De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

„DE GEEST DER GENADE EN DER GEBEDEN”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„DE GEEST DER GENADE EN DER GEBEDEN”

7 minuten leestijd

„WANT ZIE, HIJ BIDT".Handelingen 9 vs. 11 (slot).

Op Pinksteren werd de Heilige Geest uitgestort.

Daarmee is een probleem gesteld : was de Heilige Geest er dan voordien nog niet?

Zonder deze vraag nu aan alle kanten te bekijken, we lezen in Joh. 7 : want de Heilige Geest was nog niet, voor ons is voorlopig hier voldoende, dat wij met de kerk, op grond van het licht dat de Heilige Geest ons zelf doet opgaan in het Woord over Zijn Persoon en werk, dat Hij tezamen met de Vader en de Zoon eeuwig en echt God is.

En voorts, dat er onder het Oude Verbond toch ook een bediening des Geestes geweest is.

Om éen zaak te noemen : wie is de auteur van de Psalmen?

En : wordt niet uit de Psalmen en uit de profetiën openbaar dat ook de ouden reeds een geheiligd inzicht hadden hierin, dat een mens, ook vandaag, twee dingen nodig heeft: de verzoening zijner zonden en de vernieuwing zijns gemoeds?

Neem Zacharia. Hij heeft gezien dat grote werk, dat God gaat doen in de nieuwe bedeling. Dat onbekeerlijke volk krijgt God klein, zodat zij hun zonden, meest die van ongeloof, gaan betreuren. En dat door de Heilige Geest. De Geest der genade en der gebeden. (Zacharia 12).

Als in een exempel, hoe dit toegaat, lezen we in Handelingen 9 vs. 11 (slot): , , Want zie, hij bidt".

I. De aanleiding tot dit gebed.

'Wanneer gaat een mens bidden?

• Toch zeker alleen dan, wanneer wij iets missen.

Nood leert bidden, is een bekend gezegde.

En daar steekt iets in. Geloof maar gerust, dat er in die bekende rampnacht op zolders en daken gebeden is. Ik denk aan die jongeman, in het militaire leven van God en Zijn dienst afgedwaald, en die nu, met de dood voor ogen, beloofde : , , als ik hier uit kom, dan ga ik U weer dienen, o God".

Maar : nood leert ook vloeken. Daar zijn er ook, van één weet ik dat persoonlijk, die, vreselijk, we mogen wel smeken : Heere, houd ons vast, vloekende de eeuwigheid zijn ingegaan.

In onze tekst is sprake van de Apostel Paulus, met Petrus, een van de bekendste figuren van de Christelijke kerken. De man, aan wien we het, naar de mens gesproken, hebben te danken dat het Evangelie bekend geworden is in de wereld zijner dagen.

Hier is hij zover nog niet. Hier is hij de jonge bekwame, vurige theoloog, afkomstig uit Tarsen (Syrië), en naar Jeruzalem gekomen om daar, onder leiding van beroemde professoren, te studeren. Aanhanger van de meest strenge richting in de théologie van Jezus' dagen.

En van hem wordt hier gezegd: Want zie, hij bidt. Daar was hij warempel niet voor naar Damascus gekomen. Niet om te bidden. Maar om te vechten, te slaan, te vloeken. Tegen die verachters van de Thora, de wet, de goddelijke ordinantiën. De christianoi, de Christus-mensen. Tegen Jezus. Die dood was. Gelukkig, vond Saulus. Maar dood moest ook Zijn nagedachtenis. Uitgetrapt moesten die , , nabrandjes"7 En nu ligt hij hier op de knieën. Niet , , effen bidden". Maar een boeteling. We vroegen : bidden, wanneer ? Als een mens capituleert, , onvoorwaardelijk de wapens strekt. Wanneer zijn verzet breekt. Dat was met Saulus gebeurd. Eerst : wat een gevaarlijk mens ; hij snoof van opwinding en vechtlust. Ga maar gerust op zij. En even later : ach, wat een ongevaarlijk mens, een bidder.

De Nieuw-Testamentische bedeling is die des Geestes. En dan komt de vraag tot ons : waardoor worden wij gedreven? Kenmerkend voor het werk des Geestes is het gebed. Velen houden het voor een suggestie. Ook wordt er veel gebed gevonden, dat meer een prevelen van woorden is, een soort magie. Dat wordt daaraan openbaar dat het leven er mee in strijd is. Want zie, hij bidt. Het is alleen, ook vandaag nog daar, waar een mens van het hoge voetstuk afkwam, door de Geest der genade en der gebeden.

II. De inhoud van het gebed.

Daar wordt eigenlijk weinig of niets over gezegd.

Er zijn van die dingen, die moeilijk onder woorden te brengen zijn.

Vaak wordt er in de Heilige Schrift een gordijn geschoven voor de meest intieme ontmoeting, van een mens met zijn God. De Heere is waarlijk opgestaan en., ., is van Simon gezien. Meer niet. Zo ook hier.

