De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDERWIJS

5 minuten leestijd

ONDERWIJS Zuid-Afrika (Transvaal)

X

Februari 1903 kwam de eerste verordening voor het onderwijs in de Transvaalkolonie en werd de Provinciale Schoolwet, grotendeels op dezelfde basis als die in de Kaapkolonie, ingevoerd. In deze regeling werd voorziening getroffen in de taalkwestie — maar het werd één grote bevoorrechting van het Engels. Op verzoek van de ouders mocht drie uur per week les worden gegeven in het Nederlands ; bovendien mocht het onderwijs in de Bijbelse Geschiedenis in het Nederlands gegeven worden, maar alleen indien dit verlangd werd.

Wel werden weer plaatselijke schoolcommissies in het leven geroepen, zoals vóór de annexatie, maar practisch hadden deze commissies weinig of niets te vertellen. De school was grotendeels, zo niet geheel, aan de ouders onttrokken en aan de Staat gekomen.

Verzoekschriften werden bij het Engelse Gouvernement ingediend om meer erkenning van het Nederlands op de scholen en om meer invloed van de plaatselijke schoolcommissies, maar deze verzoeken werden afgewezen. Dit was niet erg bevorderlijk voor het streven, om het gehele lager onderwijs op één staatsschool te concentreren.

De politieke vrede van de 31ste Mei 1902 had geen vrede gebracht voor de geest, voor het gemoed der Boerenbevolking, 't Is ook niet te verwonderen. Velen treurden over het verlies van vrouw en kinderen, van huis en eigendonamen. Ze waren niet bereid hun kinderen nu maar regelrecht naar de Gouvernementsscholen te sturen, waar de taal en de hele doelstelling in absolute tegenstelling waren met wat zij gekend hadden op de scholen van vóór de oorlog. Vandaar dat het aantal kinderen, dat de Staatsscholen bezocht, overtroffen werd door het aantal, dat er niet heen ging. Maar deze kinderen moesten toch ook onderwijs hebben! Zo kwam het tot de stichting van Bijzondere Scholen. Dat deze konden gesticht en onderhouden worden, was te danken aan een stroom van financiële bijdragen uit Nederland en aan de volharding en de zelfopoffering van vele vroegere Republikleinse onderwijzers. Daar hebt ge het antwoord op de vragen, die we eerder stelden, waar de onderwijzers bleven, die niet op de Staatsscholen wilden werken, en waar de kinderen gingen, voor wie de ouders geen plaats begeerden op de Openbare Scholen.

, Maar er moest voor de stichting en het onderhoud der Bijzondere Scholen toch enige organisatie zijn. En die kwam er door de Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs (C. N. O.). Deze C.N.O. heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de opvoeding en het onderwijs der overwonnen Transvaalse Boeren. De organisatie werd geleid door de Boerengeneraals Louis Botha, Smuts en Beijeis, en vooraanstaande predikanten, zoals ds. H. S. Bosman, ds. P. Postma en ds. M. J. Goddefroy.

Iets meer over het ontstaan dezer Vereniging.

In Juni 1901, toen de guerillaoorlog zijn hoogtepunt bereikte, kwam een zestal onderwijzers in Pretoria samen. om wegen en middelen te bespreken tot het ondersteunen van collega's, die in financiële moeilijkheden waren geraakt. Het waren onderwijzers op commando, wier gezinnen grote ontberingen leden. In Pretoria zelf leefden de onderwijzers in de grootste armoe. Het aanbod van hulp door hun collega's was hun buitengewoon welkom.

Deze zes onderwijzers, die in Pretoria wonen kwamen vormden een comité, dat ze de , , Vriendenkring" noemden. Ze stelden zich direct in verbinding fnet de vrienden van het Afrikaanse volk in Nederland. En de sympathie voor het Broedervolk openbaarde zich weldra in tastbare vorm : de eerste giften kwamen binnen.

Toen de vrede getekend was, breidde de taak van de Vriendenkring zich geweldig uit. Het voornaamste was nu niet meer, om noodlijdende collega's te helpen, maar om scholen te stichten, die in tegenstelling met de opvoeding op de scholen van het Britse Gouvernement, de godsdienst, de taal, de historie en de tradities der Hollands-sprekende bevolking zouden bestendigen.

Het succes was zo groot, dat onderwijzers naast hun betrekking, niet langer de verantwoordelijkheid voor dit werk konden dragen.

De vereniging voor C.N.O. nam het over en met sprongen ging het vooruit. Na korte tijd waren er reeds 200 scholen, d.i. een derde van de Staatsscholen. Geld kwam uit Holland. Binnen een paar jaar steeg de maandelijkse opbrengst uit deze bron tot ongeveer £ 1500. Het aantal leerlingen groeide steeds, vooral ook toen het peil van het onderwijs niet onder bleek te doen voor de Gouvernementsscholen.

Verschillende van deze scholen hadden afdelingen voor voortgezet onderwijs en leidde op voor examens. Een eigen 3e-kl.-onderwijzers-examen werd ingesteld, dat officieel door het Onderwijsdepartement werd erkend.

Het stelsel van concurrerende scholen werd zo sterk in de Transvaalkolonie, dat de autoriteiten zich gedwongen zagen er tegen in te gaan.

De C.N.O. onderhandelde herhaaldelijk met het Departement van Opvoeding en Onderwijs en zelfs onmiddellijk met de Gouverneur, maar zonder resultaat. Er waren twee voorstellen van C. N. O., die de Gouverneur niet kon aanvaarden voor de Staatsscholen.

Ie. De ouders moeten stem hebben in de benoeming van hen, die hun kinderen onderwijzen.

2e. Nederlands en Engels moeten gelijke rechten hebben als voertaal op de scholen.

De Transvalers zagen in het eerste punt een garantie voor de godsdienstige opvoeding en in het tweede een middel tot behoud van hun nationale verlangens en tradities.

Inmiddels werkte C. N. O. door. De Boerengeneraals, die de leiders waren, zagen ook hun politieke invloed toenemen.

En toen in 1906 aan Transvaal een zekere mate van zelfbestuur werd toegekend, werden deze generaals leden van het eerste kabinet. Generaal Smuts werd Minister van Onderwijs. Hij beloofde een nieuwe onderwijswet, die de leiders van C. N. O. zou bevredigen.

Dit was het begin van het einde der vrije scholen.

Geleidelijk aan begonnen de gelden te ontbreken ; daarbij kwam het vertrouwen in Generaal Smuts en in zijn belofte. Dit leidde het einde van C.N.O. 115 scholen met 5000 leerlingen en 150 leerkrachten werden onder Smut's Onderwijswet van 1907 opgenomen in het Gouvernements-systeem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's