De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET VERBOND MET NOACH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VERBOND MET NOACH

11 minuten leestijd

Overgegeven in hun eigen wegen. Dat was de heerschappij des doods over de eerste wereld, gelijk het nog altoos het oordeel is over het heidendom, dat in afgoderij, in de verheerlijking van mens en dier ten onder gaat. (Vgl. Rom. 1 vs. 24). En — gelijk het ook zal zijn met een iegelijk, die het Woord Gods niet ter harte neemt ! Laten wij dat niet vergeten ! Wij verachten Gods Woord niet straffeloos.

En wat moet er van ons terecht komen, als God ons overgeeft in onze eigen wegen?

Zo wij heidenen zijn, zijn wij onder de heerschappij des doods. Indien wij onder de Wet zijn, zijn wij schuldig de ganse Wet te doen en zo niet : Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al wat geschreven is in het boek der Wet om dat te doen. (Vgl. Gal. 3 : 10). En indien wij onder het Evangelie zijn in ongeloof, wat nuttigheid hebben wij daarvan?

Immers die niet gelooft, Is alrede geoordeeld.

Lichtstralen in een wereld, op welke de vloek Gods rust. Heel donker was het uitzicht voor de enkelingen, die zich vastklampten aan de beloften Gods in die ten ondergang neigende wereld. Wie vroeg er nog naar de God van het Paradijs, naar Hem, die van verlossing had gesproken? Zij hadden gewacht, ja iedere jonggeborene in het huis van Seth werd aangezien in de hope, dat hij het zou zijn.

Geslachten hebben zich nog in vroomheid bewaard en afgescheiden van de kinderen Kaïns, trouw blijvende aan de patriarchale traditie. En zij hebben gehoord van de uitvindingen, van de rijkdommen en schoonheden in de steden van Kaïn, en als zij met de Kaïnieten in aanraking kwamen, zijn de mannen onder de indruk gekomen van de schoonheid hunner vrouwen.

Men begon handel te drijven en meer gemeenzaam te worden met Kaïns geslacht en men begon te vergeten de woorden Gods, welke in vrome traditie waren bewaard. Het scheen, dat het met de vloek der wereld wel mee zou lopen. Dat scheen overdreven. Zie toch op Kaïns geslacht, zijn macht en rijkdom ! Wat zij in het Paradijs verloren hadden, schijnen zij ruimschoots te herwinnen door de cultuur. Maakte Kaïn niet zijn eigen wereld? En is dat niet vleiend voor het mensenhart, zijn eigen wereld !

God laat de vogels kwinkeleren, maar Jubal maakte orgels en harpen, Tubal-Kaïn ontdekte het koper en het ijzer en de bewerking daarvan. De eerste wereld scheen het heel wel buiten God te kunnen stellen en de vloek Gods over het aardrijk, behoefde men naar het scheen niet zo ernstig te nemen als de oude vaderen wel hadden gezegd.

Zo langzamerhand werden de geslachten van Kaïn en Seth meer familiair met elkander. De anti-these werd meer en meer opgeheven, zodat men weldra geen onderscheid meer zou zien tussen het volk, dat althans in naam, als de kinderen Gods gold, omdat zij de traditie in acht hadden genomen en openbare godsdienstoefeningen hielden.

De zonen van Seth namen zich de dochteren van Kaïn ten huwelijk. (Genesis 6 VS. 1 vv.). De ervaring leert, hoe het dan gaat. Het gevolg van deze vermenging is dan ook niet geweest, dat Kaïn tot God bekeerd werd, maar dat de invloeden van Kaïns cultuur doorwerkten, totdat een innerlijke crisis het einde zou brengen.

De traditionele ordeningen werden prijs gegeven voor menselijke inzettingen en practijken. In de oude tijd werd de patriarchale orde in ere gehouden. Men zou deze kunnen noemen de regering der vaderen. De saamleving werd beheerst door het vaderlijk gezag in zijn onderscheidene trappen : de gezinsvader, de familievader, de stamvader, enz. Het leven openbaarde zich daardoor in een organische opbouw. De oudste vader was uitteraard de vader van allen en de vorst, de hoogste regent of gezaghebbende.

Maar, zoals wij lezen in het genoemde Schriftgedeelte, werd deze orde verstoord door de , , reuzen", die zich een grote naam maakten. (Gen. 6 vs. 4). De vermenging van de geslachten Kaïn en Seth scheen aanvankelijk niet onvoordelig. Ik weet niet, of het woord, , reuzen" letterlijk moet genomen worden, derhalve als mensen, die groot van postuur waren, dan wel, of wij hier moeten denken aan mensen van grote macht en heerschappij, mannen van „formaat", waarop de laatste woorden schijnen te wijzen : deze zijn de geweldigen, d.i. de machtigen, die vanouds geweest zijn mannen van naam. Mogelijk moet men het woord , , reuzen" in beide betekenissen nemen.

