De nieuwe weg Vervolgverhaal
FEUILLETON
door J. W. OOMS
, , Ze komen onder Amsterdam vandaan, " wist diaken De Graaf te vertellen. , , En het is volk, dat rauw is in de mond en rauw in levensmanier."
, , Die opzichter heeft mij een en ander over die mensen verteld, " ging de dominee verder. , , Een klein deel van die grondwerkers behoort tot de kerk, maar het merendeel is volslagen onkerkelijk."
, , Daar heb je 't al, " zei Bart Kooijman mistevreden. , , Die lui kunnen hier veel bederven. Het zullen wel rooien zijn. En we hoeven heel geen namen te noemen, maar we weten allemaal, dat de daggelder Stuivenberg en de jongens van timmerman Kwaak ook al de rooie kant uit willen gaan. Hoe rap kunnen die wildvreemde grondwerkers die verkeerde geest aanwakkeren".
, , Als ik nog even het woord mag", zei de dominee rustig. , , Opzichter Mienema vertelde me, dat het een bont gezelschap is, daar in die barak. Er zitten inderdaad rare elementen onder die grondwerkers. Die Mienema vroeg me, of wij onder deze mensen niet wat werk wilden verrichten".
, , Wij als kerkeraad? Vast niet, dominee !"
, , We moeten er rekening mee houden dat die mensen misschien wel een half jaar of langer in onze buurt blijven. Ik meende dat er voor ons op de een of andere manier wel een taak lag. De opzichter wilde graag meehelpen, maar in z'n eentje kon hij weinig bereiken en daarom kwam hij naar mij toe. Vergeet vooral niet, dat deze mensen hier niets hebben. Ze zitten ver van vrouw en kinderen vandaan en de avonden duren lang in zo'n barak. Vrienden of kennissen hebben ze hier niet. Ik heb horen vertellen dat in 't café De Zeven Zotten al goede zaken gemaakt worden. Die grondwerkers gaan daar gezelligheid zoeken — al is dat natuurlijk een volkomen verkeerde plaats. Cafébezoek leidt onwillekeurig tot drinken en eenmaal op die weg gekomen, kan het van kwaad tot erger gaan. Des te meer moeten wij ons de vraag stellen, of we voor die werklui, die ver van huis zijn, niet iets dienen te doen. Ik geloof, dat we hier een plicht te vervullen hebben".
De dominee zweeg. Hij keek naar de strakke gezichten van de mannen.
, , Wat denken de mannen er van? " vroeg hij, toen niemand iets zei.
, , Ik geloof, dat het niét op onze weg ligt, dominee", zei eindelijk iemand.
, , Maar als u eens bij die lui in de keet wil gaan kijken, dan maggen wij u niet tegenhouden. Vanzelf niet. Een dominee heeft zijn plicht".
No. 16
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's