IS HET CHRISTENDOM FAILLIET?
UIT: HET WESTEN OP EEN DWAALWEG
DOOR RAOUL STEPHAN
Hier hoor ik iemand uitroepen : , , Maar, waarde heer, onze tijd toont op onmiskenbare wijze het bankroet van het Christendom. Het is al bijna twee duizend jaar geleden dat Jezus gezegd heeft : , , Hebt elkander lief". En de godsdienst zelf heeft oorlogen voortgebracht : kijk eens naar de zestiende eeuw, en heeft in onze tijd deze godsdienst, die verspreid is over de gehele aarde, de oorlog van 1914 of die van 1939 kunnen verhinderen? Heeft niet een Christelijk land de atoombom gebruikt? "
Dergelijke woorden bewijzen, dat men niet goed begrepen heeft hetgeen vooraf gaat. Het Godsplan, zoals het blijkt uit de Schrift, zoals het zich toont in de mystieke ervaring, is niet hier op aarde Zijn Koninkrijk te vestigen, maar in ieder geslacht kinderen des lichts te kiezen, die zullen trachten de anderen te winnen voor de Eeuwige Stad, die de Eeuwige God zal stichten wanneer Hij alle dingen nieuw zal maken. Jezus heeft gezegd: , , Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld". Heeft Jezus niet gefaald in mensenogen? Ondanks de zegeningen die Hij om Zich heen spreidde, ondanks de genezingen die Hij verrichtte, is Hij gevangen genomen als een misdadiger, veroordeeld, gegeseld, bespot, gekruisigd te midden van een bijna algemene verachting en verlatenheid. Eén van Zijn discipelen verloochent Hem. Allen wanen Hem overwonnen.
De eeuwen herhalen dit lijden. De zielen die Jezus verovert, kunnen niet verhinderen dat Hij door iedere generatie opnieuw wordt vervloekt, gehoond, gekruisigd. ledere generatie heeft zijn Simon Petrus en zijn Judas Iskarioth. Dat ligt in de aard der dingen. De oude zonde zal telkens triompheren tot op de dag dat Satan als een bliksem uit de hemel zal vallen, dat Gods mysterie zal worden vervuld, dat de stroom des levens, klaar als kristal, zal ontspringen uit de troon van God en van het Lam, dat er geen nacht meer zal zijn.
Maar wie nauwkeurig de loop der geschiedenis volgt, zal met bewondering vervuld worden door de tastende en struikelende gang van het mensdom. In mijn Epos der Hugenoten heb ik, heel bescheiden, gepoogd er twee eeuwen van te doen zien, twee zeer belangrijke eeuwen, aangezien zij de tijd bestrijken waarin het analyserend en redenerend verstand van de mens zich gaandeweg ontwikkelt ten koste van de intuïtie en het geloof en waarin de vooruitgang der techniek zijn hart meer en meer gaat richten naar het stoffelijke en zo de satanische verleiding zal herhalen : , , Gij zult als God zijn!" Deze crisis in de zestiende eeuw is uitgelopen op een nieuw schisma, dat betreurenswaardig is voor de eenheid van de Christenen, maar misschien nodig om de zielen voor het geloof te bewaren, die door een te rituele en te priesterlijke godsdienst van het geloof dreigden te vervreemden en ook om de beide tegenover elkander staande confessies te dwingen tot een voortdurende zuivering. In deze eeuwen, waarin zelfs de besten nog uit de Middeleeuwen de miskenning hadden overgehouden van de menselijke persoonlijkheid, waarin zij gewetensdwang toelieten en van mening waren dat het doel de middelen heiligt, werd de les van Jezus maar al te vaak vergeten, aan beide zijden, maar vooral aan die, welke de wereldlijke macht tot haar steun had.
