EERST AAN PETRUS
En is van Simon gezien. Lucas 24 : 34b.
Wonderlijk zijn de wegen des Heeren, onnaspeurlijk zijn Zijn paden, dat moet telkens weer worden uitgeroepen. Dat wordt bewezen met het Kerstfeest, zo is het ook met Pasen. De herders hadden, zover we weten, geen bizondere toezegging ontvangen, dat zij de Christus Gods zouden zien voor de dood hen zou wegroepen. Zo was het wel bij Simeon geweest. En toch hebben de herders reeds feest gevierd bij de kribbe en in het veld, terwijl veertig dagen daarna Simeon pas in de tempel het kind mag aanschouwen. Met vrij macht gaat de Heere te werk, dat zien we ook op Paasmorgen, als Petrus eerder dan Johannes de verrezen Zaligmaker heeft aanschouwd. In de morgen heeft deze ontmoeting plaats en Johannes moet wachten tot de avond. Zo handelt de Heere nog altijd in Zijn vrijmacht.
Wij zouden het ons heel anders hebben gedacht. Wij zouden het heel natuurlijk hebben gevonden, wanneer Johannes de eerste en Petrus de allerlaatste was geweest. Aan de meest geliefde discipel mocht wel een bizonder voorrecht gegund worden. Maar niet aan Johannes, maar aan Petrus verschijnt de Heere het eerst. Aan die discipel, die zo diep was gevallen, die zo zwaar had misdreven, die zo schandelijk zijn Meester had verloochend. Want deze Petrus heeft het zo bizonder nodig, meer dan de andere discipelen, dat hem een blijk van Jezus' liefde wordt geschonken om niet verpletterd te worden onder het gewicht van zijn schuld.
Petrus en Johannes zijn heengegaan naar het ledige graf en Johannes is vol vreugde teruggekeerd ; zich haastend om de broeders deelgenoot te maken van zijn blijdschap. Maar Petrus is daar in de omgeving gebleven, vol gedachten en daar heeft hij getalmd, niet begerig om tegenwoordig te zijn in de blijde apostelkring. De vreugde der broeders kon zijn droefheid en smart slechts vergroten. Hij had behoefte aan stilte, aan eenzaamheid, overdenkende het raadsel van het graf, dat nu geopend was.
En toen hij zo ronddwaalde, in stille overpeinzing van alles, wat er met hem en de Meester gebeurd was — toen moet de ontmoeting hebben plaats gehad. De opgestane Zaligmaker is hem verschenen. Aan hem het eerst van alle apostelen. Aan hem ook alleen. Welk een schat van teerheid en ontfermen is daarin gelegen. Hoe smartelijk ware het voor Petrus geweest, in anderer tegenwoordigheid de Christus heden te ontmoeten. Dat alles wordt hem bespaard. Wat de Heere Petrus te zeggen heeft, doet Hij onder vier ogen. Dat houdt verband met de bittere tranen, die geschreid zijn in de nacht der verloochening. Indien Petrus in zijn zonde was voortgegaan, de Heere zou een andere weg met hem gevolgd zijn, maar nu heeft de Heere een ontmoeting met de berouwvolle zondaar alleen.
Van deze ontmoeting wordt geen boeiend verhaal gegeven. Er zijn van die ontmoetingen, die te persoonlijk, te intiem ja te teer zijn, dan dat ze het felle licht der openbaarheid zouden kunnen dragen, 't Is waar, genade maakt mededeelzaam en opent zelfs de anders zwijgende mond, maar er zijn zielservaringen, die een geheim blijven, omdat ze de verborgen omgang raken. Er zijn tijden, dat genade ook een discipel sprakeloos maakt vanwege de goedheid en majesteit des Heeren.
Maar deze ontmoeting heeft plaats gehad en dat moet ons verwonderen als we zelfs nog horen, dat hij voorrang genoot. Er waren toch onder de discipelen wel waardiger dan hij. Zo spreekt het menselijk verstand, dat geen begrip heeft van de nederbuigende genade des Heeren. Christus toch oordeelt niet naar de menselijke maatstaf. Hij grijpt naar het peillood om de diepte der behoefte te meten. En waar Hij de diepste behoefte aan genade vindt, daar verschijnt Hij met Gods alles vergevende ontferming.
Van Simon gezien. En wat was er in zijn hart een behoefte. Nooit banger nacht heeft hij doorgemaakt, dan toen hij naar buiten ging, bitter wenende. De klacht van de dichter zal hij toen verstaan hebben : , , mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd". O, die uren tussen zijn val en de ontmoeting. Niet uit te spreken is de aanvechting en de strijd, die hij zal hebben doorgemaakt. Kon hij het eens ongedaan maken !
Hoe diep gezonken en toch niet losgelaten. Anders zou hij dezelfde weg van Judas zijn gegaan. Hij had z'n hart kunnen uitstorten, dat had enige verlichting gegeven. Maar als hij dacht aan zijn daad, dan werd het hopeloos. Maar 't was niet hopeloos, omdat de Heere Jezus hem voor zijn val reeds opgedragen had aan de Vader en voor hem gebeden had, dat zijn geloof niet zou ophouden. Jezus verloochende de verloochenaar niet. Hij gedacht Zijn gevallen discipel. Dat toonde Hij door hem op te zoeken.
