EB
Ds. A. Groot te Scheveningen schrijft in de Hervormde Kerk dd. 9 April over een eb, welke na de oorlog in het kerkelijk leven valt waar te nemen.
Hij merkt op, dat. dé avonddiensten te Scheveningen bedroevend leeg zijn. Dit zou ook elders zo zijn.
Dat is een ander geluid dan het optimisme, dat nog altijd kan vernomen worden bij woordvoerders van de nieuwe richting.
Ds. A. Groot is van oordeel, dat het afwenden van de kerk is een zich afwenden van het geloof in de vooruitgang. Het geloof in de Christus zou volgens hem door velen vereenzelvigd worden met het geloof in de vooruitgang. Het is mogelijk, en als dat zo is, moet het pessimisme der wereld wel bijzondere invloed op de kerkgangers uitoefenen. Dat zou dus betekenen, dat het pessimisme vaii, onze tijd in de kerk ruimschoots aanwezig is, en dat zal zonder twijfel ook wel 't geval zijn.
Het wil ons echter voorkomen, dat de na-oorlogse kerkregering niet onschuldig is aan de vermindering van de kerkelijke belangstelling. Zij heeft de kerk tot een zondebok gemaakt en haar verantwoordelijk en ^chuldig verklaard voor vele sociale en politieke ongerechtigheden en nalatigheden, onverschillig, of dit inderdaad verantwoord was of. niet.
En dat is het schier in geen enkel opzicht minder geweest dan juist op dit punt.
Ie. Omdat de kerk geen abstract begrip is, maar wie de kerk schuldig stelt voor de sociale en politieke ontwikkeling der laatste geslachten, stelt ouders en grootouders verantwoordelijk en hun kinderen, die zulk een groot woord over de kerk hebben.
En wat blijkt dan? Dat ouders en grootouders schuldig staan jegens de kerk en haar leer.
Maar dit hebben de na-oorlogse kerkherstellers zich zelf en de mensen niet voorgehouden, maar zij hebben de kerk een taak voorgehouden, zo veel omvattend, zo vol van bemoeienissen en zorgen, als er raden en commissies zijn. En het resultaat moest zijn, dat iedere raad en iedere commissie een onbetaalde rekening der kerk scheen te vertegenwoordigen, welke in stede van kwijting te ontvangen, gevaar liep tot een kerkelijk faillissement bij te dragen, zowel bij het kerkvolk als in de publieke opinie.
2e. Het is niet verantwoord, de kerk tot een zondebok te maken voor alles, wat men als haar taak blieft voor te stellen. De centrale betekenis van het Christelijk geloof op alle levensterrein en de roeping des geloofs om in alle levensverhoudingen de strijd te voeren voor de gerechtigheid, kan aanleiding zijn, om ik weet niet wat onder het bereik van de taak der kerk te zetten en tot kerkelijke arbeid te maken, maar daarom is het nog niet juist.
3e. Men heeft een dienst aan de wereld ingesteld, terwille waarvan de prediking alle kerkelijke stijl heeft ingewisseld voor een toon, die zodanig in strijd is met de eerbied voor de geestelijke dingen, dat zelfs de wereld, voor wie deze vorm werd uitgevonden, er niet van gediend wil zijn, omdat zij van de kerk „wat anders" verwacht.
4e. Terwille van een moderne smaak, die van sommige fundamentele geloofsstukken afkerig is, heeft men het Evangelie gepredikt in een gestalte, welke — het is heus niet teveel gezegd — verraad pleegt aan het Evangelie der Schriften.
5e. Over de zonde wordt niet gepredikt, en van de Wet Gods als norm voor het algemeen zedelijk bewustzijn te spreken, wordt door een slag predikers ouderwets en verwerpelijk gevonden.
Wie kan nu met een goed geweten aannemen, dat op deze wijze de kerkelijke belangstelling wordt bevorderd en de kerkgang zal toenemen?
Edoch, ook in kringen, die een gereformeerd kerkelijk leven begeren te onderhouden, met name in de steden, komen klachten voor aangaande een achteruitgang van het kerkbezoek. Dat wijst op een afval, die ook met de tijdgeest samenhangt, maar waartegen wij moeten strijden met alle kracht. De ouders mogen niet nalaten zich er op te richten, dat de leden van het gezin zo weinig mogelijk de samenkomst der gemeente nalaten. De kerkeraden en de dominees in het bijzonder, leggen zich toe op de bevordering van het catechisatiebezoek en het toetreden der jonge leden als lidmaten der gemeente. Dat is een moeilijke taak, maar een dankbare.
En wat ook vooral nodig is, dat de kerkeraden van onze vacante gemeenten — dat zijn er ruim 70 ! — in de beurten, welke niet door de ring worden vervuld, zoveel mogelijk hulp vragen van onze predikanten, om daarin te voorzien en de gewoonte van de geregelde kerkgang te onderhouden.
Onze gemeenten zullen waarlijk niet achterblijven, als de kerkeraden op haar een beroep doen om de onkosten te betalen, en onze predikanten zijn gaarne bereid.
Intussen blijven wij ijveren voor het Studiefonds.
Naar aanleiding van een vriendschappelijk gesprek, dat mij dezer dagen ter ore kwam, mag ik hier wel iets verklappen. Het is mij bekend, dat kerkvoogdijen en kerkeraden een royale opvatting hebben, als het er om gaat, dat de dienaar zijn loon waardig is, en zij dienen daarmede de belangen der gemeente. Dat is lofwaardig. Het komt echter wel eens voor, dat men zich te weinig rekenschap geeft van de tijd en de moeite, welke men van de gevraagde predikant eist, die wat ver moet komen. Ook in dit opzicht, dat weet ik, getroosten kerkeraden en kerkvoogdijen zich moeite en kosten om tegemoet te komen aan de dominees. Doch het gebeurt ook, dat een predikant, als hij zijn onkosten aftrekt, een luttel bedrag overhoudt voor de uren, welke hij heeft gegeven.
Ik ga hierop verder niet in, want ik wil geen aanleiding geven, dat zij het zich zouden aantrekken, voor wie dit niet is geschreven, doch wij mogen niet nalaten alles in het werk te stellen om in de geestelijke verzorging onzer vacante gemeenten zoveel mogelijk te voorzien en te helpen voorzien. Dat eist van de predikanten, die in eigen gemeente vaak overbelast zijn, bijzondere inspanning en van de kerkeraden zorg en moeite, maar het komt de gemeente ten goede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's