PENSIONNERING VAN GODSDIENSTONDERWIJZERS
Bij sommigen heeft zich de gedachte postgevat, dat ik eigenlijk niets van godsdienstonderwijzers hebben moet. Ik kan mij heel goed indenken, hoe die gedachte in de wereld gekomen is. In de laatste jaren heb ik gemeend telkens te moeten wijzen op het gevaar van de practijken van sommige godsdienstonderwijzers.
Velen van deze mensen willen gaarne dominee worden. Als dat in de kerk, die ze zeggen lief te hebben, niet gelukt, vormen ze een groepje, trekken de kerk uit en stichten een Oud-Gereformeerde Gemeente. Die naam is echter nog veel te mooi voor zulk een groepje. Het echte oud-gereformeerde beginsel van de kerkorde van Dordt zou dergelijke vorming van scheurkerkjes niet dulden.
In deze weg zagen we al verscheidene godsdienstonderwijzers verdwijnen. En ik denk, dat het er niet bij zal blijven. Er zullen er nog wel meer volgen. Het zijn meestal maar enkele tientallen, die met hen meetrekken. Die tientallen zijn echter nog teveel.
Daarnaast is een schaar van getrouwe godsdienstonderwijzers, die onder leiding van predikant en kerkeraad uitnemend werk verrichten. Ze trekken er op uit, om nog onverschilligen te lokken onder de dienst des Woords ; ze geven onderwijs aan de jeugd op de scholen en op de catechisatie, en ze werken trouw mee aan het jeugdwerk.
Dat is heel wat anders, dan avond aan avond het gehele land maar door te trekken om uiteindelijk Oud-Gereformeerde kerkjes te stichten.
Welnu, op die stoere werkers onder de godsdienstonderwijzers heb ik thans het oog. Enige dagen in de week werkt er ook zulk een godsdienstonderwijzer in mijn gemeente.
Nu hoorde ik kort geleden, dat er een godsdiensonderwijzer was die bijna de leeftijd van 70 jaren had bereikt. Deze man heeft zijn hele leven de kerk gediend. En nu zou het tenslotte hierop neerkomen, dat die man zonder pensioen aan de dijk wordt gezet.
Lezers, mag dat?
Ge zegt natuurlijk óok, dat dit niet mag. Door aanschrijving van de gemeenten die hij diende, is het mij mogelijk geworden om iets voor hem te doen. Zo individueel kan zulk een zaak echter niet geregeld worden.
Er is tegenwoordig ook een pensioenfonds voor kerkelijke medewerkers. Niet alleen, dat de tractementen van de godsdienstonderwijzers moeten worden verhoogd, maar ik vind het ook de dure plicht van elke kerkvoogdij om bij te dragen in de pensioenpremie van de godsdienstonderwijzer der gemeente.
Ik geef alle godsdienstonderwijzers bij deze dan ook de raad, om bij hun kerkvoogdij een vriendelijk verzoek in te dienen, dat men medewerke in de ouderdomsvoorziening van de trouwe godsdienstonderwijzer.
Is hij slechts enige dagen in een gemeente werkzaam en de overige tijd elders, dan verrekene men de pensioenpremie pondsgewijs.
Het mag echter niet op sleeptouw worden gehouden, opdat het niet voorkome dat een oude godsdienstonderwijzer aan het eind van zijn leven door de diaconie zou moeten worden onderhouden.
Ik hoop, dat in elke gemeente met een godsdienstonderwijzer, door kerkeraad en kerkvoogdij deze zaak ernstig zal worden aangepakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's