ONDERWIJS
Vrijheid (? )
„Frei ist der Mensch, und würde er in Ketten geboren". Zo zingt een Duits dichter. Vrij is de mens, al werd hij in ketenen geboren.
Al werd hij dus geboren als een slaaf, als een lijfeigene, toch is hij vrij naar de geest. Dat denkt de waanwijze mens en op dit idee bouwt hij 'zijn stelsels, ook op het terrein van onderwijs en opvoeding. Zonder inmenging van boven of van buiten zal de mens (ook de jonge mens) zelf uitmaken wat goed en nuttig en nodig is. Dat is de autonomie (autos = zelf ; nomos =wet).
We komen dit woord tegen op het gebied van de staat. Een volk, een staat is autonoom, als het zich, zonder inmenging van buiten, een eigen bestuur met eigen wetten heeft verworven. Dan is dat volk autonoom ten opzichte van andere volken en landen. Zo nemen nu velen 't óok bij de opvoeding van de jeugd. In 't diepst van zijn wezen vindt de mens zelf de wet. Hij is zichzelf de wet. Immers hij is , , vrij" geboren, vrij van alle smet : hij is van nature goed.
We kennen deze theorie wel. Dit bedoelde Rousseau toen hij z'n , , Emile" begon met deze woorden : , , Alles is goed, zoals het komt uit de hand van de Schepper ; alles ontaardt in de handen der mensen". Als dat zo is, dan komt men tot de eis, dat het kind zich vrij moet kunnen ontwikkelen, dan is dwang van buiten af niet geoorloofd, dan mag het kind niet verhinderd worden te doen, wat door zijn eigen natuur van hem geëist wordt. Dan is gehoorzaamheid aan anderen ook overbodig, want het kind heeft zelf de wet in zich, is zich zelf de wet, kan en mag en moet zelf de leiding hebben voor zijn ontwikkeling en opvoeding. Zorg er dan maar voor, dat de omstandigheden gunstig zijn ; houd het kind ver van de invloeden van verkeerde geesten en alles komt prima in orde. Ook Montessori oordeelt, dat het kind uit eigen onbelemmerde activiteit zich het best, het schoonst tot een goed, een koninklijk mens ontwikkelt ; dus moet het onder zo gunstig mogelijke omstandigheden kunnen leven en alzo de beste gelegenheid hebben tot zelfopvoeding. En Ellen Key zegt : „Als ik kind zeg, dan zeg ik Majesteit". Dat gaat zo langzamerhand in de richting van , , Ik ben mijzelf een god, in 't diepst van mijn gedachten".
, , Gij zult als God zijn", zegt de slang, en dat is wat in de diepste grond de moderne mens als theorie aanvaardt en gaarne als practisch toegepaste en uitgewerkte wetenschap zou willen beleven.
Inderdaad is het waar, wat Rousseau zegt, dat alles goed is, zoals het uit Gods hand komt, maar als hij er dan aan toevoegt : alles ontaardt in de handen der mensen, dan moeten we dit laatste toch anders lezen : Alles is ontaard, alles is bedorven, want wij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Die ontzaglijke breuk negeert Rousseau en met hem doen alle moderne peedagogen dat. En toch ligt hier de oorzaak dat al het gepraat over vrijheid, over autonomie van de mens, niet reëel is en niet reëel kan zijn. Het kind' is niet goed in zichzelf, maar zondig en geneigd tot alle kwaad. Als men dan ook meent, dat het beginsel der opvoeding vrijheid moet zijn, dan komt "men bedrogen uit. Zó komen we er niet. We komen wel ergens, maar zowel op godsdienstig als op ander gebied wordt het een zeer treurig resultaat. De vrijheid, het zichzelf een wet zijn, leidt tot losbandigheid, tot doen en laten wat men zelf wil, zonder zich ook maar het minste te storen aan anderen, zelfs niet aan de ouders. Maar ja, de consequentie van deze theorie houdt in, dat zelfs van ouderlijk gezag geen sprake is. Men beweert eenvoudig, dat het kind recht heeft op vrije ontwikkeling. De practijk heeft wel aangetoond, dat „de rechten van het kind" tot de naarste uitwassen leiden, maar toch gaat men telkens weer uit van de gedachte, dat het al goed is wat de natuur doet en dat men bij de opvoeding slechts de natuur moet laten werken, de natuur van het kind, en dat men de natuurlijke ontwikkeling moet volgen, zonder enig dwingend ingrijpen. Misschien wil men nog wel spreken van leiding, maar dat moet dan zijn alleen maar een opwekking tot de kinderen om vrijwillig mede te werken.
