De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERBOND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERBOND

10 minuten leestijd

Met de naam verbond wordt door de gereformeerde theologie de verhouding aangewezen tussen God de Schepper en de mens, Zijn schepsel. Die verhouding wordt alzo voorgesteld als verbondmatig, m.a.w. zij draagt het karakter van een overeenkomst, waarbij — laat ik het maar eens wagen — zekere voorwaarden of condities worden vastgesteld, aan welker vervulling de overeenkomst gebonden is, zodat deze kan geschonden worden door ontrouw.

Het behoeft ganselijk niet uitvoerig aangetoond te worden, dat verbond en overeenkomst in ons menselijk leven een zeer grote plaats innemen en veelvuldig voorkomen. Men denke aan het huwelijk en aan heel de saamleving, welke daarvan vele voorbeelden biedt.

Overeenkomsten onder de mensen nu zijn in de regel tweezijdig, niet alleen in die zin, dat er twee partijen zijn, die de overeenkomst sluiten, maar ook zó, dat beide partijen een aandeel hebben in de bepaling van de overeenkomst.

Dit laatste nu is niet het geval bij de verbondmatige verhouding van God en de mens. Wel is deze verhouding een relatie van Persoon tot persoon. Wel onderstelt zij een gemeenschap tussen God en de mens. Het betekent alzo, dat God zich openbaart aan de mens. De Godsopenbaring is niet iets, dat er bij komt, zodat een mens ook zonder openbaring Gods zijn bestemming zou bereiken. Neen, de Godsopenbaring is van Godswege bij de schepping van de mens voorgenomen. Zij behoort bij wijze van spreken er bij : n.l. zó, dat de schepping van de mens in het voornemen Gods de Godsopenbaring mede omvatte, omdat de mens geroepen zou zijn tot kennisse Gods en in de Godskennis het leven zou vinden !

Dat alles ligt in de schepping naar Gods beeld, waarop wij nader terugkomen.

Thans gaat het er om, dat wij verstaan hoe nauw deze dingen verbonden zijn en dat de verhouding van de mens tot God wordt bepaald door zijn schepping en levensbestemming en dus religieus van aard, ja als zodanig religie is.

Dezelfde goddelijke Wil, die zich voornam de mens naar Zijn beeld te scheppen, nam zich ook voor Zich aan die mens bekend te maken en dat op een voor de mens bestemde wijze van kennen. God wilde, dat de mens gemeenschap met Hem zou oefenen en in die gemeenschap zijn bestemming zou bereiken. Hierin is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt. (Joh. 17 vs. 3).

De verhouding van de mens tot God, zijn Schepper, wordt derhalve door die gemeenschap als een geloofsrelatie, als religie, getypeerd.

Het verbond echter heeft met zovele menselijke overeenkomsten niet gemeen, dat beide partijen over de aard en de voorwaarden van de overeenkomst meepraten. Het verbond als aanwijzing van de verhouding tussen God en mens wordt eenzijdig door God bepaald. De mens heeft daarin geen stem. Dit volgt reeds uit het feit, dat de mens een geschapen wezen is, in alles afhankelijk van zijn Schepper. Door deze grondverhouding Schepper—-schepsel, wordt ook het verbond bepaald, d.w.z. God maakt het verbond uit, richt het verbond met de mens op en stelt de voorwaarden, of liever de eisen en de beloften van het verbond vast.

De verbondmatige verhouding, waarin God met de mens wil omgaan, wijst intussen enerzijds op de goedertierenheid Gods en is anderzijds een voorrecht en eer voor de mens, welke hij schiep naar Zijn beeld, omdat Hij door de mens gekend en gediend wilde wezen.

In de verwerkelijking van de verbondmatige verhouding is dan ook de ware religie gelegen. Die verwerkelijking zal zich vervullen in de vervulling van de eisen van 's mensen kant en in de vervulling der beloften van Gods kant. Anders uitgedrukt : De vervulling des verbonds is in trouw gelegen. Van Gods zijde staat de trouw onwankelbaar vast, maar de mens heeft zich een verbondsbreker betoond.