Zou Petrus dat ooit hebben kunnen denken, dat hij zelfs de anderen daarin nog zou voorgaan ? We kunnen ons enigermate voorstellen, hoe Petrus met gemengde gevoelens de tijding van Jezus' opstanding heeft vernomen. Op het eerste gerucht is hij opgesprongen en heengesneld naar het graf. Want hoe diep ook gevallen er was toch, door Gods genade, een oprechte liefde voor de Meester in zijn hart. Er is blijdschap, die tegelijkertijd weer wordt verdonkerd. Hoe zal hij de Heere kunnen ontmoeten, welke vragen zal de Verrezene hem stellen. Op duizend zal hij er niet een kunnen antwoorden. De aanvechting en de fluistering van binnen doen hem horen : Ga weg van Mij, Ik heb u nooit gekend. Het zal gestormd hebben in zijn binnenste en tranen zullen z'n ogen opnieuw bevochtigd hebben.
Er was tweestrijd in Simon's hart. Vrees hield hem enerzijds terug, de drang der hoop dreef hem anderzijds voort. Naar de Heiland ging zijn hart uit en daarom wordt hij met onwederstaanbare drang gedreven naar het open graf. Dat is nu het wonderlijke van de verlossingsweg, dat juist, als wij ons het meest mishagen vanwege onze zonde, de Heere zich in de kracht Zijner opstanding aan de ziel komt openbaren.
Want daar staat dan de zo zeer beminde, maar om zijn zonde ook de zo gevreesde Meester plotseling voor hem. Welk een ontmoeting ! De ontmoeting van Hem, Die de schuld van Zijn volk heeft betaald en Zijn door schuldbesef diep terneergebogen discipel.
Wat zouden we van deze ontmoeting graag meer weten. En nu wordt alles verzwegen. Toch is het zeker meer geweest dan een vluchtig zien. Daar is zonder twijfel wel het een en ander verhandeld tussen Jezus en de verslagen discipel. Zou de Heiland hem met verwijten zijn tegengekomen, gezegd hebben : wat zijt ge Mij tegengevallen ? Neen, want tegenvallen doet in Gods ogen geen mens, ook al vallen wij ons elke dag tegen. Nooit heeft de Heiland tijdens Zijn omwandeling een van schuld verslagene verwijten toegevoegd. Altijd heeft Hij integendeel getoond, dat een verslagen hart een Hem aangename offerande is.
Noodzakelijk was de ontmoeting om een geteisterde ziel tot, rust te brengen. Met Jezus alleen is zo goed voor het bezwaarde hart. Daar waagt men het zonder enige terughouding alles te zeggen, wat de ziel benauwt. Met Jezus alleen, daar onder Zijn begrijpende blik durft men de zwartste bladzijden van zijn levensboek openslaan. Daar met Jezus alleen is de blik vol tedere liefde en goddelijk erbarmen, daar wordt de in het stof gebogene door de Heere opgericht. En daar wordt verzekering ener algemene vergeving van de schuld geschonken en met een gebogen hoofd ontvangen.
Ja, daar komt Christus het verlossingswerk toepassen aan het hart, zodat er rust in wordt gevonden. Zeker in die ontmoeting leert de zondaar zich op het diepst vernederen, maar wordt het ook gehoord : Vrees niet. Ik ben dood geweest, maar zie. Ik leef. Voor u ging Ik de dood in. De last van uw zonde was zo zwaar en de eis van 't goddelijk recht zo streng, dat Ik niet anders dan met Mijn dood kon volstaan om uw plaatsbekleder te zijn. Maar zie, Ik leef, Mijn werk werd van God voldoende geacht, geen penning bleef onbetaald. Daarvan hebt ge het afdoende bewijs in Mijn opstanding en leven. De Vader heeft daarin de kwijtbrief getekend. De schuld is uit het boek gedaan, ook ziet Hij geen van uwe zonden aan.
Welk een zalig ogenblik zal dat voor Petrus geweest zijn. Welk een liefelijke omhelzing van de Koning der heerlijkheid. En zulk een ontmoeting bestaat steeds uit drie momenten, die Paulus aldus noemt: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods en ik danke God door Jezus Christus onze Heere.
Met Jezus alleen, dat doet het gekrookte riet weer oprichten, omdat daar opstandingskracht en opstandingsleven wordt geschonken. En zo keert hij terug naar de ingezonken apostelen om hun de boodschap der opstanding te brengen. En dezen scheppen moet uit de boodschap van Petrus : Ik heb de Heere gezien. Hij leeft en ik met Hem.
Van Simon gezien, dat is het wonder, maar een wonder dat nog steeds wordt aanschouwd. Gezien met het oog des geloofs door allen, die zichzelf leerden mishagen. En dat doen we van nature niet. Dan zijn we zelfbehagers. Maar Gods Geest leert de mens zichzelf kennen, leert hem zichzelf mishagen, dat zien we ook bij Petrus. Zo is 't niet alleen bij de aanvang van het nieuwe leven, maar ook op de verdere weg. En waar Gods Geest de rechte zelfkennis heeft gewerkt, daar wordt ook het schreien gevonden, opdat de breuk wordt geheeld. Als dat nu bij u zo is, dan zegt God tot u : En is van Simon gezien. Juist zulke schepselen zoekt de Heere op. Het is de Verrezene, die met Zijn opstandingskracht het leven komt verwekken bij hen, die als dood terneer liggen.
Van Simon gezien. Neen de kerk heeft geen dode Jezus, zij heeft een levende Christus, die Verwinnaar is van hel en van graf.
Nu zal een ieder de Opgestane eenmaal zien, of ten leven of ten dode. Is Hij zal verschenen, hebt gij Hem reeds ontmoet ? Stel het antwoord op deze vraag niet uit. En weet het dan, in het dal der ootmoed op de plaats dés berouws is Hij altoos te vinden. Daar staat de Levende, om verlorenen toe te roepen : Ik leef en gij zult leven. En over u zal dan het wondere woord ook kunnen gezegd worden : Van Simon gezien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's