DIMMEN
Het is, dunkt me toch, tegen het zesde gebod, dat vele automoblisten er rustig een gewoonte van maken hun, en vooral juist weerloze, tegenliggers, met verblindende lichten voorbij te zweven. Dit verschijnsel is een klein exponent van verloren respect voor de medemens.
Ook in het geestelijk verkeer stuiten we op dit euvel.
In Wumkes' It Fryske Reveil, alleen toegankelijk voor wie de Friese taal leesbaar is, komt ter sprake een , , koningsdochter" Baye Panstra. , , Een van de diaconie, dié verscheidene bevindingen en openbaringen van God had ontvangen, maar waarvan ze ongaarne vertelde om zwakken in het geloof niet twijfelmoedig te maken". Van deze oude lang ontslapen koningsdochter kan menigeen heel veel leren. De Heilige Geest verleent aan ongeleerde mensen een beschaving waaraan de superculturele wereld niet tippen kan. Waar hebben ze dit toch vandaan ? Zijn ze vroeger in een heel deftige betrekking geweest, bij een adellijke dame of zo ? Nee ze zijn met Jezus geweest ! Ze zijn met de Heilige Geest vervuld. Waar men mee omgaat daar wordt men mee besmet, dat kan, maar men kan erdoor ook gelouterd en vernieuwd worden.
Wat hebt ge, dat ge niet hebt ontvangen ? Het is in één woord weerzinwekkend om met geestelijke gaven en genaden — met genade nota bene — anderen de ogen uit te steken. Opgeblazen tegen elkander. Maar de liefde is niet opgeblazen. Integendeel.
Trouwens de Heere waakt dat de Zijnen zich niet verheffen door de uitnemendheid der openbaringen. Hij zorgt wel dat de weegschaal in evenwicht blijft, Hoe meer , , inkomen" hoe meer , , belasting" zo is het ook veelal in het Koninkrijk der hemelen althans hier op aarde.
Boston in zijn beroemde Viervoudige Staat schrijft : , , maar zekerlijk is het van de duivel, dat zwakke christenen een pijnbank voor zichzelven maken van de vordering der sterken". We mogen bekeringsgeschiedenissen lezen. Waarom niet als ze goed zijn tenminste. Maar we mogen er geen recept of patroon van maken. Wie hoorde nooit zeggen : o nee maar dat was Paulus en met Paulus wil ik me niet op een lijn stellen. Maar Paulus zelf zegt van zijn bekering : , , Tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven." Wat Paulus voorhoudt als een heel laag voorbeeld, als het voor de aller voornaamste zondaar mogelijk is, zou het dan voor u niet kunnen, dat verdraaien wij juist tot een onbereikbaar, onbenaderbaar ideaal. Waar Paulus ons mee wil bemoedigen daar slaan we in minderwaardigheidsgevoel onszelf mee in de wanhoop. Niet ieder schept moed uit de behoudenis van een ander, vooral niet wanneer die ander dat ook juist helemaal niet beoogt, als hij eigen roem najaagt.
We merken in de pastorale practijk wel eens dat in een huwelijk de in schijn , , geestelijk sterkere" de ander geheel in de schaduw laat. Het is een gerenommeerde vrome. Maar die zijn het niet altijd, die de naam hebben. Van wijd en zijd komt men om aan zijn of haar voeten zich deemoedig neer te zetten. Wanneer de ander al eens schuchter voor de dag komt, wordt hem of haar ruw — ja verdacht ruw — de mond gesnoerd. Neemt de dood zo'n tirannieke vrome weg, dan gaat somwijlen bij de ander zeldzaam ootmoedig en ontroerend zuiver het leven des geloofs bloeien. Wellicht heeft de moeilijke periode juist dit geloof geadeld. Maar. dat is voor de verdrukkende partij geen verontschuldiging.
Twee op één bed, de een aangenomen, de ander verlaten. Juist anders dan wij gedacht hadden. De schijn bedriegt. De eerste werd de laatste, de laatste de eerste.
Wilt geen verblindend licht voeren. U moest eens weten hoe moeilijk sommige zwakken het daarmee hebben. Toen Augustinus na het "Neem lees, neem lees" in hevige geweténsstrijd het Woord aangreep en door het lezen van Rom. 13 : 13 en 14 tot volle ruimte kwam, vertelde hij zijn bevinding aan zijn vriend Alypius, die in al zijn hevige wedergeboorteweeën geen ogenblik van zijn zijde was , geweken. Deze Alypius vroeg of hij lezen mocht wat Augustinus bevrijdend gegrepen had, en wat deed hij ? Hij las wat er volgde : , , Degene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan". Dat paste hij toe op zichzelf. Zo zien we, " dat we juist elkaar tot een hand en een voet kunnen, mogen en moeten zijn.
, , Laat uw licht schijnen !" Inderdaad. Maar zó dat het hem niet verblindt. Laat het vallen op zijn pad, daar waar hij zijn voet moet zetten. Schijn hem niet recht in het gezicht !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's