De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal
, , Nee, lichtvaardig niet. Ik heb er lang mee gelopen om het uit te maken, maar ik kon er eerst niet toe komen omdat ik het zo erg vond vooral voor Arend."
, , Dan had je 't niet moeten doen."
Martijntje zei hier niets op terug. — Vader begrijpt het niet, dacht ze. •—• Vader begrijpt niet, dat er toch liefde moet zijn om een verkering in stand te houden
, , Jouw moeder en ik weten meer van het leven dan jij, " zei Bart toen. , , En weet je wel, dat jij je vader bar mistevreê gemaakt hebt door het af te maken met Arend ? De mensen zullen er ook over praten. Dat zal wel stof tot kwapraat opleveren, want ze weten, dat Arend een degelijke kerel is en dat het dus aan jou moet schorten en niet aan hem. Nee, aan Arend ligt het niet, dat de verkering nou ineens afgelopen is. En zo denken de mensen er ook over. Ben jij helemaal vergeten, dat de mensen vooral scherp letten op het huiselijk leven van een ouderling ? En dat ze ook nagaan, hoe zijn kinderen leven en streven ? "
, , Ik weet het wel, vader, " zei Martijntje zacht. „Maar ik ben niet lichtvaardig geweest. Ik durf geen woord kwaad over Arend te zeggen. Maar hij en ik... . nee, wij passen toch niet bij elkaar."
, , En wat deugt er dan niet tussen jullie tweeën ? " vroeg Bart Kooijman verbitterd aan zijn dochter. , , Wat hapert er dan tussen jullie ? "
Daar kon Martijntje geen antwoord op geven. Doch toen haar vader aandrong op bescheid, zei ze bijna fluisterend :
, , Ik geloof.... dat we mekaar niet lief hadden...."
Bart Kooijman werd om dit woord nog meer kregelig dan hij al was.
„Liefde, liefde.... dat is een stads woord, een woord uit boeken, " zei hij minachtend. , , Maar aan mooie woorden heeft een mens niks. 't'Voornaamste is, dat jullie van mekaar moeten hóuen !"
, , Ik houd niet van Arend, " bekende Martijntje met bevende stem. „Ik bedoel .... ik heb heel niet extra veel met hem op." '
, , Omdat je geen geduld hebt gehad, " stelde Bart vast. , , Hét moet nog wennen. Probeer het bij te spijkeren met Arend. Ik heb altijd goed uit mijn ogen gekeken. Als ouderling hoor je soms de vreemdste dingen. En omdat ik weet heb van rare dingen, die er in mensenlevens kunnen passeren, geef ik je een verstandige raad : Probeer het nog eens met Arend."
Na deze woorden verliet Bart het achterhuis. Hij meende er thans genoeg over te hebben gezegd. Martijntje wist nu duidelijk, waar zij zich aan te houden had. Hij was er wel zeker van, dat zijn dochter zijn woorden niet kon misverstaan.
De volgende dag vroeg Bart Kooijman aan zijn vrouw, of Martijntje nog iets lotgelaten had over Arend Langerak.
, , Ja. ... 't meidje heeft geschrouwd, Bart."
„Heeft ze tranen gelaten ? Ik heb haar toch heel niet straf aangepakt, 'k Heb alleen gezegd, wat ik er als vader van dacht."
, , Martijntje zei, dat ze eerlijk geen liefde had voor Arend. Daarom had zij hem niet langer in de waan willen laten, dat zij tevreê was."
, , Maar zal ze 't nouw opnieuw gaan proberen ? " vroeg hij nieuwsgierig.
„Dat weet ik niet. Daar heeft ze niets over gezegd. Maar zij had het er wel slecht mee, dat wel."
, , Toch horen ze zo goed bij mekaar, Martijntje en Arend, " zei Bart uit volle overtuiging.
Toen Bart Kooijman na drie weken nog niet gewaar geworden was, of Martijntje zich weer tot Arend had willen wenden, heeft hij nogmaals met zijn dochter gesproken. En snikkend heeft Martijntje toen de belofte gedaan, dat ze 't nog eens proberen zou. .. . omdat vader het zo graag wilde....
En tot Arend, dien Bart Kooijman een dag later bij de graanhandelaar ontmoette, heeft hij toen gezegd :
, , Ik geloof, dat mijn meidje er een gans ander inzicht in gekregen heeft. Je moet nog maar eens proberen met haar te praten, Arend."
Dat deed Arend, hij liet er geen gras over groeien. En zo kwam na een paar dagen de omgang tussen Arend Langerak en Martijntje Kooijman toch weer tot stand.
, , Bij elkaar deugen ze niet. Maar van elkaar meugen ze niet", zeiden de mensen er toen van.
II.
De boeren in de Waard zagen met een bitter gemoed aan, dat het grote werk een aanvang ging nemen. Schipper Evenbleij kwam drie maal per week met zijn schuit voor de wal. Dan meerde hij aan het waterkeringsdijkje, hij liet zijn vracht zand lossen en voer dan weer weg om een nieuwe vracht te halen. Ook andere schippers, wel acht in getal, deden hetzelfde.
De weken gingen, de maanden gingen en er verrezen in het vlakke wijde polderland grote zandhopen als een teken van het nieuwe, dat komen zou.
De boeren zagen die bedrijvigheid aan, ze werden er gram door gestemd. Er liepen dagelijks landmeters door de polder en vreemd werkvolk toog aan de slag. Een vreemde onrust had zich meester gemaakt van het vroeger zo stille, besloten land tussen de grote rivieren in het hart van Holland.
Bij de barbier, bij wie de boeren twee maal per week hun stoppelbaarden kwamen verkopen, kwam men niet uitgepraat over de nieuwe weg, die dwars door de groene weilanden zou komen te liggen. Die weg zou een scheur trekken in de Waard, een scheur tevens in de harten van de boeren.
No. 9
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's