Het lijdt wel haast geen twijfel, dat deze reuzen de heerschappij in handen hebben genomen, en dat niet alleen wat de regering aangaat, zodat zij om die in handen te krijgen, de rechten der vaderen moesten schenden. Zij zullen voor geen middel zijn teruggedeinsd, en deze , , geweldigen" zullen ook op het terrein der cultuur in die oude tijd hun uitvinders en leidslieden hebben voortgebracht, zodat de macht der geweldigen tot een centrale moet uitgegroeid zijn en hoogst waarschijnlijk een tyraniek karakter zal hebben aangenomen.

De algemene zedelijke en geestelijke ontaarding nam zulke afmetingen aan, dat het ten hemel schreide. (Genesis 6 VS. 5). , , En de Heere zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten ten allen dage alleenlijk boos was".

Toen viel het goddelijk besluit om de mens van de aardbodem te verdelgen, want het berouwde de Heere, dat Hij de mens gemaakt had. (Genesis 6 vs. 7).

Dat is het einde van het gebroken verbond, als God de mens overgeeft in zijn eigen wegen en Zijn genade inhoudt. Ook dat verloren geslacht is niet zonder het Woord Gods geweest, dat Hij gesproken had niet alleen tot Adam en Eva, maar ook tot Kaïn en Noach.

Ook zij hebben geweten, dat er nog een profetie der hope was en het was ook niet ganselijk vergeten, want God had Zijn belofte niet vergeten, getuige het feit, dat Noach genade vond in Zijn ogen. , , En Noach wandelde met God". (Genesis 6 vs. 9). Deze man was uit een godvrezend geslacht, waaruit kan blijken dat de Heere temidden van al het boos gedichtsel der mensen, toch nog het woord van Zijn gunst in gedachtenis hield.

Het was, zoals het in het laatste der dagen wederom zal zijn, de aarde was vervuld van wrevel. , , Alle vlees had zijn weg verdorven". (Genesis 6 vs. 11, 12). De crisis bereikte een hoogtepunt. De Heere Jezus Christus spreekt er zelf van in Matth. 24 vs. 37 vv. : „En gelijk de dagen van Noach waren, . alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen. Want gelijk zij waren in de dagen vóór de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, waarop Noach in de ark ging ; en bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen".

Ziedaar, hoe de Heere Jezus het toenmalig geslacht tekent en hoezeer de vergelijking met de voleindiging dezer wereld door Zijn gezag wordt bevestigd. .

Zij bekenden niet. Er is onderscheid tussen kennen en bekennen. Bekennen is toegeven, belijden van datgene, waarvan men kennis draagt. Niet bekennen wijst derhalve, zo daar geen onwetendheid is, op onwil en tegenzin. Het moedwillige treedt op de voorgrond.

Uit dit oogpunt is het zorgwekkend, wat wij in onze dagen kunnen opmerken. Men kan in een eeuw als deze moeilijk beweren, dat er geen kennis van de geopenbaarde dingen is. In geen eeuw werd zóveel geschreven over de Heilige Schrift en over de dingen van de godsdienst, als in de laatste eeuw. En toch is de afval en ontkerstening zo ontstellend groot. Zelfs op kerkelijk gebied kan men een geest opmerken, die het traditioneel-confessionele Christelijk geloof der kerk afwijst en veroordeelt zonder daarvoor ook maar iets in de plaats te geven tot leiding en verheffing van het geestelijk en zedelijk leven.

Het enige wat men bij dezulken zou kunnen waarnemen, is een nivellering met de geest der wereld, een wereldgelijkvormigheid, die voortreffelijker wordt geacht dan de , , Christelijke" traditie, welke daartegen waarschuwt, en dat niet zonder beroep op de Heilige Schrift.

God komt tot Noach, 'die door Petrus een prediker der gerechtigheid wordt genoemd. (1 Petr. 2 vs. 5). Hij geeft hem bevel om de ark te bouwen. Alleen dit bevel en de afmetingen van dat merkwaardige schip, kunnen reeds aantonen, tot welk een hoogte de cultuur der geweldigen was voortgeschreden, dat zo iets mogelijk was : technisch en organisatorisch. Over hoeveel geld en werkkrachten moet Noach de beschikking gehad hebben om zulk een werk te kunnen voltooien ! Zo heeft de Heere de toenmalige cultuurstand nog gebruikt voor de vervulling van Zijn Raad.

De oude mensheid zou echter, met uitzondering van Noach en de zijnen, geen deel hebben aan de genade Zijner belofte.

Na de vloed, die de verdorven mensheid verzwolgen heeft, maakte de Heere een verbond met Noach en zijn zaad. (Genesis 9 vs. 9 en 11).

