daarom moeten wij haar onderhanden nemen. Wij gaan niet vrijuit, als ze een verkering afmaakt. Heugt het jou niet meer, dat we samen het formulier hebben gelezen, toen ik als ouderling bevestigd zou worden ? "
, , Vast, wel, Bart. En ik weet wel, wat je zeggen wil. Wij als ouwers kunnen ons meidje wel raaien, maar we kunnen het in deze dingen toch niet dwingen, waar ? "
, , Dat is ook mijn bedoeling niet, Neeltje. Dwingen is een lelijk woord, het smaakt bitter in de mond. Maar we moeten Martijntje er toch wel op wijzen, dat Arend zo'n goeie man voor haar zou zijn. Ja, dat moet je haar zeggen Jij kan dat beter doen dan ik, Neeltje. Een moeder kan zulke dingen beter bepraten dan een vader. Maar je moet haar wel zeggen, dat ik er slecht over te spreken ben, dat ze 't met Arend uitgemaakt heeft."
Dat deed moeder Kooijman ook. De volgende ochtend sprak zij er met haar dochter over.
Martijntje werd vuurrood, toen moeder er over begon, maar ze zei eerlijk, dat ze geen zin meer had in Arend Langerak.
, , 't Is een beste jongen", erkende ze. , , En tóch Arend en ik passen niet bij elkaar, moeder".
Hoe vrouw Kooijman ook praatte, Martijntje was niet tot andere gedachten te brengen. Ook niet, toen moeder zei, dat vader er zo bar confuus van was dat zij Arend heengezonden had. Maar wèl vreesde Martijntje toen, dat vader er haar ook over aanspreken zou. Vader was zo heel anders dan moeder, hij was soms zo stug en driest in zijn woorden; daar was Martijntje bang voor.
Het kwam uit, zoals zij gedacht had. Twee dagen lang sprak vader hoegenaamd geen woord tegen haar. Maar nadien trof hij haar alleen aan in het grote, schemerige achterhuis van de boerderij en toen begon hij er over.
, , 'k Heb van moeder gehoord, dat jij blijft volharden, " zei hij somber. , , Dat je Arend Langerak niet meer hebben wil."
Martijntje gaf geen antwoord, maar haar handen begonnen te beven.
, , Heb jij er ooit aan gedacht, dat je niet lichtvaardig een verkering verbreken mag ? "
, , Ik heb het niet lichtvaardig gedaan, vader", zei ze toen. „'k Heb er echt goed en lang over nagedacht."
, , Arend is een beste jongen."
, , Ja, vader, " stemde ze in. „Maar Arend en ik passen niet bij elkaar."
, , Dat is lichtvaardig gezegd, Martijntje."
No. 8
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's