Men schrikke niet al te zeer van de term , , voorwaarden". De oude gereformeerde theologen waren niet zo bang voor het woord, hoewel men het later ging mijden, omdat het verkeerd werd opgevat. Men kon niet altijd rekenen op verstandige mensen, die voor ogen houden, dat wij de Heere God nooit iets kunnen toebrengen, en dat ook de vervulling der voorwaarden van het verbond nimmer zo mag worden opgevat, dat de mensen in de vervulling van Zijn wil de Heere God ook maar iets zouden kunnen toebrengen. Wij geven intussen de voorkeur aan de uitdrukking „eisen des verbonds".

Overigens kan het duidelijk zijn geworden, dat de verbondmatige verhouding als de gewone, de normale, door God gewilde verhouding, in welke Hij door de mens gekend en gediend wil zijn, moet worden beschouwd.

Het werkverbond.

Vooral de gereformeerde theologie heeft aandacht geschonken aan het verbond, zoals wij boven hebben opgemerkt. Dat behoeft niemand te verwonderen, daar zij wordt gekenmerkt door een grote belangstelling voor het waarachtige religieuse leven. En wij hebben gezien, dat dit wordt getypeerd door verbondmatigheid.

Het paradij sleven, voorzover de Heilige Schrift daarover haar licht doet opgaan, wijst duidelijk op zulk een verbondmatige omgang van de Heere God met de mens. Onmiddellijk na de schepping leidt de Heere hem in de hof, brengt hem bij de boom des levens en de boom der kennis en des goeds en des kwaads, spreekt met hem, stelt hem voor de weg van leven en dood, en stelt hem onder de eis van gehoorzaamheid aan Zijn wil.

Wij hebben zo straks van voorwaarden of liever eisen gesproken. Hier zouden wij kunnen zeggen : gehoorzaamheid is eis des verbonds.

De gereformeerde theologen hebben dat ook zo verstaan en daarom van werkverbond gesproken. Zakelijk komt dit reeds bij Augustinus voor.

Eerlijk gezegd, vind ik deze term niet gelukkig en dat wel om de volgende redenen.

Ie. Omdat deze uitdrukking voor misverstand vatbaar is, als ware het zó, dat de mens het eeuwige leven door de gehoorzaamheid zou hebben kunnen verwerven. Zulk een gedachte nu is in strijd met onze schepping en Godsopenbaring.

Met onze schepping, omdat ons schepsel-zijn uitsluit, dat wij ooit iets zouden kunnen verdienen voor God, zodat wij het onafhankelijk van Hem zouden kunnen hebben. Wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? En zo gij het ontvangen hebt, wat roemt gij? (1 Cor. 4 VS. 7).

In strijd met Gods openbaring, omdat zij zegt, dat wij — indien wij alles volbrachten wat Hij van ons eist — nog slechts onnutte dienstknechten zouden zijn'! (Lukas 17 vs. 10).

Wij zijn ten enenmale geroepen en verplicht om de gehoorzaamheid te brengen, welke Hij van ons vordert — en indien wij dat zouden gedaan hebben, zouden wij alleen nog maar gedaan hebben wat roeping en plicht is, en daarmede uit. De gehoorzaamheid aan Gods wil verdient niets, geeft geen vordering onzerzijds op God.

Gods eis der gehoorzaamheid, de mens gezet, staat op zich zelf. Hij is onze Schepper, Souverein, Gebieder, Rechter, Gever van alle gaven en krachten en daarom brengt onze gehoorzaamheid Hem, de algenoegzame God, niets toe, en geeft zij ons in het minst geen recht om van Hem ook maar iets te vorderen.

Daarom acht ik het woord werkverbond niet gelukkig, ja, zelfs onjuist. 

Immers, als God de Heere aan Zijn eis van gehoorzaamheid de belofte van het eeuwige leven wil verbinden — — Doe dat, en gij zult leven (Lukas 10 VS. 28) — is dat louter vrije genade. Gehoorzaamheid verdient niet het leven, want gehoorzaamheid verdient ten enenmale niet. Denk aan de onnutte dienstknecht. Eigenlijk is deze gedachte van verdienen ook onder ons ingeslopen.

Dat is nu wel heel natuurlijk menselijk en daarom zijn wij allen van nature wat pelagiaans, om niet te zeggen Rooms, maar het is niet Schriftuurlijk.

De mens is tot gehoorzaamheid aan de wil Gods verplicht, maar God is jegens die gehoorzaamheid van de mens niet verplicht. Hij is vrij en vrijmachtig ! En de mens is op en voor zich zelf niets !

