De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEHOORZAAMHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEHOORZAAMHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID

10 minuten leestijd

Alvorens over het Verbond, hetwelk veelal in een uitwendig en inwendig wordt onderscheiden, te handelen, nog even een kleine toepassing op het vorige.

Hoe komt het, dat er zo weinig geloofskracht openbaar wordt onder ons volk. Er is belangstelling, trouwe kerkgang, men wenst een orthodoxe prediking, men toont offervaardigheid en toch gaat er zo weinig kracht van ons uit.

Dat is toch wel een vraag, die onderzoek waard is. De Reformatorische Christenen vormden 10 a 15 % der bevolking in ons land en zij hebben hun stempel op de ganse natie gedrukt.

Mankeert er wat aan ons godsdienstige leven, aan ons geloof, wijl het zo zwak is ?

Ook de dienaren des Woords vragen zich deze dingen af. En het is daarom, dat op conferenties en samenkomsten er onder elkander telkens vragen aan de orde komen, die daarmede verband houden. Voorlopig is het enige voordeel daarvan, dat velen er mede bezig zijn.

Dat kunnen wij telkens opmerken en dat blijkt ook uit de vragen, die ons worden toegezonden en die wij in deze stukken ook willen beantwoorden.

Zo vraagt iemand, of een prediker dan niet mag zeggen, dat God Zijn genade aanbiedt. Het gaat n.l. over dat aanbieden.

Ik heb gezegd, dat het mij niet om een woord gaat. Als de prediker er behoefte aan heeft om zo te spreken, is dat op zich zelf genomen niet oneerbiedig bedoeld. Inderdaad kan men opmerken, dat het nog al gebruikelijk is om van het aanbod der genade, e.d.g. te spreken. Mogelijk vindt dat mede aanleiding in de gerezen kwestie bij de gereformeerde gemeenten. Daarom is het nodig, dat men er zoveel bij zegt, dat de mensen en vooral jonge mensen daaraan geen verkeerde voorstellingen verbinden. Ik zeg dat niet graag zo, maar duidelijkshalve moet het nu wel : God is geen marskramer, die iets aanbiedt.

Nergens lees ik : Gaat dan heen en biedt het Evangelie aan alle creaturen aan, of biedt de beloften of de genade des Evangelies aan alle creaturen aan, maar verkondigt, predikt het Evangelie. God stelt ons in het Evangelie Zijn Christus voor. Hij maakt zich zelf bekend, zoals Hij is, genadig, lankmoedig, barmhartig en rechtvaardig, als een God, die niet met Zich laat spotten, en die de schuldige geenszins onschuldig houdt.

Men kan het Evangelie der genade Gods aannemen of verachten, maar men kan het niet straffeloos, vrijblijvend verachten.

Juist in onze tijd, waarin allerlei ketterse opvattingen en goddeloze gedachten worden gelanceerd en zelfs wordt geleraard, dat de mens over God kan denken, mag denken zoals hij wil, zodat ieder zo zijn eigen gedachten over God heeft, kunnen dergelijke uitdrukkingen tot verkeerde voorstellingen omtrent God aanleiding geven.

Zeker, het is mij niet onbekend dat ook in de Dordtse Leerregels de uitdrukking voorkomt: , , Christus, door het Evangelie aangeboden" ! Maar wat kan dat anders betekenen dan bekend gemaakt, voorgesteld, verkondigd?

Er wordt in onze dagen gesproken van , , goedkope genade", omdat sommigen een evangelie preken, waarvan men de vruchten deelachtig heet te zijn, onverschillig of men gelooft of niet gelooft. Een onzer predikanten noemde dit puntig en ad rem super- Amerikanisme, en verklaarde dit door de opmerking, dat het in Amerika nog niet was voorgekomen dat men enige spijze aanbood met de spijsvertering er bij !

Genade is wel genade, maar zij kost aan onze kant altijd een mens : Die zijn leven zoekt te behouden, zal het verliezen, maar die zijn leven verliest om Mijnentwil en om des Evangelies wil, die zal behouden worden. (Mark. 8 VS. 35).

En aan Gods kant? Hoor wat de Schrift zegt : Niet door goud of zilver of vergankelijke dingen, maar door het dierbaar bloed van Christus Jezus. (1 Petrus 1 VS. 19).

