ONDERWIJS
Over twee vergaderingen, die ik de laatste dagen meemaakte, moge ik een enkele opmerking voor u neerschrijven.
De eerste was de vergadering van de V.V.C.B.O. d.w.z. de Vereniging voor Chr. Buitengewoon Onderwijs of nader gedefinieerd : Bond van besturen van scholen en inrichtingen van afwijkende kinderen.
Zoals bekend is, komt een school voor B.L.O. tot stand door samenwerking van scholen voor Chr. L. O. wier besturen een afgevaardigde uit hun midden zenden, welke afgevaardigden tezamen het Bestuur der B.L.O. school vormen.
De Besturen dezer scholen kwamen in Amersfoort ter jaarvergadering bijeen.
De jaarverslagen van secretaris en penningmeester gaven aanleiding tot enige discussie. Ik kreeg hierdoor enig inzicht in de werkzaamheden van deze vereniging en grote waardering voor hetgeen zij doet ten opzichte van het B.L.O. Met name noemen we dan de medewerking aan het voorbereiden van nieuwe wettelijke regelingen, die het gehele B.L.O. zullen bevatten. En dan ook alles wat gedaan wordt om ook wat het onderwijs zelf aangaat niet achteraan te komen, maar op de hoogte te blijven van alles wat het B.L.O. betreft en het onderwijs aan deze scholen te doen profiteren van de nieuwste inzichten.
Eén vraag. Zou het niet beter zijn enkele kleine dingen aangaande het financieel verslag eenvoudig met de penningmeester persoonlijk af te doen en niet daarvoor een gedeelte van de toch al krappe vergadertijd te gebruiken. Ik bedoel b.v. of een bestuur van een der scholen z'n contributie al of niet heeft betaald en dergelijke.
Op het platteland zijn de scholen voor B.L.O. „streekscholen". Scholen van een bepaalde streek werken samen. Dit geeft blijkbaar aanleiding tot moeilijkheden hier en daar. De vereniging zelf sticht geen scholen. Geeft echter wel voorlichting en treedt zo nodig ook regelend en bemiddelend op. Rondom deze taak ontspon zich een hele discussie. De B.L.O. school in A. vond de oprichting van een school in B. een bedreiging voor A. en vreesde dat zij dan niet voldoende terrein zou overhouden om leerlingen uit te krijgen. Daar het Bestuur van A. van mening was, dat het Bestuur der vereniging hier de hand in had, schreef A. een boze brief en trok zich in haar isolement terug. Een uitnodiging tot samenspreking had geen gevolg. Nog eens zal het geprobeerd worden. We willen hopen, dat deze broeders elkaar toch weer zullen vinden en weer zullen samenwerken. We hebben elkaar zo nodig. De B.L.O. scholen zijn er een voorbeeld van, dat samenwerking interkerkelijk mogelijk is. Maar dat helpt niet, als men elkander op-ander gebied weer niet verstaat.
Hier wordt een groot werk gedaan. Dat mag niet door kleinigheden schade lijden.
De besprekingen van deze zaken namen nog al wat tijd in beslag, zodat het onderwerp van de dag over opvoeding in gezin of internaat tegen 3 uur nog niet aan de orde was gekomen. Toen moest ik weg en kan u daarvan dus niets vertellen.
De andere vergadering was die van de Vereniging voor Chr. Nationaal Schoolonderwijs. (C.N.S.). Deze vereniging is werkzaam :
a. tot ondersteuning van scholen, waarin bij onbelemmerd en doeltreffend gebruik der Heilige Schrift en trouwe voorstelling der volkshistorie, het onderwijs in nuttige kundigheden aan Chr. opvoeding wordt dienstbaar gemaakt ;
b. tot opleiding van onderwijzer aan die scholen ;
c. tot opwekking van gemeen overleg en samenwerking omtrent al wat verder tot de belangen van de Chr. School behoort.