In de XVIIIe eeuw hebben de geesten dan ook heftig gereageerd tegen deze onverdraagzaamheid, en de Christelijke godsdienst heeft gekwijnd onder de afstand die men constateerde tussen zijn leer en de praktijk van zijn leiders. Bovendien hebben de kerken door hun verband met de wereldlijke macht en hun geschipper met de machten van het geld, sterk aan gezag bij de massa's ingeboet. Terwijl de les van Christus was de liefde voor de armen, terwijl de eerste Christenen een werkelijk communistische gemeenschap hadden gesticht, is het Christendom later aan velen verschenen als , , opium voor het volk", en als „een bolwerk voor het geld". Vandaar die anti-clericale stroming, zelfs anti-godsdienstige stroming, die geheerst heeft en nog heerst in Frankrijk en vooral in Rusland, d.w.z. in de landen waar de kerk in hoge mate onverdraagzaam en conservatief was. In dat alles zie ik de hand Gods die kastijdt en verbetert. Het opkomen van een monsterachtige godsdienst als het nationaal-socialisme en de wereldoorlog die het heeft voortgebracht, hebben enerzijds in de zielen een ernstige crisis ten gevolge gehad; anderzijds het Pausdom nader gebracht tot de democratieën, tenslotte de Sovjet-regering geleerd de onverdraagzaamheid enigszins los te laten en een overeenkomst te sluiten met de Russische kerk. Een opleven van godsdienstige belangstelling is in de wereld van het Westen onmiskenbaar. Ongetwijfeld heeft de oorlog met zijn nasleep overal een grote corruptie meegebracht, vooral in de landen die bezet zijn geweest en de narigheden er van hebben doorleefd, maar ook hier zijn bloemen opgebloeid op de mesthoop. In dezelfde tijd, waarin op onze gekwelde wereld zich de ergste gruwelen afspeelden, heeft men ook de schoonste daden van heldenmoed, de zuiverste offerbereidheid en de heerlijkste openbaringen van de Geest Gods aanschouwd.
Men kondige dus nog maar niet het faillissement van het Christendom aan. ledere eeuw kent triomphen van Satan. Maar iedere eeuw toont óok het grote werk Gods, dat zich voltrekt in de harten en in de kerken. Een krachtige stroming van geloof heeft de Christenheid gegrepen. Zij breekt met haar oude zonden, stoot haar aloude pharizese gezindheid af, overdenkt met meer aandacht en nederigheid .het Woord Gods. Zij lijdt onder haar verscheurdheid en iedere , , richting" begint, in plaats van de andere te verketteren, zich zelf haar gebrek aan broederliefde te verwijten, streeft er naar de andere te begrijpen. Een golf van oecumenische gezindheid overstroomt de Christenheid. De eerste maand van ieder jaar brengt alle Christenen van de gehele wereld bijeen in één hart en met één gebed. In Januari 1946 heeft een kerk in Roemenië onder haar gewelven een Grieks-Orthodoxe bisschop, een Gereformeerd predikant en een Pater-Dominicaan achtereenvolgens het woord horen voeren en eendrachtig horen bidden om de eenheid. Deze eenheid, die onmogelijk schijnt in mensenogen, wordt door de Christenen verwacht als een wonder van God. Intussen streven zij althans naar toenadering. Wat zijn wij ver af van de gemoedsgesteldheid, waar uit de herroeping van het Edict van Nantes is gesproten! Dat is Gods werk.
Onze Westelijke wereld heeft de dubbele les van Socrates en van Christus geërfd. Op het eerste gezicht plaatst het Hellenisme, dat de mens stelt als de maat voor alle dingen, zich radicaal tegenover het Christendom, dat de mens leert te buigen voor God en alleen zijn heil verwacht van de vrije genade Gods. Maar het is niet vergeefs, dat de Christenen van alle eeuwen hebben getracht humanisme en Christendom te verzoenen. Een Christelijk humanisme is bestaanbaar en de meest verlichte eeuwen zijn die, welke er in geslaagd zijn dit accoord te verwerkelijken : de twaalfde en de zeventiende. Welk een eenheid in het denken van een Descartes b.v., bij wie de strengst rationele methode het geloof niet buitensloot. Deze Descartes heeft geschreven: , , Ik durf te zeggen dat, wat dit leven betreft, de liefde tot God de heerlijkste en nuttigste hartstocht is die wij kunnen hebben en zelfs dat deze de sterkste kan zijn, hoewel daarvoor nauwgezette meditatie nodig is". En Pascal, dat genie, die grote gelovige, de grootste verdediger die het Christelijk geloof ooit gekend heeft! Behalve Molière, die te zeer de invloed heeft ondergaan van Gassendi, en La Fontaine, die libertijn gebleven is tot zijn late, maar wel diepe bekering, zijn alle schrijvers van betekenis uit de XVIIe eeuw Christen : Corneille, Racine, Bossuet, Fénelon, Boileau, La Bruyère.
