FLAKKEESE KANNIBALEN
In , , De Zaaier", het orgaan van de Ned. Herv. Gemeenten op Goeree en Over-Flakkee, vond ik het volgende artikel van de hand van ds. H. Goedhart te Middelharnis. Ik acht het goed, dat ook de lezers van De Waarheidsvriend het onder de ogen zullen krijgen en laat het in zijn geheel afdrukken.
In , , De Hervormde Kerk" van 30 Mei 1953 komt een artikel voor van A. K. S(traatsma), getiteld : , , De strijd om een waterleiding". Hij spreekt in dat artikel over het bekende laatste boek van Rudolf van Reest, Tegen het boek heeft hij verschillende bezwaren. , , Maar" — zegt hij dan verder — , , de situatietekening, de streektekening, is wel heel raak, en daarom wil ik er de nodige aandacht aan besteden".
Dat de streek, waar 't verhaal speelt, Goeree-Overflakkee is, zegt de schrijver niet, hoewel dat duidelijk is. Het verhaal van R. van Reest speelt op Goeree-Overflakkee, het eiland, dat in de watersnood zijn doden bij honderden telt. Inmiddels echter gaat de Kerk voort om het eiland en zijn bewoners te smaden. Het is niet mijn bedoeling het gehele artikel op de voet te volgen, al zou er hier en daar nog wel een critische opmerking over kunnen worden gemaakt. Maar de bedoeling van wat ik schrijf is, dat de Flakkese Hervormden zullen weten, hoe de , , Herv. Kerk" over hen denkt. Nadat ds. S. heeft verteld dat de waterleiding, waarover het in het boek van Van Reest gaat, er toch is gekomen, maar niet, dan nadat de betreffende burgemeester is bezweken en door een potiger heer vervangen, eindigt hij zijn artikel met een tirade, die weinig met het besproken boek te maken heeft, n.l. met de volgende gecursiveerde zinnen :
Persoonlijk voeg ik er de wens aan toe, dat er ook nog eens in die gemeente een potiger dominee mag komen, van het slag van , , De Samaritaan", iets minder uitbundig, maar even dapper en doorzettend. Die zijn kansel niet misbruikt om de weinige mensen in de kerk, die de reputatie hebben van bekeerd te zijn, te vleien. Die meer eerbied heeft voor het Evangelie, dan voor de traditie en de dórpsadat. Maar hij zal het er om de dood niet gemakkelijk krijgen, als het hem lukt in leven te blijven. Ik heb zo'n idee, dat het gemakkelijker voor hem zou zijn om zendeling onder de kannibalen te worden.
De eerste opmerking, die ik hierover zou willen maken, is deze. Wij zijn de schrijver wel erg dankbaar voor zijn aanbeveling over Goeree-Overflakkee. Door de geïsoleerde ligging van het eiland, is het al heel moeilijk om hierheen onderwijzers, predikanten, ambtenaren enz, aan te trekken. Maar wanneer het werk voor een vooruitstrevend en modern werker wordt afgeschilderd als erger dan het zendingswerk onder de menseneters, dan zal dat er wel niet beter op worden. Ik ben bang, dat op deze manier het doel wordt voorbijgeschoten, dat de recensent beoogt.
Vervolgens ben ik van mening, dat de schrijver beter had gedaan de Catechismus te volgen en , , des naasten eer en goed gerucht voor te staan en te bevorderen, waar hij kan". Ik vraag mij af, hoe hij kan weten, dat de tekening van de streek in het boek van Van Reest zo raak is. Heeft hij een halve mensenleeftijd temidden van de bevolking doorgebracht, dat hij hen heeft leren kennen? Dat is wel nodig, om te weten of de getekende figuren slechts enkele uitzonderingen vormen, of dat zij de bevolking vertegenwoordigen.
