DE VREEMDE GODEN WEG!
Toen zeide Jacob tot zijn huisgezin en tot allen, die bij hem waren : Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn en reinigt u en verandert uw klederen. Genesis 35 vs. 2.
Welk een wonder van genade, dat God nog zondaren roept tot bekering. Hij trekt ze uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Hij rechtvaardigt goddelozen om niet, enkel en alleen om de verlossing, die in Christus Jezus is.
God, de Heere, rechtvaardigt niet alleen de zondaar, maar Hij komt hem ook te heiligen. O, al werd er heden een streep gezet door al de schuld van het verleden, met de opdracht om voor de toekomst voor eigen rekening te staan, dan mochten al Gods kinderen wel met weemoed uitroepen : „Vaarwel u, gij hemelen, want mijn voeten zullen nimmer uw hallen betreden". Maar God lof ! Christus is niet alleen geworden wijsheid van God en rechtvaardigheid, maar ook heiligmaking en verlossing.
Wat kan er een vertragen en verachteren wezen op de weg der heiligmaking. Dat zien we in het leven van de aartsvader Jacob.
Ongeveer dertig jaar geleden had hij de Heere in die wonderlijke nacht van het droomgezicht te Bethel beloofd om weer naar die plaats terug te keren.
Wel was hij over het veer van de Jabbok het land Kanaan binnengetrokken en had in Sichem een rustplaats gevonden. Hij was blijkbaar het zwerven moede geworden en had nu van de Kananieten een stuk gronds gekocht om zich een huis te bouwen en hutten voor zijn vee.
Ik vermoed, dat hij daar wel een tiental jaren kan hebben gewoond. Van een optrekken naar Bethel was nog niets gekomen.
Maar ziet, hoe de Heere bij vernieuwing in Jacobs leven kwam ingrijpen. Dat was hoog nodig, want het ging in Jacobs tenten niet goed.
Nog altoos diende Rachel, de vrouw, die hij zo lief had, de terafim. Dat waren van die afgodsbeeldjes, die ze bij gelegenheid van haar vlucht uit de tenten van haar vader, Laban, onder haar zadel verborgen had.
Bunyan zegt ergens in zijn , , Heilige Oorlog", dat de diabolisten, nadat Immanuël de stad mensenziel genomen had, zich overal achter de wallen en in de stegen trachtten te verbergen, uit vrees van gegrepen te worden. Maar later vertoonden ze zich weer vrijmoedig in de straten. Zo ging het ook met de afgoden van Rachel. Ze wist er de knechten en de maagden, wellicht ook de kinderen des huizes, voor te winnen.
En Jacob heeft het stellig geweten, doch het oogluikend toegezien. De vleselijke liefde voor Rachel verhinderde hem om scherp tegen haar op te treden , en het mes diep in de wonde te zetten.
Dina, zijn enigste dochter, waagde zich veel te ver buiten de vaderlijke tenten. Ze ging uit om de dochteren des lands te bezien en eer ze het wist, was haar eer van haar weggenomen door Sichem, de zoon van Hemor, een van de aanzienlijkste vorsten van het land.
Simeon en Levi hebben zich opgemaakt om de smaad van hun enigste zuster te wreken. Het heilig teken van het sacrament der besnijdenis hebben zij misbruikt om met list de inwoners van Sichem te kunnen doden.
Dat ze die Kananieten doodden, toen ze in koortshitte nederlagen, was hun zelfs nog niet genoeg. Ze sneden de pezen van de runderen in de stallen af om hun woede te koelen.
Toen Jacob het hoorde, vervulde afschuw en vreze zijn hart.
Tot op zijn sterfbed is het hem bijgebleven.
En als Jacob radeloos is van angst en verdriet, komt de Heere tot hem en zegt tot hem : , , Maak u op, trek op naar Bethel en woon aldaar en maak daar een altaar die God, Die u verscheen toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau".
Had Jacob enige tientallen jaren geleden de Heere niet beloofd, dat die steen te Bethel een huis Gods zou wezen en dat hij van alles wat de Heere hem zou geven, de tienden zou teruggeven?
O, wat was er van de vervulling van dit alles weinig terecht gekomen.
O, lezers, vrage een ieder onzer het zich af, of hij de Heere zijn gelofte heeft betaald, die hij heeft afgelegd in de ure, toen het hem bang was.
De Heere verwijt echter niets aan Jacob. Hij spreekt zelfs over de afgoden in zijn tenten niet. En toch schijnt het licht van Gods ontdekkende genade tot in de diepste schuilhoeken van Jacobs hart, als hij hoort van 's Heeren bevel om op te trekken naar Bethel.
Moge het ook zo gaan met Gods kind van onze tijd.
Of worden er nu in de woningen van Gods kinderen geen afgoden meer gediend?
En zeg nu niet, dat de Christenen in hun woningen geen terafim meer verbergen. Dat weet ik ook wel. Openbaart zich echter de wereldgelijkvormigheid ook niet in allerlei vormen in de woningen en in het hart van Gods kinderen? Zijn er geen zonden, die nog steeds gekoesterd worden in het hart?
Moest er niet gebroken worden met heimelijke zonden, die de Heere in het licht van Zijn aangezicht stelt?
Leven onze kinderen, evenals Jacobs kinderen, misschien ook op de paden der zonde? Is er ook zelfs reformatie nodig in ons gezinsleven?
Moet er ook onkruid der zonde worden uitgerukt, hetwelk al zolang voortwoekert?
Of zal men alles weer maar laten, zoals het is en in de zonde blijven voortleven.
Aan vermaningen des Heeren, aan lokkende nodigingen, aan oorlogsgevaar ontbrak het ons niet. Wee de mens, die onder dat alles zich niet bekeert!
Maar zalig de mens, die met Jacob zich opmaakt en de vreemde goden van voor Zijn aangezicht wegdoet, om bij vernieuwing als een boeteling in Bethel voor Gods aangezicht te verschijnen.
Na deze grondige reformatie reisde Jacob weg uit Sichem. En de Heere had de wacht over hem. Immers Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat ze de zonen van Jacob niet achterna jaagden. Maar wat meer is, hij mocht te Bethel opnieuw in de gunst des Heeren rijkelijk delen.
Zalig de mens, die in zijn kleinheid na vernieuwde bekering bij vernieuwing mag smaken dat de Heere goed is voor doodarme zondaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's