Wat deze vergadering betreft moge ik twee dingen vermelden. In de eerste plaats : , , Kanttekeningen op, het Geschiedenisonderwijs" door de heer van Bennekom. Dit waren inderdaad losse opmerkingen en wensen en betroffen vooral :
a. het verwaarlozen van de geschiedenis der laatste honderd jaar. Dit moest niet zo zijn. Denk aan de schoolstrijd, de sociale ontwikkeling, de technische ontwikkeling en twee wereldoorlogen ! 't Moet niet zo zijn, dat elke klas maar weer bij de Bataven begint en dan aan de 19de en 20e eeuw niet toekomt.
b. Te veel wordt de geschiedenis behandeld als de geschiedenis van de , , kopstukken". Laat men het leven en werken en strijden van het gewone volk vooral niet vergeten. c. In het geheel der volkshistorie is het Gods hand, die leidt, maar pas vooral op om zo gemakkelijk bij een of ander feit maar te concluderen : , , Dit is Gods vinger".
d. Laat het Gesch. Onderwijs (en daarvoor lopen we vooral gevaar bij de Opleidingsscholen) niet ontaarden in van buiten geleerde lesjes en jaartallen. Vergeet niet : inzicht te geven in het verloop der historie.
De bespreking van deze , , kanttekeningen" bracht wel aan het licht, dat men toch de jaartallen niet helemaal missen kan, dat de feiten uit onze historie, waarbij dan de , , kopstukken" betrokken zijn, toch ook weer niet helemaal kunnen wegvallen.
Al met al was dit een frisse bezinning op het Geschiedenisonderwijs met belangrijke tips.
Prof. Scholten uit Utrecht sprak over , , Kenterend getij". Eenvoudig gezegd : De veranderende omstandigheden rond de Chr. School in de laatste 100 jaar. Deze scholen werden gesticht als een bolwerk tegenover het modernisme, tegenover godloze wetenschap, tegenover het onnationale streven. Als een eis voor Christelijke opvoeding. Ze behoefden voor ons Christenvolk zich eigenlijk niet te verdedigen. Haar bestaansrecht sprak duidelijk genoeg tegenover de goden der eeuw.
Sinds 1920 is de toestand wel wat veranderd. Het Chr. Onderwijs is geweldig gegroeid. Ook op het gebied van het middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs. Sindsdien ontwikkelde zich een zeker zelfbehagen onder ons. Men , , was" er nu. Wat moeten „we toch dankbaar zijn". Maar inmiddels stak het rationalisme de kop weer op en kwamen we in de crisis der zekerheden. Veel wat eertijds vast stond, wordt nu een vraag, 't Lijkt wel of men niet meer zo zeker is van zijn zaak. Een andere omstandigheid is, dat ook het kerkelijk leven veranderde. En als gevolg daarvan blijft nog wel het mooie beginsel : , , De school aan de ouders", maar heeft de kerk hier óok geen taak?
Was vóór 1890 er de vrijheid van onderwijs, zonder meer, nadien is er nog die vrijheid, maar de overheid gaat de middelen verschaffen om die vrijheid uit te leven. Zo heeft dus ook de overheid een taak.
Zal in dit kenterend getij de Chr. School zich kunnen handhaven, dan moet ze niet zijn slechts een school met andere boekjes dan de Openbare School, maar dan moeten allen, die in en voor haar arbeiden, leven uit het Chr. beginsel. Met gans hun overtuiging staan op het fundament : Jezus Christus en dien gekruist.
Men klaagt over gebrek aan liefde voor het Chr. Onderwijs. In zijn algemeenheid kon prof. Scholten deze klacht niet aanvaarden. Zo talloos velen, die hij ontmoet, tonen nog in woord en daad dat ze ook nu nog alles over hebben voor de School met de Bijbel.
Een aantal vragen werden nog beantwoord, 't Bleek wel, dat de bezorgdheid van sommigen niet geheel was weggenomen over gebrek aan liefde bij ons volk voor het Chr. Onderwijs. Laat dit dan een aansporing zijn tot nieuwe trouw en opofferingsgezindheid. Ook onder kenterend getij gaat het om de hoogste belangen.
Deze vergadering, die geleid werd door dr. Houders, 2e voorzitter, stond op hoog peil. Het was een genoegen, ze bij te wonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's