Het doet me denken aan het verhaal van die oud-koloniaal, die bij zijn terugkeer in het vaderland beleed dat hij God gevonden had en die, toen men hem vroeg wat God hem had gezegd, antwoordde : op de plaats rust, rechtsomkeert, voorwaarts, mars !

Maar geloof vrij, dat het daar in de Rechtestraat van Damascus niet zonder woorden is gegaan. Al geef ik toe, dat bidden ook , , stil-zijn" kan betekenen, , , 'd Ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts, om "op God te letten".

De inhoud van dit gebed, wonderlijk, blijft ons verborgen. Hartsgeheimen zijn alleen voor de geliefde bestemd. Maar vanuit Hand. 9, het geheel der Heilige Schrift, mogen we wel ons verzekerd houden van de richting van dit gebed. Onze ouden spraken van een bidden van zichzelf af. Anders is het : ik wou zo graag, ik zou zo graag. Heere, laat mij nou, en krijg ik nou. Maar waar de Geest der genade en der gebeden werkzaam is, daar wordt het van , , mij", van , , ik", van , , ons", in de eerste plaats: Uw, Uw en nog eens Uw. Als de zonde zonde wordt, als de eigengerechtigheid ook zonde wordt, dan wordt de genade eerst recht genade en dan is het gebed, om door genade tot genade te komen en bij de genade te volharden.

Later, jaren later bidt Paulus : dat ik Hem kennen mocht en de kracht Zijner opstanding. Zeg ik te veel, wanneer ik zeg dat dit gebed daar in Damascus begonnen is? Hoe dan ook maar het is een bidden geweest tot die God, van Wien dezelfde man, met zekerheid later zal zeggen : Die de goddelozen rechtvaardigt.

„Want zie, hij bidt". Neen, Ananias, ge behoeft voor zulk een niet bevreesd meer te zijn. De leeuw zal stro eten gelijk de os een klein jongske kan ze weiden. Totale capitulatie. En overwinning? Een, die zich met al zijn dogmatiek en ethiek, hel- en doemwaardig weet, , , Gena, o God, gena". Maar hoog boven het klaaghuis in de Rechtestraat van Damascus staat de veelkleurige boog van Gods eeuwige verbondstrouw.

III. De verhoring van het gebed.

Ge zegt : alle gebeden worden toch verhoord.

Is dat wel waar?

Ja, natuurlijk de gebeden van de vromen.

Toch goed om voorzichtig te wezen hier. Ik lees in mijn bijbel er van, dat de Heere aan de Israëlieten hun begeerten gaf (en die waren niet goed). Er staat bij, evenwel : hun zielen zond Hij een magerheid.

En aan de andere kant. Zijn er niet voorbeelden te over, dat er echt gebeden werd en de hemel bleef van koper, „'t Zij ik, mijn God, bij dag moog' bitter klagen, Gij antwoordt niet, 't zij ik des nachts moog' kermen, ik vind geen rust, ook vind ik geen ontfermen, in mijn verdriet".

Evenwel, tot vertroosting van schuldverslagen harten der kleingelovigen, hier in Hand. 9 wordt ons van hemelswege aangezegd, dat God het geroep van een ongelukkig mens niet vergeet. Ja, eer zij roepen zal Hij antwoorden. Aanstonds staat er een man naast Saulus, die diep ontroerd, maar met een innerlijke rust, zegt : Saul, broeder Hij zegt nog veel meer. Van Saul's taak. En straks wordt de blindheid weggenomen, in meer dan één zin, vallen de schellen van de ogen. En hij ontvangt het teken en zegel van Gods verbond.

Maar mij dunkt, wat moet dat eerste woord reeds als hemelse muziek Saulus in de oren geklonken hebben.

, , Broeder !" Daar ligt veel, ja, alles in. Broeder, dat is opgenomen in het hemels huisgezin, gerekend onder het getal van Gods verkoren kinderen. En dat voor een, die juist toegekomen was aan dat : ik ben niet waard Uw kind genaamd te worden.

Pinksteren. De uitstorting van de Heilige Geest. Een voorrecht, in deze bedeling te mogen leven. Maar wat jammer, dat de moderne mens is weergekeerd tot het Fatalisme van het heidendom. Het gaat nu eenmaal, als het moet gaan. Erg ook, als we tegen beter weten in , , de verzenen tegen de prikkels blijven slaan". Zou de Heere dan mij nog willen horen, ge moest eens weten, hoe het in mijn leven ligt? Luister naar het antwoord der Heilige Schrift:

Gij hoort hen, die Uw heil verwachten, O, Hoorder der gebeen. Dies zullen allerlei geslachten. Ootmoedig tot U treên.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

„DE GEEST DER GENADE EN DER GEBEDEN”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's