VERSLAG
van de Secretaris oper de Jaarvergadenng op 15 April j.l. in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht.
Om kwart vóór 11 opende de voorzitter de vergadering en riep de leden een hartelijk welkom toe.
Nadat men samen Psalm 33 vs. 10 had gezongen, las de voorz. Nahum 1. Daarna ging hij voor in gebed.
Het openingswoord van de voorzitter luidde als volgt:
„Des Heeren weg is in de storm. Niemand uwer zal zich er over verwonderen, dat mijn openingswoord aan de watersnood gaat herinneren, welke ons volk trof en terecht als een nationale ramp wordt gevoeld.
Met smart gedenken wij zovele landgenoten en geloofsgenoten die van huis en hof werden verjaagd in die bange nacht, en die werden beroofd van alles, wat zij met noeste vlijt hadden vergaderd. Inzonderheid gedenken wij de velen, die in de golven omkwamen en werden weggerukt uit het leven of in taaie strijd met wind en weer het onderspit moesten delven.
Zeker, er zijn redenen tot grote dankbaarheid, als wij het oog vestigen op de grote bereidheid in binnen- en buitenland om ter hulp te snellen, op de offervaardigheid, die rijkelijk toeschoot. Wie zou het gering achten, dat zoveel medegevoelen en zoveel medeleven ook van ver buiten de grenzen mocht worden ervaren?
Het raakt ons wel zeer bijzonder dat zovele gemeenten werden getroffen, die ons na bestaan. Velen van onze predikanten hebben langer of korter tijd in deze noodgebieden gearbeid, vele leden uit de kerkeraden en kerkvoogdijen en ook uit de gemeenten, zijn goede bekenden, en wij gevoelen, dat wij er met een woord van medegevoelen niet af zijn.
De Voorzitter sprak vervolgens over de materiële en de geestelijke noden en sprak het vertrouwen uit, dat niet te vergeefs een beroep op de gemeenten zou worden gedaan als 't nodig is.
Met name wekte hij de vergadering op om zich rekenschap te geven van de moeilijkheden der geestelijke verzorging op de eilanden en gaf enkele aanwijzingen omtrent de wijze, waarop wellicht enige voorziening zal kunnen worden gebracht, welke de medewerking der kerkeraden en kerkvoogdijen niet zal kunnen ontberen.
Wij maken van de storm geen god en van het water geen daemon, maar verheugen ons, dat de kerken tot schuldbelijdenis, verootmoediging en gebed hebben gemaand. Dit moge ook tot onderrichting zijn van hen, die onhebbelijk worden, als er van oordelen Gods wordt gesproken, en van hen, die slechts van natuurramp gewagen. De profeet spreekt anders. Des Heeren weg is in de storm.
Spreker licht dit verder toe en wijst op de vraag van de discipelen aangaande de blindgeborene: , , Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze of zijn ouders? " en het antwoord van de Christus: , , Noch deze, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden". (Joh. 9 VS. 2 en 3).
Na het openingswoord stelt de Voorzitter de notulen der vorige vergadering aan de orde, die in De Waarheidsvriend werden afgedrukt. Deze worden goedgekeurd.
Vervolgens wordt aan H. M. de Koningin een telegram gezonden, waarin de Gereformeerde Bond zijn aanhankelijkheid betuigt en Haar en Haar Huis de zegen Gods wordt toegebeden.
Ds. Den Oudsten van Alkmaar en ds. Klüsener van Feijenoord deelden mee, dat ze verhinderd waren om de vergadering bij te wonen.
De afd. Utrecht zond een voorstel in, inhoudende het verzoek om de jaarvergadering voortaan in de Paasweek te houden. Van uit de vergadering verklaarden zich velen vóór dit voorstel. Het Hoofdbestuur heeft toegezegd dit voorstel in overweging te nemen.
De Voorzitter stelde vervolgens de stemming aan de orde. Aftredend waren ds. J. Vermaas en dr. H. Bout.
Na de gehouden stemming bleek, dat met grote meerderheid van stemmen waren gekozen ds. J. Vermaas en dr. H. Bout, die hun herbenoeming hebben aangenomen.
In de vacature mr. dr. E. P. Verkerk werd gekozen Ir. Smit te Arnhem.
Aan deze laatste is door de Secretaris bericht van zijn benoeming gezonden.
In de morgenvergadering bracht de Secretaris verslag uit over de werkzaamheden in het jaar 1952. Uit dit verslag bleek, dat er verscheidene afdelingen waren opgericht en dat het aantal lezers van De Waarheidsvriend en dat van de contribuanten van het Studiefonds aanzienlijk was vooruitgegaan.
In het verslag werd melding gemaakt van besprekingen en contacten o.a. met de deputaten van de Geref. Kerken, met de besturen van verschillende Bonden op Herv. Geref. grondslag, met een commissie uit de Herv. Schippersraad, met een groep Confessionele predikanten, die evenals wij, bezorgd zijn over de huidige gang van zaken in onze kerk.
Dank werd gebracht aan ds. Vreugdenhil, ds. Van Sliedregt, ds. Van Dop en ds. Kievit, voor het opstellen van een rapport inzake doopspractijk.
In het verslag werd ook de blijdschap uitgesproken over de resultaten van de conferentie op Woudschoten, die door ± 90 predikanten werd bijgewoond.
Op een contio van predikanten werd het Evangelisatieprobleem onder de ogen gezien.
Na de voorlezing van het verslag werden door de heer Vermooten vragen gesteld, die door de Secretaris beantwoord werden, terwijl enige opmerkingen van ds. Van Dorp naar aanleiding van het verslag aanleiding werden tot een tamelijk lange discussie.
Daarna was het woord aan de Penningmeester om verslag uit te brengen over zijn financieel beheer. Uit dit verslag bleek, dat de collecten en de contributies nog nooit zulk een hoog eindcijfer hadden bereikt als in 1952.
Nadat Psalm 86 vs. 6 was gezongen, sloot de Voorzitter de morgenvergadering.
's Middags kwart over 2 werd de vergadering weer heropend. Samen zong men Psalm 32 vs. 1.
Alvorens het woord te geven aan ds. Tukker tot het houden van zijn referaat, greep de Voorzitter de gelegenheid aan om mr. dr. Verkerk, die ter vergadering aanwezig was, de dank van het Hoofdbestuur te betuigen voor hetgeen hij in de jaren van zijn lidmaatschap van het Bestuur, voor de Gereformeerde Bond heeft gedaan.
Daarna gaf hij het woord aan ds. Tukker tot het houden van zijn referaat: „Wedergeboorte en rechtvaardigmaking".
Na het referaat werd ruim gebruik gemaakt van de gelegenheid om de referent vragen te stellen. We noemen ds. De Tombe, de heer v. , d. End, de heer v. d. Pol, ds. L. Vroegindeweij, de heer Gaasbeek, 'ds. Van Dorp, de heer Verboom, ds. v. d. Wal, de heer Blijleven, de heer Bastmeijer en de heer Huijzer.
Deze sprekers werden door ds. Tukker beantwoord.
De Voorzitter bracht zijn dank aan ds. Tukker voor het gedegen referaat en de daarop gevolgde bespreking en voor de grote belangstelling, waarmede deze zeer druk bezochte vergadering het referaat en de bespreking had gevolgd.
Nadat Psalm 84 vs. 6 was gezongen ging ds. Tukker voor in gebed, waarna de vergadering door de Voorzitter gesloten werd.
Timmer, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's