KERKELIJK DENKEN
Begint het eindelijk door te werken ? zou men geneigd zijn te vragen, als men het protest van de Secretaris der Confessionele Vereniging in haar orgaan d.d. 2 lezer leest tegen een artikel van dr. Bolkestein over de verzoening, , , dat niet onweersproken mag blijven", zoals ds. Groenewoud er aan toevoegt en o.i. terecht.
Dr. Bolkestein behoort klaarblijkelijk tot de , , nieuwe-koers-mensen", die onderstellen, dat particuliere meningen van theologen op één lijn met de belijdenis mogen staan, of zelfs voortreffelijker gelding hebben. Hij ziet in „Fundamenten en Perspectieven" een voorbereiding tot een nieuw-belijden en hij schijnt zelf reeds verder te zijn, want hij spreekt van , , de oude formuleringen" der belijdenisgeschriften, als hadden deze afgedaan, en schijnt er zich haast over te beklagen, dat die oude formuleringen ook , , thans nog vele verdedigers ; vinden". Hoe is het mogelijk ?
Welk een achterlijkheid ? Het is toch veel meer modern om die oude belijdenis maar te laten rusten, gekend of ongekend, we leven nu eenmaal in de twintigste eeuw. En wat een houding, , om zich nog aan traditie en kerkelijk dogma te storen, om daarmede nog ernstig rekening te houden !
Ik zeg niet, dat dr. Bolkestein in deze toon schrijft, en ik wil ook niet beweren, dat hij zo denkt, maar het zou mij niet verwonderen, als de jonge mensen, voor wie hij schrijft, aanleiding vinden om er zo over te denken.
Wat de verdedigers van de , , oude formuleringen" aangaat, hij noemt dr. Lekkerkerker tegenover prof. Korff, Brouwer, van Ooyen, en zijn eigen persoon. Wie geen vreemdeling is, weet dat de beide eerstgenoemde hoogleraren overleden zijn. Deze groep geleerden wordt ons alzo voorgesteld als mannen, die de leer der verzoening, zoals deze in de [ Drie Formulieren van Enigheid wordt beleden, openlijk afwijzen. En dat niet alleen, want die mensen zijn er wel meer geweest sedert de belijdenis als kerkelijke confessie gelding verkreeg. Maar het heeft er alle schijn van, dat dr. Bolkestein zou willen beweren, dat zij hun afwijkende opvattingen voor de leer der kerk willen laten gelden, ofschoon de kerk zich daarover niet heeft uitgesproken.
Dr. Bolkestein is volgens de , , Hervormde Kerk" van oordeel, dat een punt in de „oude" formuleringen der belijdenisgeschriften kwetsbaar is gebleken, (cursivering van mij) n.l. de uitdrukking, , , dat God, terwijl Hij zelf de zonde verzoende, ook verzoend moest worden".
Ds. Groenewoud gaat vooral in op de uitdrukking is gebleken. Daarin heeft hij groot gelijk, want er is niets meer gebleken dan dat aanhangers en verdedigers van een nieuwe theologie op zijn minst critisch staan tegenover enkele leerstukken der gereformeerde confessie : in dit geval de satisfactieleer.
Een bewering, dat zij zulk een leer in de Heilige Schrift niet vinden, althans niet lezen, heeft op zichzelf geen gezag, alsof het geheel vanzelfsprekend ware, dat de kerk zulk een onder critiek genomen leer laat varen, als zijnde in strijd met de Heilige Schrift.
Van zulk een gezag der particuliere opvattingen van theologen kan reeds geen sprake zijn, omdat de kerk en niet de theoloog, het geloof der kerk en niet de studeerlamp heeft uit te maken, of een leerstuk in strijd is met de Heilige Schrift.
Dat in de eerste plaats. Doch ook op zichzelf genomen is het Schriftargument in de mond van de op de belijdenis critiek oefenende theologen van weinig betekenis, om de eenvoudige reden, dat deze heren ook de artikelen der confessie omtrent het gezag der Heilige Schrift niet onderschrijven.
Het is overigens volkomen juist, als ds. Groenewoud opmerkt, dat de formuleringen der belijdenisgeschriften kerkelijke gelding hebben en niet particuliere meningen.
Dit ben ik geheel met hem eens. Daarom is de kerkelijke leiding ten enenmale in gebreke, omdat zij dat standpunt behoorde in te nemen, maar het niet doet.
Dat is op zich zelf reeds onbehoorlijk, maar erger nog is, dat zij degenen, die hun particuliere opvattingen boven de confessie verheffen, welke van de hand moesten worden gewezen en bestreden, zelfs tegemoet treedt en volle ruimte geeft om op het kerkelijke territoir propaganda te maken voor hun particuliere meningen, om niet te zeggen ketterijen.
Wie praat er nog van kerkelijk denken ? Ook daaromtrent heeft men klaarblijkelijk zo zijn particuliere mening.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's