De genade is niet goedkoop. De genade is ook niet te koop. Maar de genade kan ook niet goedkoop worden veracht, want die het geweten zullen hebben en niet gedaan, zij zullen met vele slagen geslagen worden. (Lukas 12 VS. 47).

Als men dit alles bedenkt, zal ook begrepen worden, waarom wij tot voorzichtigheid vermanen met het gebruik van dergelijke uitdrukkingen als genade aanbieden, Christus aanbieden e.d.g., welke men trouwens vergeefs zoekt in de Heilige Schrift.

Sommigen hangen aan deze uitdrukking aanbieden en willen daarin toch eigenlijk nog iets meer, hebben dan verkondigen, bekendmaken, omdat zij aan het verkondigd worden der genade niet genoeg hebben. Als de Heere Zijn genade niet aanbiedt, mag je dan je toevlucht nemen tot de Heere?

Wij zitten hier midden in het misverstand. Lees maar eens Rom. 10 vs. 11 v.v. : Een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Dan vs. 13: Want een iegelijk, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.

Er staat niet : een iegelijk, die de aangeboden genade aangrijpt, of hoe zullen zij Hem aanroepen, indien de genade niet aangeboden wordt, maar er staat : Hoe zullen zij Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hóe zullen zij horen, zonder die hun predikt. En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden.

De Schrift spreekt van geloven in Hem, die gepredikt, d. i. voorgesteld, bekend gemaakt, van Wien getuigd wordt.

Toevlucht nemen tot de Heere, doet de mens, die geen uitkomst meer ziet, omdat alle uitwegen, welke het zondige mensenhart aangrijpt om te ontkomen, worden versperd, en voor dezulken heeft de Heilige Schrift niet een aanbieding der genade, maar een nodiging: Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven. Matth. 11 VS. 28). Komt alle gij dorstigen, komt tot de wateren. (Jesaja 55 VS. 1).

Men ziet, de prediking van het Evangelie gaat uit tot allen, tot de ganse aarde, maar de nodiging draagt een bijzonder karakter : Zij gaat uit tot vermoeiden en belasten, tot hen, die dorsten naar gerechtigheid. Hiervan kunnen veel meer voorbeelden worden aangehaald;

Het is dus zó : inzoverre het woord aanbieden van Christus en Zijn genade geen andere betekenis bedoelt te hebben als verkondigen, bekendmaken, voorstellen, prediken, gaat het tot allen uit, die het horen. Inzovere het meer wil zijn, op een nader contact bedoelt te wijzen, inniger-wil zijn, is het beter van nodiging te spreken, want dan krijgt het een bijzonder karakter.

Wij willen zo gaarne het algemene en bijzondere onderscheiden, en dat heeft een goede reden, maar dat is nu juist de grond, waarom het woord aanbieden niet geschikt is, aangezien het tegelijkertijd in algemene en bijzondere zin wordt gebruikt. Dit is wel heel erg duidelijk geworden in het conflict in de Gereformeerde Gemeenten.

Wat men dus met aanbieden in algemene zin kan bedoelen, komt alzo zeer nabij de gedachte, welke men uitdrukt met het woord uitwendige roeping, of zoals wij in navolging van Calvijn liever zeggen ; algemene roeping.

Wil men aan de uitdrukking , , aanbieden der genade" een bijzondere zin verbinden, dan komt men wel heel dicht bij de inwendige roeping. Immers alleen het feit, dat de ene groep in de Gereformeerde Gemeenten de aanbieding alleen op de uitverkorenen betrokken wil hebben, kan dat aantonen.

Boven dit alles merken wij nog eens op, dat de Heilige Schrift ons niet, voorgaat in het gebruik van het woord aanbieden, doch steeds spreekt van verkondigen en prediken, en dat zij genoegzame voorbeelden geeft van nodigende woorden Gods om de vreesachtigen, de wankele zielen, de kleingelovigen en moedelozen tegemoet te komen.

Als men kennis neemt van onze kerkelijke bladen, kan men opmerken dat de uitdrukking , , aanbod der genade" tamelijk veelvuldig wordt gebruikt, b.v. ook in de zin van een waarschuwing : , , hoe vreselijk, bij zulk een aanbod der genade toch verloren te gaan", e.d.g.

