De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwijs

6 minuten leestijd

Zuid-Afrika (Transvaal)

XI.

Het is wel duidelijk, dat het onderwijs in Transvaal zo langzamerhand geleid werd via de Engelse taal in Engelse geest.

Meerdere Middelbare scholen werden opgericht en ook technische scholen werden geopend. De Directeur van het Onderwijs in de Transvaal werd door de Gouverneur, Lord Milner, benoemd tot Onderwij sadviseur voor al de aan Engeland onderworpen gebieden in Zuid-Afrika. (1903). Zijn voornaamste taak was het bevorderen van overleg en samenwerking tussen de gouvernementen van de Kaapkolonie, Natal, de Oranjerivierkolonie en de Transvaal. Dit was de eerste poging om het gehele Zuid-Afrikaanse school- / wezen onder één centraal bestuur te brengen. Het bleek echter weldra, dat de tijd hiervoor nog niet rijp was.

Reeds in 1904, met het aftreden van de vorig jaar Ijenoemde functionaris, verdween het ambt van Onderwijs-adviseur weer. Inmiddels vonden in Engeland grote veranderingen plaats. Bij de Parlementsverkiezingen in 1905 leden de Conservatieven de nederlaag en er kwam een liberaal kabinet, dat in 1906 aan Zuid-Afrika een verantwoordelijke regering toekende. Lord Selborne, die in de overgangstijd „Onderwijs" beheerde, gaf in 1906 zijn Onderwijswet. Hierin keerde hij enigszins terug tot de ideeën van ds. Mansveld, inzoverre hij voor de districten adviserende schoolraden instelde en voor de steden en dorpen plaatselijke schoolcommissies. Deze laatste kregen de bevoegdheid om onderwijzers ter benoeming voor te dragen aan de districtsraden en aan de Directeur van Onderwijs-, bovendien moesten zij door bemiddeling van de Schoolraden rapport uitbrengen over het karakter van het gegeven godsdienstonderwijs, en wel aan het Departement van Onderwijs.

Verder was het de taak van de plaatselijke schoolcommissie, om rapport op te maken wanneer een onderwijzer beschuldigd werd, dat hij zijn plicht niet deed. Zo geschiedde eveneens in andere, dergelijke gevallen.

Zodoende werd opnieuw de invloed van de ouders ingeschakeld bij het onderwijs aan hun kinderen.

Het gebruik van Hollands als voertaal bij het onderwijs werd toegestaan, totdat de leerlingen in staat waren hun onderwijzers in het Engels te verstaan. Een zeer onvaste, in elk geval subjectieve maatstaf!

Toen er nog bij kwam, dat voor bevordering van de ene klas naar de andere voldoende kennis van Engels voorwaarde was, voelden de Boeren dit als een klap in het gezicht, als een poging om hun nationaliteit en hun taal langzaam maar zeker te doen verdwijnen. Daardoor mislukte Lord Selborn's politiek, die zo welwillend aanvaard was met betrekking tot de invloed der ouders, tenslotte toch weer op de taalkwestie.

In deze overgangstijd werden de voorbereidingen getroffen van de verkiezingen voor een eigen verantwoordelijke regering. Het is te begrijpen, dat de school mede een inzet was bij deze verkiezingen. Welk stelsel zou in de Transvaal het heersende worden? Dat van de Engelse Directeur, met als doel de Staatsschool, óf dat van de gesubsidieerde Bijzondere School, zoals voorgesteld door de Christelijke Nationale Onderwijs vereniging, volgens de beginselen van de Onderwijswet-Mansveldt?

De verkiezingen bezorgden de meerderheid aan de Hollandse-Afrikaners ; Generaal Louis Botha werd Ie Minister en Generaal Jan Smuts werd Minister van Onderwijs.

Na zijn benoeming maakte Generaal Smuts een tocht door het land, waarbij hij overal redevoeringen hield, om zijn standpunt ten opzichte van het onderwijs uiteen te zetten. Het bleek dat hij er op aandrong, alle persoonlijke en partijgevoelens en belangen op te offeren aan één alles omvattend nationaal systeem van Openbaar Onderwijs, d.w.z. onderwijs, van de Staat uitgaande en door de Staat bekostigd. Hij geloofde in de mogelijkheid, de twee onderwijsstelsels te verenigen tot één Nationale School.

