DE DIALECTIEK VAN DE AFSCHEIDING
Het is bekend genoeg dat een oversimplistische toepassing van het afscheidingsprincipe ons niet de oplossing van het kerkelijk vraagstuk nabij brengt. We zien — om een bekende spreuk te variëren — dat het de vloek is der afscheiding dat ze steeds nieuwe afscheidingen baart. Als er eenmaal opening gegeven is aan het water, wordt de bres al groter en de overstroming al omvangrijker.
Bekend is ook, misschien niet voor ieder helaas, dat onze Nederlandse geloofsbelijdenis over deze materie ook het éne zowel als het andere zegt.
In artikel 28 , , Dat een iegelijk schuldig is zich bij de ware kerk te voegen". Het woord , , afscheiden komt in dit artikel twee maal voor.
Gesproken wordt van het , , ambt der gelovigen" wat in heeft dat men , , volgens Gods Woord, zich afscheidt van degenen, die niet van de kerk zijn en zich voegt tot deze (heilige) vergadering (der Christgelovigen), hetzij op welke plaats dat God ze gesteld heeft". Opmerking verdient dat niet allereerst gedoeld wordt op een afscheiding van een eventueel valse kerk, maar op een afscheiding van , , die niet van de kerk zijn". Ik vat het op als een zich distantiëren van wereldse kringen. De kerk moet wel absoluut verwereldlijkt zijn wil men hier lezen, dat men zich van de een of andere kerk moet afscheiden om eeii , , zuiverder openbaring van Christus' lichaam" te creëren.
Nogmaals komt het woord „afscheiding" aan de orde heel aan het slot. Spoedig leest men er aan voorbij. , , A1 degenen die zich van dezelve (de kerk) afscheiden doen tegen de ordinantie Gods."
Ik geloof inderdaad, dat op een onzalig uiterst ogenblik de kerk zover verwereldlijkt is, dat men zich zal moeten afscheiden, omdat het geen kerk meer is, omdat haar leden van de kerk niet meer zijn. Maar dan moet men ook al ten volle overtuigd zijn in zijn gemoed, opdat men zodoende niet handelt tegen de ordinantie.
De vraag is maar of men zich afscheidende van degenen die niet van de kerk zijn, zich niet afscheidt van deze heilige vergadering der Christgelovigen. De eerste afscheiding mag niet de laatste blijken. Het zich afscheiden van degenen, die niet van de kerk zijn, dat kan en dat moet in zeker opzicht binnen de gemeente zelf zelfs gebeuren. Het eerste is een zich afscheiden van mensen, het andere een zich afscheiden van de vergadering, van de kerk.
Daarom is wel , , goede voorzichtigheid" om met artikel 29 te spreken — nodig op dit terrein. Dit artikel 29 wijst ons ook voor het begrip , , valse kerk" in de richting van de secten en niet allereerst de kant op van de gevestigde kerken, zoals het afscheidingsbeginsel suggereert.
Ik wil dus ten slotte maar zeggen dat onze belijdenis twee afscheidingen kent : een goede, die we moeten betrachten en een verkeerde, waar we ons voor moeten wachten. Het ambt der gelovigen is ieder kind des Heeren opgelegd : de goede schriftuurlijke afscheiding, maar doet het niet al te goed, want dan vervalt ge tot de afscheiding, die tegen Gods ordinantie indruist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's