Bovendien komt het mij voor, dat de opmerking aan het adres van de predikanten, die hier op een afgelegen post proberen hun werk te doen, nu niet bepaald van hartelijke collegialiteit spreekt. Is het waar, dat de predikanten op Goeroee-Overflakkee proberen hen, die voor bekeerd doorgaan, in het gevlei te komen? Is het waar, dat zij dus valse dienaren zijn, die niet Gods Woord bedienen, maar de mensen naar de mond spreken? Is het kerkbezoek op het eiland daarom veel beter dan in de stad, omdat de mensen gevleid worden? Hiertegenover kan men hét zelfde bezwaar inbrengen tegen iedere predikant in ieder dorp of iedere stad.
Waar een predikant is, die met de geestelijke ligging van zijn gemeente overeenstemt, onverschillig, van welke modaliteit hij is, kan men rustig hetzelfde beweren en evenzeer als in dit artikel gebeurd is, — zonder bewijs. Overigens zal de eilandbewoner zich afvragen, of de potigheid van de dominee, die hen wordt toegewenst, daarin moet bestaan, dat hij uitdrukkingen zal gebruiken als , , het om de dood niet gemakkelijk hebben".
Wij huiveren hiervoor terug en zijn van oordeel, dat het Koninkrijk Gods niet is gelegen in woorden en oude of nieuwe termen, óok niet in krachttermen, maar in betoning des Geestes en der kracht. Het bezwaar tegen de Flakkese gemeenten wordt wel eens geopperd, dat er zo weinigen zijn, die de Synodale collecten houden. Wie echter de Hervormde gemeenten voor zich zou willen winnen, moet anders te werk gaan, dan met beledigingen zonder bewijs. Leeft het gevoel nog wel, dat ook de gemeenten op Goeree-Overflakkee tot de Hervormde Kerk behoren? Wie een bevolking wil tekenen, moet dat met grote liefde doen, anders kan hij beter zijn pen laten rusten. In „De Hervormde Kerk" zijn reeds eerder beschrijvingen over dit eiland verschenen, maar de liefde in de tekening der personen en toestanden, het begrijpen, hoe alles zo is gegroeid, als het is, wordt helaas gemist.
Vanzelfsprekend zijn er grote en vele gebreken aan te wijzen onder de bevolking en niemand weet dat beter dan hij, die in dienst van zijn Zender een aantal jaren heeft geprobeerd hier te werken. Mijn ervaring is echter, dat een predikant heel veel van de misstanden mag zeggen, op één voorwaarde, n.l. dat in zijn woorden de liefde tot zijn gemeente doorstraalt. Ontbreekt die en wordt alleen het verkeerde gehekeld, zonder dat de genegenheid uit de daden blijkt, dan spreekt het vanzelf, dat de gemeente zich afkeert. Overigens heeft de geïsoleerde bevolking hier op het eiland een scherpe critiek op bepaalde toestanden elders. Maar daarnaar moet vooral niet geluisterd worden, want het is immers het ten achter komende Flakkee, dat het zegt.
Tenslotte wil ik dit verweer besluiten, zoals ook ds. Straatsma doet, met een wens. Moge de Hervormde Kerk in Nederland gaan beseffen, dat de Flakkeeër in het kerkelijk en economisch leven een beetje lijkt op de man. die onder moordenaren is gevallen en moge die Kerk zich herinneren dat het een priester en een Leviet was, die deze ongelukkige lieten liggen, nadat ze naar hem hadden gekeken. Vanwaar komt de Samaritaan, die helpt zonder minachting en het er beter afbrengt dan de priester en de Leviet?
H. Goedhart.
Lezers, het is inderdaad treffend, dat „de Hervormde Kerk" op dogmatisch terrein zich zelden of nooit aan pertinente uitspraken waagt. Als het echter gaat om een oordeel uit te spreken over degenen, die tot de Gereformeerde Bond behoren, schroomt men zich niet om te zeggen wat men van ons denkt. Het is goed, dat we het weten.
Timmer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's