De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PARADIJSVERBOND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PARADIJSVERBOND

11 minuten leestijd

Wij hebben gezien, dat de ware religie door een verbondmatige verhouding van God en de mens wordt bepaald.

Aan de éne zijde God, die gebiedt en belooft, aan de andere zijde de mens, die geroepen is tot gehoorzaamheid en geloof.

Derhalve wordt de ware religie gekenmerkt door het brengen der gehoorzaamheid, welke God van ons vordert en het vertrouwen in Gods beloften. Noch, wat God van de mens vordert, noch Zijne beloften kunnen wij kennen zonder openbaring. Religie onderstelt openbaring en leeft uit de openbaring. Voor religie kunnen wij ook geloof zeggen. Het geloof in de verbondmatige omgang met de God der religie, en het leven des geloofs is een leven in gehoorzaamheid en vertrouwen. Het heeft een ethische kant, maar gaat niet in de ethiek op.

Het verbond is daarom niet een onder-onsje, waarin de mens zo'n beetje meebazelt over Gods zaak, maar het is aan Gods zijde bevel en belofte. Daarom kon de mens in ongeloof en ongehoorzaamheid vallen en zijn bestemming missen.

Het paradijsverbond draagt voorts een algemeen karakter, omdat de ganse mensheid daarin begrepen is. Adam is het hoofd der mensheid. (Vgl. 1 Cor. 15 : 45). De vrouw is uit de man genomen en het eerste mensenpaar is vader en moeder van de ganse mensheid. God heeft de mensheid uit énen bloede geschapen, (Hand, 17:26),

Het verbond met Adam is het verbond met de mensheid, welker hoofd hij is d.w.z. de weg door God aan Adam voorgesteld, is de weg van alle vlees. De eis des verbonds aan Adam gesteld, is als eis van gehoorzaamheid aan allen opgelegd. Het geloof in het woord van God, d.i. het geloof in de waarheid Gods, in de waarheid Zijner openbaring is de kracht der gehoorzaamheid, welke God van Adam en van al zijn nakomelingen vordert, en niet alleen dit, het geloof in de waarheid Gods is ook de grond van het vertrouwen in Zijn beloften. 

Allen zijn geroepen tot het geloof in het woord Gods, dat tot hen komt, omdat zij geroepen zijn tot gehoorzaamheid aan het Woord en tot vertrouwen in de beloften Gods.

Het verbond met Adam bepaalt derhalve de algemene, roeping des mensen.

De algemene roeping is niet nog eens iets apart, dat er bij komt, maar de algemene roeping ligt op ons wegens het verbond met Adam, zijnde ons aller vader. En dat verbond sluit geheel op onze schepping naar Gods beeld. Dat verbond gaat ook onmiddellijk na de schepping van Adam in. Zodra hij het levenslicht aanschouwt, is de Heere God bij hem, en spreekt met hem. Tegelijk met het voornemen Gods om de mens te scheppen naar Zijn beeld, is ook dat verbond voorgenomen.

In de onderhouding van het verbond lag de weg naar 's mensen bestemming. Zo nauw is dit verbond, dat wij kunnen zeggen, dat de mens krachtens zijn schepping geroepen is tot geloof en geloofsgehoorzaamheid.

Terecht onderscheidt Calvijn dan ook een algemene kennis van God de Schepper en een bijzondere kennis van God de Verlosser. Die algemene Godskennis wijst terug op het Paradijs verbond, terwijl de bijzondere Godskennis tot het nieuwe verbond of genadeverbond behoort.

Onze afstamming van Adam leidt ons terug naar dat Paradijs verbond, waarin hij stond, naar de eis van dat verbond en naar zijn belofte. Het verbond is door Adam wel verbroken, maar het is door God niet opgeheven. Nergens lezen wij, dat God afstand doet van Zijn recht, of dat God het verbond vernietigd heeft. Hij is getrouw.

Sommige mensen maken daarvan ook al weer misbruik. Zij stellen het zo voor, dat het Godes is om altijd maar weer te verdragen, dat de mens Zijn verbond breekt. Doch zulk een beeld vinden wij in de Heilige Schrift niet. Wel prijst Mozes de lankmoedigheid Gods, maar geen der profeten heeft ooit geleerd, dat God Zijn recht straffeloos laat schenden.

De Heilige Schrift leert wel anders. Zij stelt ons de levende God voor, die niet afhankelijk is van de gunst der mensen, maar die de zonde thuis zoekt bij de overtreder, een God, die toornt over de zonde, die recht en gerechtigheid doet op de aarde.

God zelf houdt ook het besef van Zijn Majesteit levendig en het werk der Wet wordt openbaar bij de heidenen, die de Wet niet hebben. (Rom. 1 : 18 vv. ; 2 : 14, 15). Zo onderhoudt Hij zelf de herinnering aan het verloren Paradijs, en aan de roeping van het verbroken verbond in het hart van de mens.

Daarom maken de mensen zich goden, die geen goden zijn. Zij bouwen hun tempels en maken hun goden, erediensten en ceremoniën.

In de gevallen staat tracht de mens een verbond op te richten van eigen makelij, een verbond, dat in alle opzichten precies tegengesteld is aan Gods verbond. Hier is het de mens, die de orde van het verbond stelt met de gelofte zijn afgod te zullen eren, als hij wil zijn en wil doen, gelijk zijn vereerder begeert.

In dit opzicht is het moderne heidendom niet beter dan het z.g. primitieve. Integendeel vervallen zij, die de Christelijke religie prijs geven, moreel en geestelijk tot beneden het heidendom.

Het verbroken paradijsverbond werkt op die wijze in alle valse godsdiensten na. De mens is naar Gods beeld geschapen. Hij is een religieus wezen en moet daaraan uiting geven, zelfs, als hij de Godsopenbaring veracht en verwerpt. Dat is het juist, wat tegen hem getuigt! Dat is het, waarom de Heilige Schrift zegt : opdat zij niet te verontschuldigen zijn.

De mens kan nu eenmaal buiten het verbond, en dus buiten de religie, niet leven. In dit verbond zijn de beloften des levens.

De ervaring leert dan ook, hoe zelfs in onze gevallen wereld, de ontkerstening doorwerkt in de duidelijke tekenen van cultuurverval en cultuurontbinding. Zelfs de valse religie kan nog traditie vormen en in stand houden, die zegenrijke invloed heeft op het heidense leven. En ook de traditie, welke zich handhaaft in een vervallen staat van Christelijk leven, bewijst zich nog lange tijd een stevige weerstand tegen voortgaande verzwakking van de zedelijke normen van het Christelijk geloof. Dat is met name het geval, indien de traditie vast is verankerd in het openbare leven. Welk een indruk hebben de jongste kroningsplechtigheden in Engeland gemaakt op de wereld!

Wat kan men daarentegen verwachten van een volk, waarin de revolutionaire machten gesterkt worden door degenen, die verdedigers van de Christelijke religie behoorden te zijn en die van het altaar leven(!), om in de naam van heillooze cultuuridealen de 'overgebleven sporen van zijn nationaal Christelijk leven uit te wissen?

De vraag dringt zich op, hoe dat alles nog mogelijk kan zijn? Hoe het mogelijk is, dat de mensheid niet reeds lang aan zijn verbondsbreuk is gestorven ? Hoe werd zijn geschiedenis nog zo lang en zag een reeks van culturen opbloeien en vergaan?

Daar moet iets wezen, dat de ondergang heeft gestuit, het verloren leven gedragen, het verval en de zonde geremd, m.a.w. dat machtiger is dan de dood, want het weerhoudt hem van door te breken tot algehele overwinning en uitblussing van alle levensadem.

Wat dat is? Wat dat wezen mag? Wel, de Heere God heeft Zijn verbond niet verbroken. Onze ongehoorzaamheid heeft Zijn trouw niet te niet gedaan. Neen, de mens heeft het Paradijsverbond gebroken, maar God heeft het niet gebroken.

Wat dat zeggen wil? Heel veel, want enerzijds heeft het voor de mens heel ernstige gevolgen, dat God Zijn verbond gestand doet en Zijn recht handhaaft, zodat Zijn toorn openbaar wordt over ons geslacht en Zijn straffende gerechtigheid ons treft. De paradijsluister weggenomen en een nacht van wee en ellende over ons leven, zodat het uitnemendste hier op aarde is moeite en verdriet. Handhaving van het verbond bij God betekent handhaving van Zijn eis en recht, betekent openbaring van Zijn straffende gerechtigheid. Dat klinkt ouderwets en traditioneel, maar dat is overeenkomstig het Woord.

Handhaving van Zijn verbond betekent nog meer! Het betekent dat de Heere ook gedachtig is aan de belofte des levens van het verbond. Het betekent genade!

Hebben wij er niet met nadruk op gewezen, dat de belofte van het paradijsverbond op zich zelf staat, als een genadebeschikking Gods? Het verbond tussen de eis der gehoorzaamheid en de belofte des levens is niet zó, dat het leven door de gehoorzaamheid zou verdiend zijn. Neen, die gehoorzaamheid verdient niet.

Indien dat het geval ware, zou onze ongehoorzaamheid de belofte des levens niet alleen aan onze kant verbeurd hebben, maar ook aan Gods kant opgeheven hebben. Doch, omdat de belofte des levens een vrije genadebeschikking Gods is, welke Hij aan de gehoorzame en rechtvaardige mens wil schenken, blijft deze vrije genadebeschikking in het welbehagen Gods staan, en, omdat God Zijn verbond houdt, heeft Hij in dat welbehagen een weg ontsloten om Zijn genade ook aan een wederhorig geslacht te bewijzen en te vervullen.

God zelf is tussen getreden, toen de weerspannige viel in de dood. Hij kwam tot Adam : Waar zijt gij?

Hij bestrafte hem, als de God des gerichts en maakte hem gedachten des vredes bekend in de belofte van de Verlosser. God beschikte hem een aardse taak niet zonder moeite en smart. Hij bepaalde de plaats van man en vrouw voor de vervulling van de aardse roeping.

De belofte des levens bleef, n.l. voor de gehoorzame, voor hem, die de wil des Vaders doet, die in de hemelen is.

Een gehoorzame werd echter onder de mensen niet meer gevonden. Er is niemand, die goed doet, ook niet tot één toe! Niemand is er, die de eis heeft volbracht, niemand, die pleiten kan op de belofte Gods : Heere, het is Uw Woord, schenk mij het eeuwige leven!

Alleen de gehoorzame zou hebben kunnen pleiten.

Maar de belofte der genade bij God blijft. Als de gehoorzame er was, zou hij kunnen pleiten.

Voor wie ? Voor zich zelf en voor zich zelf alleen. Maar de man, die de gehoorzaamheid brengt, is er niet.

Welk een openbaring der genade Gods : Een Verlosser ! Ja, en als de Heere zelf de overtreder heeft opgezocht, zelf over de zonde, die scheiding maakte, heengekomen is tot de eerste mens, — het is duidelijk in Genesis 3 VS. 15 — komt Hij tot de mensheid met de belofte van een Verlosser.

De mens heeft het verbond gebroken, maar God is getrouw en Hij is Meester van het verbond.

Hij zal komen, die de wil des Vaders doet, die ook in de weg der verlossing Zijn wil zal doen — Ik kom om Uw wil te doen, o God —, die de gehoorzaamheid zal brengen en pleiten kan op het Woord des Heeren.

Hij zal komen en Hij zal het zaad der vrouw genaamd worden, Hij zal een zoon van de eerste Adam, van de overtreder zijn, en Hij zal de toegang tot de troon der genade openen.

Dat moet toch onmogelijk zijn, want de mens, die in ongerechtigheid is gevallen, kan niet méér terug. Hij kan die stap niet ongedaan maken. Bij de mensen is dat onmogelijk. Als de eis der gehoorzaamheid moet vervuld worden, is de zaak buiten hope. Dat hebben de discipelen des Heeren ook verstaan. En dan vernemen zij dat Woord : Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God!

Wie is Hij dan, die Verlosser? Gelijk de Heere zelf tot Adam kwam, heeft Hij ook zelf de weg der verlossing volbracht in de Zoon Zijns welbehagens. De vleeswording des Woords is dat wonder Gods, waardoor mogelijk is geworden, wat bij de mensen onmogelijk was.

Het Woord is vlees geworden ! De eeuwige Zone Gods heeft ons vlees en bloed aangenomen. Hij heeft de gehoorzaamheid volbracht en op Hem zijn alle genadebeloften Gods, ja, in Hem zijn zij ja en amen !

De Zone Gods kon geen behoefte hebbeii aan de belofte voor een schepsel, maar daarom ook heeft Hij de gehoorzaamheid ook niet volbracht om voor Zichzelf de belofte des levens te winnen, want de Vader heeft Hem gegeven het leven in Zichzelf te hebben.

Doch, als de Christus Gods, als de Hogepriester door God gesteld, deed Hij het in de plaats van degenen, die Hem gegeven zijn.

En nu is het de vrij macht des Vaders de nieuwe gerechtigheid, de gerechtigheid van Christus, toe te rekenen aan wie Hij wil en is het des Vaders welbehagen het Koninkrijk te geven aan degenen, die Hij daartoe verordineerd heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PARADIJSVERBOND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's