Ik zeg daar geen kwaad van, maar geloof toch dat veel meer op de eis van gehoorzaamheid gewezen moet worden.

Welk een grote plaats neemt die eis in de Schrift in ! God stelt Adam onmiddellijk na de schepping onder de eis der gehoorzaamheid aan Zijn wil. Hij zet Israël in de woestijn onder de eis van Zijn wet en de profeten vermanen de eeuwen door tot gehoorzaamheid. De ganse weg van de Christus is een weg der gehoorzaamheid : Het nieuwe leven in Christus is een nieuwe gehoorzaamheid.

Nooit en nergens is de eis der gehoorzaamheid opgeheven en hoe zal de gevallen mens ontdekt worden aan zijn verdorven staat, hoe anders dan onder de eis der gehoorzaamheid?

De mensen praten tegenwoordig zoveel van een antwoord van de mensen, van de gemeente, of wat zij meer op het oog kunnen hebben, aan God. En men staat er soms vreemd van te kijken, wat zij daarvan maken, ja, het lijkt er dikwijls op, of God op een antwoord van de mens zit te wachten en nog gevleid moet zijn als de mens zo vriendelijk is.

Daartegenover stellen wij, dat God niets van ons vraagt, ja eist, als gehoorzaamheid aan Zijn wil, gelijk Hij die in Zijn Woord geopenbaard heeft.

Daarom gehoorzaamheid in woord en daad — of belijdenis van zonde en schuld. Dat is het antwoord.

Tegenover de verkondiging van Wet en Evangelie, welke de Heere door Zijn dienaren tot ons laat komen, staat onze ongehoorzaamheid en schuld, zo wij die verkondiging niet ter harte nemen en indien wel, schuldbelijdenis en ongeloof. 

Welk een worsteling kan dat zijn van de verslagen zondaar om het Evangelie der genade met een gelovig hart te omhelzen : Wie zijn zonde belijdt en ze nalaat, dien zijn ze vergeven.

Ook die nieuwe gehoorzaamheid, de gehoorzaamheid om de belofte des Evangelies toe te eigenen, kan de mens in eigen kracht niet opbrengen. Toevlucht nemen tot Christus wordt vaak zo gemakkelijk gezegd, maar de genade Gods ligt niet op een presenteer-blad, zodat wij er iets van kunnen nemen naar onze verkiezing.

Neen, Christus is een Weg, een Ievende en verse Weg, die moet worden gegaan, waarin Gods kind wordt geleid door de Geest van Christus tot kennis en aanneming van een nieuwe gerechtigheid in Hem en een wandel in nieuwe gehoorzaamheid.

Zij, die de prediking van het Evangelie verachten, aan de Christus, die hun wordt voorgesteld, voorbijgaan, weten niet wat zij verachten en aan welk een genade zij voorbijgaan.

Maar zij weten ook niet, dat zij daaraan niet ongestrait voorbijgaan.

Daarom valt de nadruk niet zozeer op wat men dan aanbod der genade noemt, maar op de verachting van het Evangelie, dat gepredikt wordt. Op die verachting moet gewezen, op de eis der gehoorzaamheid en op het recht Gods en daarom op het feit, dat men met die God van doen heeft, bij Hem in rekening staat, en ook in ongeloof of onverschilligheid zich uit deze betrekking niet kan losmaken.

Die onder het geklank des Evangelies leven, kunnen wel doen, alsof zij zonder God in de wereld zijn, en voor zich zelf leven zij wellicht zonder God of stellen zich tevreden met een afgod, maar dat neemt de feitelijkheid niet weg, dat zij in Gods wereld leven, onder Zijn wet staan en schuldig zijn de gehoorzaamheid te brengen, die God van ons vordert.

Wij roemen in onze gebeden zo vaak het voorrecht van onder de prediking geboren te zijn, en velen, die niet meer met ons opgaan, rekenen zich toch nog onder de Christenen, willen althans geen heidenen heten, doch laat ons vóór alles niet de grote verantwoordelijkheid vergeten, welke dit met zich brengt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEHOORZAAMHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's