Gehoorzamen is dan een woord, dat niet past in het woordenboek, want gehoorzamen houdt in : zich onderwerpen aan de wil van een ander. Er zijn er natuurlijk óok, die van absolute vrijheid toch ook weer niet alle heil verwachten. Ze erkennen, dat een opvoeding waarbij het kind zich nooit stoot aan minder aangename gewaarwordingen, tenslotte geen karakters vormt ; het leven zelf, het maatschappelijk leven, waarin het kind, groot geworden, zijn plaats vindt, is ook geen altijd durende weg vol rozengeur en maneschijn en zeker niet een pad, waarop de eigen wil en de eigen natuur en het eigen karakter als alléén maatgevend gelden kan. Integendeel. En daarom is het goed, dat het kind reeds jong ook wel eens een ander, een andere wil, een ander karakter, niet parallel aan het zijne, op z'n pad vindt. Maar dan toch ook nog geen dwang, niet iets opleggen. Laat men dan toch vooral voor het kind de leiding aannemelijk of liever nog aantrekkelijk maken.
Anders kweekt men opstandige naturen !
Zou 't niet juist andersom zijn? Wanneer een opgroeiend kind zich maar altijd in de vrijheid van zijn eigen smaak en wil kan ontwikkelen, veeleer komt dan eenmaal de tijd dat het botst tegen het harde leven. Dat leven is zeker niet zo zoetsappig als sommige slappe ouders, die alles maar laten gaan, 't zij uit , , vrijheidsprincipe", 't zij uit laakbare gemakzucht. In de practijk valt 't dan ook met de toepassing van dit stelsel nog al mee, d.w.z. het wordt niet zoveel toegepast, kan ook zo niet toegepast worden, zeker niet in de school met het klassikaal stelsel, soms met vrij grote tot zeer grote klassen. Stel u voor, dat daar het individuele vrijheidsprincipe gevolgd werd. En ieder deed wat recht was in zijn ogen.
Wat zegt u? Gebeurt dat toch wel? Een inspecteur ergens bezocht een gemeenteschool en zijn eerste reactie, toen hij de klas van het Hoofd binnenstapte, was : Hè, hè, hier kom je weer wat bij. Hier is 't rustig ! Hij had juist diezelfde dag nog een andere gemeenteschool bezocht en daar heerste de vrijheid !
Zeker, wij willen de jeugd ook in school niet doen staan onder een soort van cadaverdiscipline ; er mag best, ja, er moet wat vrijheid zijn, maar de kinderen zullen dan toch eerst moeten leren, dat er gezag is, en dat ze zich aan dat gezag hebben te onderwerpen. Dat is ook de Schriftuurlijke weg. Ouders van een paar leerlingen ener Bijz. School hadden bij de Arrondissements-schoolopziener (zo heetten jaren geleden bepaalde toezicht houdende ambtenaren) een klacht ingediend, dat er op deze school zoveel lichamelijk gestraft werd. 't Was inderdaad waar, dat 't nogal eens voorkwam, dat er klappen vielen ; zelfs 't stokje naast 't bord bleef niet altijd rustig in de hoek staan. Op deze school was de orde niet zo erg stipt, en als 't dan te bar werd, waren de maatregelen om , , de opstand te dempen" niet bepaald zachtzinnig. De schoolopziener besloot, persoonlijk deze zaak te behandelen en begaf zich vóór de namiddagschooltijd naar de betrokken school en had daar een onderhoud met het personeel over de genoemde klacht, 't Kwam natuurlijk neer op een goede orde zonder krasse maatregelen en toch ook wat vrijheid laten aan de leerlingen. Bij herhaling der klachten zou ingegrepen moeten worden. Meer of minder onder de indruk van de aangehoorde vermaning, begaven de dames en heren zich naar hun klasselokalen. De school ging aan. De schoolopziener liep wat door de gang, om te zien, hoe dat in z'n werk ging. Nu, dat was , , vrij" genoeg. Zonder zich veel te bekommeren om de vreemde heer, die door de gang dwaalde, stroomde de jeugd naar binnen. Op een gegeven moment wordt de schoolopziener in letterlijke zin door een klomp op z'n tenen getrapt. Dit was misschien nog niet zó erg geweest, als op één van die tenen niet een eksteroog had gezeten, die de eigenaar al heel wat pijn had bezorgd. Maar nu ineens die , , geklompte" voet er op — dat was onuitstaanbaar, en als begrijpelijke, onmiddellijke reactie gaf de schoolopziener de jongen, die hem dit lapte, een draai om z'n oren dat hij tegen de gangmuur optuimelde. 't Kostte de onderwijzers, die in de deur van hun lokaal stonden, moeite om zich in te houden. Wat ze gedacht zullen hebben, is wel te vermoeden.
En de schoolopziener heeft toch bij nader bedenken zelf óok wel de conclusie getrokken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's