Dat mag in onze tijd nog wel eens worden onderstreept, want er zijn mensen, die schijnen te menen, dat zij God iets kunnen schenken of Hem een genoegen kunnen doen, b.v. door aan Hem te denken. Hem een beetje te dienen of in de gelegenheid te stellen een gesprek met hen te voeren. Dezulken hebben gewoonlijk bezwaar tegen anthropomorphische (mensvormige) Godsvoorstellingen, en vallen zelf in tienmaal erger euvel en op een wijze, die alle onderscheiding uit het oog verliest en klaarblijkelijk niet weet, dat God is de Algenoegzame in Zichzelf.

Dat komt er van, als men critisch tegenover de Bijbel staat en de apostel Paulus zo ongeveer op één lijn zet met de een of andere theoloog, wiens uitspraken mogelijk zelfs worden geacht als voortreffelijker en beter dan die van de geroepen apostel van Christus en het uitverkoren vat om het Evangelie onder de heidenen te verkondigen. Deze apostel n.l. heeft aan de Grieken te Athene geleerd, dat God van mensenhanden niet gediend wordt, als iets behoevende, alzo Hij Zelf alleen het leven, en de adem, en alle dingen geeft. (Vgl. Hand. 17 vs. 25).

Een en ander moge duidelijk gemaakt hebben, dat de gehoorzaamheid, welke God van ons vordert, ook als wij die betrachten in gerechtigheid niet verdient, zodat de belofte Gods een vrije belofte en een genadige beschikking betekent, waarop de rechtvaardige geen recht heeft vanwege zijn volbrachte gehoorzaamheid, maar welke hem toekomt uit genade, omdat God het gezegd heeft.

En omdat dat zo is, gelijk wij hebben aangetoond, kan ons het woord werkverbond niet behagen. Wij zouden liever spreken van Paradijs verbond.

Weliswaar lezen wij in de Heilige Schrift niet van de oprichting van een Paradijs verbond, maar ook niet van een werkverbond. Doch wij hebben gezien, dat de Here met de mens, die Hij geschapen heeft, van den beginne aan verbondmatig omgaat. Daarom is de zaak aanwezig al is het woord , , verbond" er niet. De oude theologen wezen ook op Hosea 6 : 7 , , Maar zij hebben Mijn verbond overtreden als Adam". Van verbond te spreken is daarom niet onschriftuurlijk.

Zouden wij van verbond der gehoorzaamheid spreken, dan is het daardoor niet onderscheiden van het verbond der genade, want dat eist een nieuwe gehoorzaamheid.

Gehoorzaamheid is de eis van alle verbonden Gods, ook het Noachietische. Dat is zo, omdat het verbonden Gods zijn. Aan Gods zijde komen alle verbonden met een belofte. Wat de inhoud betreft, gaat het in alle verbonden om de wijze, waarop God gemeenschap wil hebben met de mens, en hoe Hij wil gekend en gediend zijn door de mens.

Daarom kunnen wij ook zeggen, dat de ware religie in en door het verbond bepaald, en derhalve door God de Heere zelf bepaald is.

Overigens onderstelt het eerste verbond, het verbond met Adam, een staat van oorspronkelijke gerechtigheid en heiligheid, welke alleen in het Paradijs werd gevonden en dat komt tot uitdrukking als wij van Paradijsverbond spreken.

De overtreding van Adam, zijn ongehoorzaamheid, betekende van zijn kant ontrouw en bondsbreuk. Zijn verhouding tot God werd daardoor gebroken.

Dit had dus ernstige gevolgen : Ie. Hij had zich de rechtmatige toorn Gods op de hals gehaald en stond schuldig tegenover God, zichzelf en zijn nakomelingschap.

2e. Gods gerechtigheid eiste zijn dood : ten dage als gij van deze boom eet, zult gij de dood sterven ! (Genesis 2 : 17).

3e. Hij was van de gerechtigheid in de ongerechtigheid vervallen en kon geen stap terug. Hij kon zijn zonde niet ongedaan maken.

4e Hij blijft onder de eis der gehoorzaamheid van het verbond, maar de pleitgrond voor de belofte des levens is hem ontvallen. Hij heeft zich zelf van die pleitgrond beroofd en van de conditie : Doe dat en gij zult leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VERBOND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's