AUTONOMIE DER VAN GEMEENTE TEN AANZIEN HET BEHEER
Zoals men weet, heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 16 Januari j.l. de kerkvoogden van Holwerd, die zich hebben afgescheiden van het College van Toezicht, in het gelijk gesteld.
Ds. mr. H. H. Riepma spreekt zich als volgt uit omtrent hetgeen door dit arrest is komen vast te staan in no. 179 van Zwingli, d.d. 11 April '53 :
Wat nu door dit arrest is komen vast te staan is in de eerste plaats de autonomie der gemeente ten aanzien van het beheer.
Deze autonomie geldt tegenover het Toezicht, zoals dat zich in 1870 heeft opgeworpen, en zoals dat gedurende al de daarop volgende decenniën zich heeft gehandhaafd. Maar daartegenover niet alleen !
In de nieuwe Kerkorde wordt met geen woord melding gemaakt van de reeds bestaande Colleges van Toezicht, doch wordt het toezicht op de beheerscolleges overgedragen aan de nieuw ingestelde Kerkvoogdijkamers (in de provincie) en het generaal college van toezicht (voor de gehele kerk) Ord. 18 art. 2 en 3).
Bovendien heeft de Synode zich ook ingelaten met het beheer in de gemeenten zelve door het creëren van de figuur ouderling-kerkvoogd en de toekenning van een niet te onderschatten invloed van het bestuur op het beheer : volslagen doorbraak van de historie.
M.i. is de Synode daarmee te ver gegaan, omdat zij ten aanzien van het beheer in de gemeente niets te vertellen heeft, allerminst haar de wet kan voorschrijven. De autonomie der gemeente ten deze staat vast.
Naar mijn mening volgt daaruit, dat geen enkele gemeente gedwongen kan worden om zich aan te sluiten bij de nieuwe Kerkorde, en dat in het algemeen die gemeenten, die de Kerkorde hebben aanvaard, het recht hebben om ten aanzien van het beheer en het toezicht daarop, op dat besluit terug te komen, tenzij het gewijzigde Plaatselijk Reglement zich daartegen verzet. Dat zal dus voor ieder geval afzonderlijk moeten worden uitgemaakt.
Het hangt nu van de beheerscolleges af, of zij zich al dan niet door de Synode willen laten regeren.
Tot slot van deze beschouwingen moet mij nog één opmerking van het hart.
Evenals ik in één der pleidooien in de zaak-Holwerd uitdrukkelijk heb uitgesproken, stel ik ook aan het einde van deze beschouwingen er prijs op te verklaren, dat al het bovenstaande niets te maken heeft met een waarderingsoordeel ten aanzien van de colleges van toezicht.
Hun optreden en hun werk kan boven alle lof verheven zijn.
En er is, naar het mij voorkomt, in het algemeen inderdaad reden, om erkentelijk te zijn voor hun ijver en nauwgezetheid in de behartiging van de stoffelijke belangen der Ned. Herv. Gemeenten onder hun toezicht.
Maar hier ging het om het Recht: het recht van de autonome gemeente en van haar beheerscolleges.
En dit Recht heeft tenslotte gezegevierd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's