De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDERWIJS

5 minuten leestijd

XIV.

De taal van een volk is aan verandering onderhevig. Ze maakte in de loop der eeuwen een bepaalde ontwikkelingsgang door. Zo is uit de taal der 17e eeuw in ons vaderland het moderne Nederlands ontstaan. We noemen speciaal de 17de eeuw omdat in die tijd de Hollandse kolonisatie in Zuid-Afrika begint. Daar echter ging de taalontwikkeling een heel andere weg ; die liep niet uit op het moderne Nederlands maar op het Afrikaans, een taal, die ontegenzeglijk veel nog overeenstemt mét het Nederlands, maar toch een geheel eigen karakter heeft en in woordenschat, in grammatica, in schrijfwijze en in accent veel van onze taal verschilt.

En dat verschil is verklaarbaar, al heeft de diepere oorzaak er van al heel wat taalgeleerden bezig gehouden en tot het opzetten van verschillende theorieën aanleiding gegeven.

Prof. Smith van Stellenbosch acht de theorie der spontaneïteit het meest overeenstemmende met de feiten zowel uit een oogpunt van taal als van geschiedenis. Hij meent dat hier eenvoudig sprake is van een directe, ongebroken ontwikkeling van het Nederlands der 17de eeuwse kolonisten tot het huidige Afrikaans. Die omstandigheden waren n.l. gans anders dan hier in Nederland. Vóór 1700 was de werkelijke Europese kern der Afrikaans sprekende bevolking slechts een duizendtal mensen. En dat in een gebied oneindig groter dan Nederland. Bovendien, wat het land zelve betreft en de levenswijze der bevolking was er wel een groot verschil met het moederland. En dan de bevolking, die omvatte zowel Franse als Duitse elementen, benevens kaffers en hottentotten. Als we dit in overweging nemen, dan is het geen wonder, dat er een eigen taal is ontstaan, afwijkende van het Nederlands, maar wèl een wonder dat deze taal nog zoveel met het Nederlands gemeen heeft.

In dit verband moeten we ook vooral de grote invloed van het Engels niet vergeten.

In het begin der 19de eeuw was daar reeds het Afrikaans als een aparte spreektaal. Geschriften in het Afrikaans komen vóór 1860 zelden voor. Iedereen maakte nog gebruik van het , , Nederlands", tenminste zo heette het, maar een feit was, dat dit , , Nederlands" zeer gebrekkig was en meer leek op Afrikaans dan op zuiver Nederlands.

Nadat de Kaap Brits eigendom was geworden, verloor de taal der oude kolonisten gaandeweg terrein. In 1865 was Engels de enige voertaal op de scholen in de Kaapkolonie. En niet alleen daar, maar ook in de Oranje Vrijstaat en de Transvaal breidde ze haar invloedssfeer uit, niet het minst door de handel en de pers in de steden. De grote invasie van mijnwerkers in de goudmijnen versterkte bovendien de positie van het Engels en alles scheen samen te werken, om de hele volksgemeenschap te verengelsen, vooral in de steden. De aggressieve neigingen der Britse nieuwsbladen en de geleidelijke groei van het prorEngelse sentiment deed echter verzet opkomen. Een kleine minderheid stak de hoofden bijeen en begon met grote geestdrift te streven naar versterking van de positie van hun eigen taal, zoals deze zich in de loop van twee eeuwen had ontwikkeld. Zij wisten verschillende bijdragen in Hollandse kranten geplaatst te krijgen en die werden met grote bijval gelezen. In 1875 werd het „Genootschap van Regte Afrikaners" opgericht met het doel, om het gesproken Afrikaans tot de rang van schrijftaal te verheffen. Het „Genootschap" was niet groot en niet rijk, maar het bestond uit mannen, die vol geestdrift, de moed hunner overtuiging hadden en bereid waren hun persoonlijke belangen op te offeren aan hun idealen. Sinds 1876 gaven zij , , Die Patriot" uit, eerst als maandlater als weekblad.

De ons reeds bekende ds. S. J. du Toit was één van de leiders der beweging.

Het volk als geheel bleef echter nog bij het Nederlands als schrijftaal. Zo ook de „Zuid-Afrikaanse Taalbond". De officiële taal der Zuid-Afrikaanse Republiek was Nederlands.

Na de oorlog van 1899—1902 heerste enkele jaren grote neerslachtigheid. Wat de taal betreft was de toestand critiek. Het Nederlands, tot voor 1899 officieel gebruikt, was bezig om als geschreven taal uit te sterven, terwijl het Afrikaans als gesproken taal zo zeer de invloed van het Engels ondervond, dat men niet ten onrechte vreesde, dat het weldra geheel in het Engels zou opgaan.

Gelukkig herleefde eindelijk de oude veerkracht er er werden weer stemmen gehoord voor herstel van het „Afrikanerdom".

Christelijk Nationale Scholen werden gebouwd onder bescherming van invloedrijke Hollandse godsdienstige en politieke leiders en goed-georganiseerde vrouwenverenigingen sloten zich bij de beweging aan. Natuurlijk genoot de taalkwestie de volle aandacht.

Eerst werd slechts een vereenvoudigde vorm van de geschreven Hollandse taal erkend, maar het werd allengs duidelijk, dat Hollands alleen bewaard kon blijven door de erkenning van een geschreven Afrikaanse taal.

In 1905 werd het pleit gevoerd voor het neerleggen van het „ouderwetse wapen van het Nederlands" en het opnemen van het , , moderne wapen van het Afrikaans" in de strijd voor de nationale taal en tradities. In 1909 werd opgericht de Zuid-Afrikaanse „Akademie vir Taal, Lettere en Kuns", met het doel: handhaving en bevordering van beide vormen van de Nederlandse Taal en vaststellen van regels voor de spelling van het Afrikaans. Let u er wel op: Afrikaans, als één der vormen van het Nederlands !

Inmiddels verschenen boeken in het Afrikaans en verschillende periodieken.

In 1914 kwam de eerste officiële erkenning. Het Afrikaans mocht als voertaal in de lagere scholen gebruikt worden. Sinds 1919 werden leerstoelen voor het Afrikaans gesticht aan al de universiteiten van Zuid-Afrika..

Ook de kerk ging mee. Eerst was er aarzeling, immers de Hollandse Statenbijbel was algemeen in gebruik. Maar weldra werd besloten de Heilige Schrift in het Afrikaans te vertalen. Dit werk kwam in 1934 gereed en in twee jaar tijd werden meer dan 300.000 Afrikaanse bijbels verkocht. In 1936 volgden de psalmen en gezangen in het Afrikaans.

In 1925 was door het Unie-parlement door een aanvulling in de grondwet het Afrikaans erkend „overal en voor ieder doel" als één van de officiële talen der Unie. Hierdoor was.— wat tot dusver slechts in de verschillende provinciale raden was voorgesteld, als grondwettelijk besluit voor de gehele Unie ge­regeld.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's