Maar het onzalige jaartal 1685 (Herroeping van het Edict van Nantes) luidt, naar het woord van Paul Hazard, een ernstige crisis van het geweten in. De godsdienstoorlogen, de onverdraagzaamheid van de geestelijkheid hebben een anti-godsdienstige beweging ten gevolge. Men laat de gedachte van Descartes los, om van zijn methode een werktuig te maken tot bestrijding van het geloof. Men is van mening dat de godsdienst wordt tegengesproken door de wetenschap en dat het redelijk denken niet kan samengaan met het geloof. In de XVIIIe eeuw zijn de z.g. philosophen óf deïsten, zoals Voltaire, óf atheïsten, zoals Diderot. Maar zijn eigenlijk de vruchtbaarste denkbeelden die de , , philosophen" in die tijd rondstrooien, geen erfgoed van Christus' onderricht? De waardigheid van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkheid en de broederschap van de mensen, de eisen van liefde en verdraagzaamheid, de afkeer van bloedvergieten, vinden wij dat alles niet veel meer "in het Evangelie dan in de dialogen van Plato? En wat te zeggen van Rousseau, die in de stroom van zijn denkbeelden het stofgoud van de Schrift meevoert, vermengd met zoveel klei van zijn naturisme? Al dat bruisen van edele denkbeelden dat zou uitlopen op de Grote Revolutie, vindt zijn oorsprong in de Bijbel. De les van Christus zou op aarde haar einde vinden in de democratie. Bergson heeft het zo terecht onderstreept: „De democratie is in wezen evangelisch, haar drijfkracht is de liefde". Een groot staatshoofd, Eduard Benèsj, schreef, ofschoon hij ongelovig was, in zijn belangrijke werk De Democratie vandaag en morgen: , , In tegenstelling met het Marxisme (dat materialistisch is), leiden de democraten tot een religieuse levensbeschouwing, tot de erkenning van het absolute en, daardoor, tot God. Zij houden in de historische ontwikkelingsgang de verschijnselen van geest, cultuur en godsdienst voor even beslissend in de verschillende stadia van de maatschappijontwikkeling, als in de dagelijkse, strijd om het bestaan".
Ik zal verder gaan: Karl Marx heeft een grote fout gemaakt, toen hij het communisme gericht heeft op het materialisme. Het ware communisme kan alleen maar bestaan in een samenleving van vrienden. Zonder liefde heeft het communisme geen levenskracht, slechts de naam ervan blijft over. De echte communisten, dat waren de eerste Christenen.
De XlXe eeuwse schrijvers hebben wel een begrip gehad van de waarheid, zonder die evenwel scherp te zien. De Vigny heeft het gevat dat de kwaal van zijn tijd, de , , Weltschmerz" van de Romantici, daarin bestond, dat zij God vergaten en dat dit vergeten tot wanhoop boerde, maar de dichter van Eloa komt mij voor, een grote geest te zijn geweest, die niet geraakt is geweest door de goddelijke genade; vandaar bij hem een verbittering, die zich in godslasteringen uit. Ik denk vooral aan de verschrikkelijke strophe van zijn Silence. Na hem zal Baudelaire soms ook de weg van het verzet inslaan, maar hij blijft daar niet bij staan en hij vermoedt, nog meer dan dat hij duidelijk ziet, de reinigende kracht van de Smart: Heb dank, heb dank, o God, Die ons ziet lijden schenkt Als goddelijke kuur voor onze onzuiverheid!
