De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEZOCHT EN TOCH VERHELDEREND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEZOCHT EN TOCH VERHELDEREND

5 minuten leestijd

De secretaris der Confessionele Vereniging reageert in de Hervormde Kerk dd. 23 April '53 op een woord van ds. Vroegindeweij in het Gereformeerd Weekblad, waarbij deze laatste heeft aangehaald, dat prof. Severijn er de aandacht' op heeft gevestigd, „hoe de grondslag van de Confessionele Vereniging bestaat in de drie formulieren van Enigheid omdat zij overeenkomen met de Heilige Schrift".

Inderdaad heb ik een en andermaal de aandacht gevestigd op deze aangelegenheid. Enigszins uitvoering in het nr. van ons orgaan dd. 23 Juni 1949 en later nog wel enkele keren terloops.

Ds. Groenewoud heeft bij mijn weten daarop niet rechtstreeks gereageerd en het schijnt hem zelfs ontgaan te zijn, want anders zou hij zó niet geschreven hebben.

Nu maakt hij een hele drukte over het zinnetje dat ds. Vr. heeft aangehaald, alsof dat zo ongerijmd was. Ik spreek maar niet over mijn zo even genoemd stuk. Als ds. G. dat gelezen had, zou hij geen grond hebben om het voor te stellen, alsof dezerzijds nagelaten was te citeren, wat hij zo verschrikkelijk gewichtig vindt.

Wij hebben genoeg argumentatie in hetgeen hij thans zelf ten beste geeft.

Ie. Merkt hij op, dat het „niet geheel juist" is te zeggen, dat de Drie Formulieren de grondslag van de Confessionele Vereniging zijn ! In de Statuten is geen sprake van grondslag, zegt hij.

Intussen haalt hij art. 1 dezer Statuten aan en daarin wordt gezegd : „dat de Confessionele Vereniging een vereniging is van leden der Hervormde Kerk, , , die verklaren in te stemmen met de belijdenis der Kerk". ' ,

In art. 2 zeggen de Statuten, zo vervolgt ds. G. verder : „De Vereniging erkent ; a. dat in een welgestelde Kerk de belijdenis van kracht is, omdat zij met de Heilige Schrift in overeenstemming is".

Let wèl : Ie. is er sprake van een

Confessionele Vereniging. 2e. Haar leden zijn leden der Hervormde Kerk, die verklaren in te stemmen met de belijdenis der Kerk.

Ik vraag nu: Verklaren zij in te stemmen met de Drie Formulieren (volgens de nieuwe kerkorde, plus de Catechismus van Geneve) ja of neen?

Met welke belijdenis en van welke kerk verklaren zij anders in te stemm ?

Ik vraag verder : Slaat dat „omdat zij met de Heilige Schrift in overeenstemming is" op de belijdenis der Drie Formulieren of op een belijdenis, die er niet is?

Waaraan ontleent de Confessionele Vereniging de kwalificatie : „Confessioneel"?

Ten slotte vraag ik: is het waarlijk 20 ongerijmd, op te merken, dat de belijdenis der Drie Formulieren van Eniglieid volgens de Statuten grondslag der Confessionele Vereniging is? Ds. G. schijnt het haast als iets ongerijmds te willen doen voorkomen.

Of het woord grondslag in de Satuten staat of niet, maakt niet zoveel uit. En de volgens ds. G. nagelaten aanhalingen veranderen daaraan ook niets. Wie de belijdenis der Hervormde kerk onderschrijft, met haar instemt, belijdt niet , , normatief gezag van de Heilige Schrift" en daarom ook, dat bezwaren tegen enig leerstuk, in die belijdenis geformuleerd, langs kerkelijke weg aan de H. Schrift moeten worden getoetst.

Dat ligt alles in het woordje omdat hesloten, hetgeen ds. G. bovendien zelf toegeeft: , , Het „omdat" sluit in dat altijd toetsing van de belijdenis aan de Schrift, beroep van de belijdenis op de Schrift, zelfs verandering van de belijdenis naar de Schrift mogelijk moet zijn", zo merkt hij op.

Niemand onzer heeft dat in twijfel getrokken, terwijl heel deze zinsnede omtrent het woordje omdat iedere verdere aanhaling overbodig maakt.

Wat ds. G. dan eigenlijk bedoelt?

Dat hij het woord grondslag vermeden wil hebben, omdat hij dat wellicht al te bindend vindt. Het staat immers niet in de Statuten ! En wat dan wel in de Statuten staat, wil hij klaarblijkelijk niet zo genoemd hebben.

Zo komt er dan toch enige tekening in deze zaak, ondanks het kronkelende pad, waarlangs ds. G. zijn lezers wil voeren, en ook een antwoord aan ds. Vroegindeweij. De Confessionele Vereniging wenst niet, dat van haar gezegd wordt, dat zij op de grondslag van de belijdenis der Drie Formulieren van Enigheid staat. Zij wenst dat niet „om de mogelijkheid open te laten voor die theologische studie en bezinning, die het belijden der kerk dient".

, , Wij stellen er prijs op", alzo ds. G., , , ook binnen onze kring, door ten volle recht te doen aan wat ord. 1 en 2 over het normatief gezag der Schrift zegt, de mogelijkheid open te laten voor die theologische studie én bezinning, die het belijden der Kerk dient".

Ik zou hierop willen vragen: Wat verstaat de Confessionele Vereniging dan onder het normatief gezag der Schrift? Neemt zij dat, zoals de Confessie daarover getuigt, of laat zij ook dit stuk vieren, terwille van de theologische vrijheid?

Dan zal inderdaad de kwalificatie Confessioneel ernstig in het gedrang komen.

Over , , man en paard" zullen wij maar niet spreken. De secretaris van de , , Confessionele" Vereniging kan zeer wel weten, dat er ontmoetingen zijri geweest, zelfs tussen onze Hoofdbesturen, waarbij deze zaak onzerzijds on­omwonden aan de orde is gesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEZOCHT EN TOCH VERHELDEREND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's