De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal door J. W. OOMS
, , Ik dacht, dat de dominee er ook vóór was, dat we iets voor de mensen zouden gaan doen", zei hij langzaam. , , Ja, de dominee was er wel voor, dat is waar. Maar een dominee heeft het niet alléén voor 't zeggen op een kerkeraad, 't Is een beste herder en leraar, daar mag ik niets van zeggen. Maar hij is wat jong en daardoor loopt hij soms wat hard van stapel. We moeten hem weleens remmen, jonge paardjes lopen soms te driftig en dan moeten ze 't later bezuren".
, , Maar die mensen hebben hier niets, vader", kwam ineens de stem van Martijntje er tussen.
Bart Kooijman keek zijn dochter verstoord aan.
, , Zwijg jij, Martijntje", zei hij streng. „Dit zijn zaken, waar jij je niet mee te bemoeien hebt".
, , Maar het is precies, zoals uw dochter zegt, Kooijman", merkte Mienema op.
, , Martijntje heeft er zich niet in te mengen", sprak Kooijman vergramd. En ineens begon er afkeer tegen de opzichter in hem te groeien. De dominee had wel verklaard, dat die snuiter een kerkelijk-meelevend mens was, maar Kooijman dacht daar het zijne over. Die opzichter hoorde bij de nieuwe weg, hij hielp er aan mee en alles wat met die weg in verband stond, was hem een doorn in het oog.
Bart Kooijman gaf nadien korte en stugge antwoorden op de vragen van Mienema. En toen het Bart niet lustte, om nog langer met de opzichter te spreken, zei hij kort en krachtig: , , Nu is 't welletjes, heerschap! Wij gaan pap eten en naar de koets, want het is bedtijd!"
Miemena stond op, hij bemerkte, dat achter deze woorden vijandschap stak. Doch bij de deur gekomen, keerde hij zich nog eenmaal tot Kooijman om en sprak de hoop uit, dat er wat gedaan zou worden voor het werkvolk.
Bart Kooijman gaf daar geen antwoord op; hij bromde een onduidelijke afscheidsgroet, liet de opzichter uit en schoof met kracht de grendel op de deur.
. Maar deze avond kon Martijntje Kooijman de slaap niet vatten. Zij dacht aan de jonge opzichter en zij hoorde zijn stem nog naklinken in haar oren — een aangename stem was dat, En zelfs in de duisternis van haar kamertje onder het dakgebint van de boerderij, zag zij nog het gezicht van Mienema. Een vriendelijk en somtijds heel ernstig gezicht. En aan Arend Langerak dacht zij niet.
III.
Alle seizoenen brengen bijzondere werkzaamheden voor boeren en daggelders, wier leven en arbeid vervlochten is met de natuur, met het bloeien en groeien, met hitte en kou. Ze staan in zomer en winter op het land, soms onder de smoorhete zon en vaak ook in de barre vrieswind, die over het polderland van de Alblasserwaard kan jagen.
Maar de drukste tijd voor het landsvolk is toch wel hartje zomer, als het gras op de hooikampen tot kniehoogte opgeschoten is en met man en macht moet worden gewerkt om de hooibouw goed te doen verlopen en 't hooi droog en kruidig op de til of in de hooiberg te krijgen.
No. 18
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's