Lamartine en Victor Hugo zijn diep religieuse zielen, maar hun denken verliest zich door hun gebrek aan nederig heid in het vage en het gaat geen tegenspraken uit de weg. Men kan niet maar snijden in het Evangelie om de stukken naar eigen believen aan elkaar te naaien. Beiden komen tot een bloedloos, vrij verward Christendom. Heeft het Messianisme van de Marseillaise van de Vrede of van de EUendigen meer kwaad of meer goed gedaan ? . .
De generatie die op hen volgde, is door de genade niet gevonden : De gebroeders Goncourt, Alphonse Daudet, Zola, Leconte de Lisle, Mallarmé, Renan ; toch waren er ook brandende harten die er door zijn getroffen : Huysmans, Léon Bloy, zelfs Verlaine. Maar eerst met de hartverscheurende beproevingen van de XXe eeuw groeit een Christelijke stroom, die zich in de Franse letterkunde baan breekt: Péguy, Claudel, Mauriac bewijzen de eeuwige jeugd van de Boodschap van Christus,
Chateaubriand, die de aandacht weer vestigde op het Katholicisme, heeft te veel de aesthetische buitenkant ervan laten zien. Hij is dan ook ongetwijfeld verantwoordelijk voor de romantische verwarring, die gewoed heeft in de gehele loop van de XXe eeuw. Men vraagt zich af, of de godsdienst van Huysmans niet meer een kunstenaarsdroom is geweest dan een echte overtuiging. Anderzijds heeft de reactie van de Heilige Stoel tegen het Messianisme van 1848 het volk te meer afgewend van de Rooms-Katholieke kerk. Ten slotte heeft de ontwikkeling van de natuurwetenschappen een modernistische crisis ontketend, die door deze kerk streng is tegengehouden, terwijl zich in de protestantse wereld een vrijzinnige stroming verbreidde. En zie nu eens hoe de hand Gods onvermoeibaar bezig is om de Christelijke kerken te corrigeren, Aan de ene kant komt de Katholieke kerk, verschrikt door het veld winnen van de totalitaire systemen en ziende hoe de vervolgingen en de inquisitiepraktijken zich tegen haar keren, steeds dichter tot de democratieën. De protestantse kerken anderzijds gevoelen een neiging tot eenheid, die zich uit in die pelgrimstocht naar de bronnen, waardoor op dit ogenblik de vurigste zielen worden meegevoerd, en in die oecumenische vergaderingen, waar Calvinisten en Lutheranen gemeenschap onderhouden met de Oosterse kerken.
Ik geloof dat wij staan aan de dageraad van een nieuwe tijd. Chateaubriand heeft zich stellig vergist, toen hij zich verbeeldde dat Protestanten en Katholieken dichter tot elkander zouden komen , , met enige wederzijdse concessies". Gewetensconflicten worden niet opgelost door politieke onderhandelingen en overeenkomsten. Maar hij heeft misschien gelijk gehad toen hij schreef: , , De Christelijke godsdienst treedt een nieuwe phase in ; evenals de instellingen en de zeden ondergaat hij een derde vormverandering ; hij jaagt het grote beginsel van het Evangelie na : de democratische gelijkheid in de maatschappij, zoals die reeds lang erkend was tegenover God hij wordt wijsgerig zonder op te houden goddelijk te zijn, zijn straling breidt zich uit met de wetenschap en de vrijheden, terwijl het licht van het kruis voor immer het onbeweeglijk middelpunt aanwijst".
Ja, de ontwikkeling van het mensdom heeft de gemeenschapszin sterk doen toenemen.
De Christelijke zending onder andere rassen heeft sterker onze gewetens het vraagstuk van de eenheid van het mensdom voorgehouden, ons de broederschap van alle mensen geboden. En wij beginnen te geloven dat de wereld in zijn geheel gered zal worden, wij beginnen te dromen van een greep naar de gehele wereld door de Macht van Boven, wij beginnen iets te zien van een universele wedergeboorte, waarvan de Apostel Paulus in zijn meesterlijke stijl zegt, dat de ganse schepping zucht en in barensnood is (Rom. VIII).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's