De Boerenbevolking, die het volste vertrouwen had in Generaal Smuts' bedoelingen, schaarde zich achter hem en daarmede verviel, wat C.N.O. zich als ideale oplossing der schoolkwestie had voorgesteld. In 1907 kwam de Onderwijswet-Smuts en de scholen werden door deze wet opgelost in het gouvernementssysteem.

Een van de belangrijkste bepalingen was, dat schoolraden en schoolcommissies als adviserende lichamen werden gevormd. Hun bevoegdheid was ongeveer dezelfde als welke zij hadden in de overgangstijd 1906—1907 onder Lord Selborne. Het was de taak van deze commissies en raden om te waken over het Lager Onderwijs binnen hun gebied. Voor de Middelbare Scholen werden besturende lichamen gevormd, om de taak van commissie en raad uit te oefenen. Al de kosten voor het onderwijs kwamen voor rekening van het Centrale Bestuur.

Wat het godsdienstonderwijs betrof, stond deze bepaling in de Smuts-wet: Geen leer of dogma van enige godsdienstige confessie of secte zal in een Openbare School worden geleerd. Hoe men dit moest klaar spelen, kan ik niet nagaan, maar het is een feit, dat vele aanvallen op deze bepaling werden gedaan, maar vruchteloos, daar reeds jaren een dergelijke bepaling in de Onderwijswet was opgenomen. De Onderwijswet van Smuts voorzag in godsdienstonderwijs, maar niet op confessionele basis. Geen leer, geen dogma. Alléén Bijbelse Geschiedenis. Dit onderwijs kon gegeven worden in het Engels, het Nederlands of in een andere Europese taal. Kinderen konden van het volgen van dit onderwijs worden vrijgesteld op verzoek van hun ouders. Alleen de onderwijzers mochten Bijbelse Geschiedenis geven gedurende de schooluren.

Ook de taalkwestie was onder het oog gezien. Ongeveer 7 jaar had het gebruik van het Engels als voertaal bij het onderwijs aan een deel van de bevolking voldoening gegeven. Maar daar naast stond het opvoedkundig gezonde principe van de C.N.O.-scholen, dat alle onderwijs gegeven moet worden in de moedertaal en dat Hollandse en Hollands-Afrikaanse kinderen moeten onderwezen worden met Nederlands als voertaal. *

De wet-Smuts bepaalde nu, dat tot en met Standaard III (dat is ongeveer het 5e leerjaar van de Lagere School) bij het onderwijs de moedertaal der leerlingen gebruikt moest worden; dat Engels als taal in elke school moest onderwezen worden en dat bedrevenheid in het Engels een voorwaarde moest blijven voor bevordering naar een hoger leerjaar; dat Engels als voertaal langzamerhand van af de lagere klassen der Hollandse scholen zou worden ingevoerd; dat gezorgd moest worden voor onderwijs in het Nederlands aan elk kind, tenzij de ouders dit niet wensten ; dat ook boven Standaard III in scholen met Hollands als voertaal twee vakken naast Bijbelse Geschiedenis en de Nederlandse taal zelf, mochten worden uitgekozen met als voertaal het Nederlands.

De benoeming van onderwijzers kwam in handen van de Directeur van Onderwijs en Opvoeding en in vele opzichten werden de leerkrachten beschouwd als burgerlijke ambtenaren.

De Directeur van Onderwijs en Opvoeding noemde de wet-Smuts een echte Transvaalse wet, waarin de verlangens en de tradities van het Transvaalse volk tot uitdrukking kwamen.

De voorzitter van de C. N. Onderwijzers vereniging noemde de wet: Niet ons ideaal, maar een grote stap in de goede richting.

„Als deze wet goed wordt uitgevoerd, dan zal Generaal Smuts in de toekomst worden geëerd als de man die de grondslag heeft gelegd voor een onderwijsstelsel, dat rust heeft gebracht en vrede en dat de rassen tezamen heeft gebracht in een sterke natie, waarin het onderscheid tussen Transvaler, Kaap-kolonist, Engelsman, Hollander of Duitser, is verdwenen en waarin ieder trots zal zijn, dat hij een Zuid-Afrikaner is".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's