De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal door J. W. OOMS
Zo dacht Bart Kooijman er ook over. Neen, het was niet zijn schuld, hij had genoeg en met klem geageerd tegen de Haagse plannen. Nooit zou iemand hem het verwijt kunnen doen, dat hij niet noemenswaard gevochten had voor het polderland in de Waard.
Thans kon hij echter niets meer ondernemen, want het had geen doel ; de nieuwe weg kwam er en hij zou moeten berusten in zijn verlies.
Doch daar kon hij eigenlijk ook geen vrede mee hebben. Zijn afkeer van de nieuwe en volgens hem volkomen onnodige weg, groeide zelfs uit tot haat tegen alles, wat met die nieuwe weg in verband stond.
Toen Bart op een keer op ziekenbezoek ging bij de stokoude Mink Noorloos, die al jaren lang bedlegerig was, maakte de oude man hem verwijten, dat hij alles lijdzaam over zijn kant had laten gaan.
, , Ik lijdzaam geweest? " vroeg Bart, opeens verbitterd. , , Wie heeft er harder tegen de plannen van de hoge heren gevochten dan ik? "
, , Maar het heeft geen sikkepit geholpen".
, , Omdat de boeren niks meer te zeggen hebben. Er wordt niet meer geluisterd naar ons soort mensen",
, , Omdat er geen fut meer zit in jullie", zei de oude Mink.
Na deze woorden begreep Bart reeds dat dit ziekenbezoek zou mislukken. Bart was niet meer in staat om met de oude en ziekelijke man een geestelijk gesprek te voeren. Hij voelde zich door Mink Noorloos beledigd.
„Het boerengeslacht van tegenwoordig is kneedbaar als bijenwas" hield de oude man vol. , , ln mijn jonge tijd gingen wij anders te werk. Wij lieten ons niet in een hoek drukken. Toen wij de rechten van de ambachtsheer afkochten — dat was in zevenentachtig en we waren toen nog een ambachtsheerlijkheid — was jij nog niet op de wereld. Maar toen wisten wij als boeren ons nog te verweren. Wij hebben toen de koppen bij elkaar gestoken en gevochten voor ons land. We wonnen het ook, omdat wij nu eenmaal niet van wijken wilden weten".
, , Wij hebben evenmin van wijken willen weten", verklaarde Bart ernstig. , , We hebben adressen met wel honderdtachtig handtekeningen weggestuurd, maar het heeft niet geholpen, omdat er geen recht meer is. De boeren krijgen geen gehoor meer".
, , Jullie zijn door de knieën gezakt", hield Mink, die reeds eenennegentig was, koppig vol. , , Maar als ik nog goed ter been was, ik zou blijven vechten voor ons goeie weiland. Ik zou niet dulden, dat onze Waard kapot gemaakt wordt. Wat die lui van de weg overdag bouwen, zou ik 's nachts weer afbreken. Ik zou de brand in de keten steken ; ik zou tegenwerken tot mijn leste snik".
Bart Kooijman schrok van die woorden, hoewel dezelfde gedachten toch meermalen ook onbestemd bij hem zelf geleefd hadden.
, , Het past een christenmens niet om zo op te treden", zei hij nadenkend.
, , De Israëlieten vochten ook tegen de Filistijnen", gaf de oude man bits terug.
, , Dat was heel wat anders. Zoiets mogen wij niet met elkaar vergelijken. Mink".
„Daar heb ik mijn eigen gedachten over".
No. 11
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's