Dit nieuwe verbond stelt een nieuw begin met de afstammeling van de oude verdorven Adam, op wien de vloek van het Paradijs-verbond nog altijd rustte.

Dit verbond met Noach staat in het teken van het prot-Evangelie. Het is een profetie van de verlossing, die komen zal, een profetie niet over een nieuwe mensheid, maar over de mensheid, die in de ondergang der eerste wereld werd gespaard.

Het verbond van Noach draagt daarvan de kenmerken. Bavinck suggereert de naam: Verbond der lankmoedigheid, omdat het a.h.w. een voorbereiding is van het Verbond der genade, dat met Abram wordt gesloten.

Dit Verbond draagt ook een algemeen karakter. Het raakt de ganse mensheid en ook andere schepselen. , , De vloek over de aarde wordt er door beperkt, de natuur aan banden gelegd, haar verwoestende kracht beteugeld ; het water wordt bedwongen in zijn ontzettend geweld, een geregelde wisseling van jaargetijden wordt ingevoerd, heel de redeloze natuur wordt aan ordinantiën onderworpen, die vastliggen in Gods verbond en ten teken en onderpand wordt de regenboog in de wolken gesteld. (Gen. 8 : 21, 22 ; 9 : 9—17") Zie dr. H. Bavinck, Geref. Dogm. III, 226 V.

Wij mogen zeggen, dat het verbond met Noach in het geheel van de verwezenlijking van het verbond der belofte een plaats inneemt. Hoewel wij weten, dat de kinderen der ongehoorzaamheid ook in Noachs geslacht door hetzelfde oordeel zullen getroffen worden als het voorgeslacht, verschijnt deze Noachietische mensheid toch onder het aanlichten van een nieuwe dageraad.

Dit tekent zich o.m. af in de bijzondere zorg, welke God heeft voor het leven der mensen. In het bevel van de doodstraf voor de moordenaar klinkt wellicht nog de herinnering door van de ruwheid en het geweld in de eerste wereld, de wereld vóór de zondvloed. Maar de Heere wil niet, dat degenen, die over de anderen heersen, met moord en doodslag zullen regeren en hun macht uitbreiden. Daarom gebiedt Hij juist degenen, die met gezag bekleed zijn, de moordenaar uit de saamleving te verwijderen door hem terecht te stellen.

Het is eigenlijk zo, dat de Overheden strikt genomen, geen keuze hebben, of zij al of niet de doodstraf in de rechtshandhaving zullen opnemen. Neen, de Heere zelf heeft het vonnis geveld over de moordenaar. Hij zal sterven. De Overheid heeft het vonnis alleen maar uit te voeren.

Daarom kan het nimmer een argument tegen de doodstraf van de moordenaar zijn, dat men voor hem de tijd der bekering mogelijk afsnijdt. Het is dezelfde God, die beveelt de moordenaar te doden, dezelfde God, die iemand krachtdadig tot bekering roept. Maar de Overheid zal hebben toe te zien, dat zij niet de onschuldige terechtstelt.

Het Noachietisch verbond draagt, zo zeiden wij, een algemeen karakter en kenmerkt zich door de beschermende ordinantiën voor de mens. De dieren des velds worden er bij betrokken, het voedsel voor de mens bepaald, en de Heere zegt, dat de ordeningen des hemels en de wisseling der jaargetijden niet zullen ophouden gedurende de dagen der aarde. (Gen. 8 vs. 22). Hij zegt ook, dat er geen vloed meer zal zijn om de aarde te verderven. (Gen. 9:11).

Het teken van dit verbond tussen God en de aarde is de regenboog.

Het Noachietisch verbond wijst terug en vooruit.

Terug op de zondvloed, vooruit op de belofte van Gen. 3 vs. 15.

Terug op het verbroken Paradijs-verbond, vooruit op het Genade-verbond. De inhoud van dit verbond is van algemene betekenis voor de Noachietische mensheid. Het spreekt niet over het Paradijs-verbond en niet over het genade-verbond, maar het heeft met beide te maken. Het is een verbond met de breker van het Paradijs-verbond, met de opstandeling van Eden, maar het is een verbond Gods, dat de weg van een nieuw verbond zal bereiden.

Voor de Noachietische mens is het Paradijs-verbond niet opgeheven, de eis van gehoorzaamheid-niet vervallen en wij zullen in een volgend artikel kunnen opmerken, dat die eis ook in het verbond met Israël niet is opgeheven.

Doch het verbond met Noach is een profetie der hope, omdat Gods zorg voor de gevallen mens, die naar Zijn beeld geschapen is, vertolkt dat er nog gedachten des vredes bij de Almach­tige zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET VERBOND MET NOACH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's