OPDAT OOK GIJ GELOVEN MOOGT
I.
Tweemaal hebben we ons bezig gehouden met de verhouding geloof en prediking. Eerst hebben we vastgesteld dat de prediking moet voortkomen uit het geloof. Geloof is ook de inhoud van de verkondiging. Wanneer we nu nagaan wat, het doel van de evangelievertolking moet zijn, zullen we tot de slotsom komen dat de boodschap van Gods heil noodt en noopt tot geloof. Immers de prediking doet geen nut, wanneer ze met geloof niet gemengd wordt. Kortom : we prediken uit het geloof tot geloof.
Alsof eeuwen wegvallen.
, , Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit. En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig i en hij weet, dat hij zegt hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt". (Joh. 19 VS. 34 en 35). , , Jezus dan heeft nog vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek. Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods ; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn naam".
Het is alsof eeuwen wegvallen en alsof de eerbiedwaardige en hoogsternstige apostel der liefde het gelaat met een lange baard — zoals we ons hem tenminste altijd voorstellen — naar ons opheft en ons vanachter zijn handschrift doordringend aanziet. , , Opdat ook gij geloven moogt". Er kunnen van die ogenblikken zijn in onze omgang met de Heilige Schrift, dat we alles rondom vergeten en oog in oog staan met de aanschouwers en betasters van het Woord des levens. , , Opdat ook gij geloven moogt". Johannes predikte geenszins een objectief veranderde situatie, zozeer veranderd, dat wij ook feitelijk al zonder ons weten de gelovenden zijn, maar hij gaf getuigenis van wat hij zag en hoorde, opdat al wie het hoort en leest, geloven mag en zich verwonderen. Zoals Johannes van zichzelf schrijft : , , en zag het en geloofde'" (Joh. 20 VS. 8). Het geloof ontluikt zo stil en pretentieloos.
Waar de prediker staat.
„Opdat gij geloven moogt". Er is dus een lijn van Schrift tot geloof, een beweging. Op die lijn staan we als gezanten van Godswege, als predikers — in vreze en beven weliswaar, bevende immers voor het Woord en wetende de schrik des Heeren —• om te bewegen tot het geloof. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods.
Heilsmiddelen.
Ik kan me niet vinden in de brute geweldpleging van , , Fundamenten en perspectieven" om prediking — doop — avondmaal, als heilsmiddelen op een noemer te plaatsen. Eén kan dit niet benoemen, want prediking en sacramenten zijn nog verbonden, maar toch niet van dezelfde orde, In de toelichting kruipt de aap uit de mouw : „de prediking is een sacramenteel gebeuren". Deze gedachte is bij prof. Miskotte niet vreemd. Het zou n.b. de ontdekking van de reformatoren zijn, dat de prediking een sacramenteel gebeuren is. Men moet wel doordrenkt zijn van de idee dat Gods Woord totaliter iets anders is dan mensenwoorden, dat het eindige het oneindige niet vatten kan, wanneer men de prediking wil degraderen tot een voertuig van Gods feitelijk onuitsprekelijk genadewoord. Prof. Miskotte mediteert over de altaarschel in de R.K. liturgie op het moment, wanneer Christus in brood en wijn zelf in het midden verschijnt, op het bevelend, scheppend woord van de priester. , , Bij de bediening des Woords kan ook, door de mensenwoorden heen, een heldere schel in de harten luiden : God is tegenwoordig, God is in het midden, laat ons diep in 't stof aanbidden". (Om het levende woord, dr. K. H. Miskotte, p. 279). Dat Gods Woord vreemd is en ver, is dunkt me, allereerst niet te wijten aan de mateloze afstand eeuwige Schepper—schepsel, maar aan de afstand Rechtvaardige Wetgever—wederhorige zondaar. Het is eer en meer een niet willen, dan een niet kunnen horen. Het woord , , Waarheid" in de Schrift is niet een kosmologisch begrip. We kunnen „de Waarheid" niet rationeel en psychologisch benaderen. Niet via mysteriën dringen we in haar door. De enige juiste relatie is die van de gehoorzaamheid van het geloof.
Wanneer we uitgaan van zo oneindig verschil tussen Gods Woord en mensenwoord, dat we dit laatste slechts , , naar de aard en eigenschap" der sacramenten Gods Woord willen noemen, hoe ter wereld lezen we dan van de Apostel de volgende uitspraken? , , Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft". (1 Thess. 2 vs. 13). Ook 1 Corinthe 2 vers 4 en 5 en 10—13. , , En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid, maar in betoning des geestes en der kracht Gods. En wij spreken wijsheid onder de volmaakten, doch een wijsheid, niet dezer wereld, noch der oversten dezer wereld, die te niet . worden. Doch God heeft het ons geopenbaard door door Zijn Geest ; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn". En Calvijn : , , dit is een bizondere weldaad, dat Christus als met Zijn eigen stem ons vriendelijk tot Zich noodt". (Comm. Psalmen).
Geloof.
We moeten bewegen tot het geloof. Zoeken we lof, dan hebben we ons loon weg. Wierook en weerklank beide, nee, dat gaat niet. Sommige predikanten kunnen zo aardig de hele week zenuwachtig achter hun preek van Zondag aandraven, om te horen wat A en B en C en het hele alfabeth er van zegt. , , Het interesseert u ongetwijfeld" — zei zeker heer, niet vrij van pedanterie — , , wat ik wel oordeel van uw preek? " , , Het interesseert me helemaal niet", antwoordde predicator. We moeten vooral laten uitkomen wat het geloof is. De eis van de Wet is niet in de eis tot geloof tot alleronbeduidendst minumum gereduceerd, alsof het geloof een soort recognitie-som is, een symbolise prijs in de trant van de verkoop van een onzer kastelen onlangs, dat voor de som van ƒ1.— overging in het bezit van de vereniging voor behoud van deze cultuurmonumenten. Er moet geslagen en gehakt worden — dat zal wel — maar laat ons toch wèl bedenken dat geloofsvertrouwen inboezemt de tere, levende, levendmakende prediking van de Christus der Schriften.
, , Met bevel van bekering en geloof" —• aldus onze vaderen. Ja, als gezanten mogen we bevelen, hoewel we nochtans liever bidden door de liefde — , , verkondigen, de heraut-boodschap brengen", is proclameren met volmacht, maar we mogen tactisch noch practisch negeren, wat we met een onzer berijmde psalmen zingen : , , Uw God, o Israël", (ja, Israël, zulk een God hebt gij nu, een God, geheel anders dan de heidenen) , , heeft door Zijn bevel de kracht u toegebracht". