De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal
door J. W. OOMS
Omstreeks deze drukke tijd heeft het landsvolk geen tijd om te vergaderen. Dan is men van vroeg tot laat in de weer op het land en acht met het vergooide tijd om bij elkaar te zitten en te klassineren over differente zaken. In de hooibouwtijd worden soms zelfs kerkeraads-vergaderingen uitgesteld, want de aarde roept om onversaagde arbeid, om bezige mannenhanden.
Doch in de hooibouwtijd van dat jaar, toen het werk voor de aanleg van de nieuwe verkeersweg een aanvang genomen had, schenen alle vastigheden en eeuwenoude regels te zijn verdwenen en opgelost in de algehele verwarring over die verfoeilijke nieuwe weg. De maatgang der dingen en van het boerenleven bleek ernstig te zijn verstoord.
'Er was een vergadering uitgeschreven voor het volk in de contreije en op de aanplakbiljetten had gestaan, dat iedereen, die het wèl meende met de Alblasserwaard en de boerenstand, hartelijk welkom was.
Een vergadering in het hartje van de hooibouwtijd, — dat was nooit eerder gehoord. Die bijeenkomst scheen tot mislukken gedoemd te zijn, want welke boer zou zijn land en hooi in de steek laten orn in de rokerige bovenzaal van herberg De Zeven Zotten bij elkaar te gaan ziten en te luisteren naar hetgeen verschillende sprekers te zeggen zouden hebben?
Maar ditmaal liep het anders uit. Reeds een kwartier vóór de aanvang van de vergadering was de bovenzaal van de oude herberg mudvol. Er hing een zoete, weeïge lucht van koeien, — een geur die door de boeren werd meegedragen in hun donkere, degelijke kleren.
Protestvergadering tegen de nieuwe weg — zó was deze bijeenkomst aangekondigd. De rijke boer Aanen, die ook voorzitter was van het Waterschap, had de leiding van deze vergadering. In zijn openingswoord, moeizaam afgelezen van een papier, maakte hij er gewag van, dat door de heren in Den Haag een aanslag was gepleegd op de Alblasserwaard en op de boerenstand. En was de boerenstand niet de kern van het Nederlandse volk? Men had geen rekening gehouden met de boeren en nu ging er vruchtbaar land ten offer vallen aan de plannen en eigenwijze nukken van regeerders, die geen verstand hadden van boerenbelangen.
Na dit openingswoord klonk er luid applaus.
, , Mooi gezegd, Aanen !" riep een boer achter uit de zaal. , , Dat is taal, waar we wat aan hebben!"
Daarna gaf Aanen het woord aan Marinus Bravenboer, een man, die bekend stond als een landbouwer met een helder verstand.
, , En thans, mannen, hier aanwezig, heit Marinus het woord en zal hij fris van de lever vertellen, welk onrecht ons wordt aangedaan" — aldus kondigde Aanen de spreker aan. , , Marinus is in Den Haag geweest, hij heit daar rechtschapen gevochten voor het behoud van goede grond, maar hij is op de koffie gekomen. Maar Marinus en wij allemaal, wij zitten niet stil — en vandaar deze protestvergadering. Marinus, jij heit het woord!."
Marinus Bravenboer ging achter het wankele lessenaartje staan en begon breedsprakig te vertellen, hoe de polders in de Waard historisch gegroeid waren. Iedereen wist, dat Marinus ontaard veel van de historie afwist want hij zat altijd in de oude archieven te snuffelen en had schriften volgeschreven met jaartallen en treffende gebeurtenissen. Vooral over de Franse tijd in deze streek wist hij veel, maar dat was thans niet terzake. Nu ging het immers over de nieuwe weg, , , dat verdarfelijke lint van zand, dat dwars door ons goeie koeienland geslingerd wordt", zoals hij het uitdrukte.
No. 19
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's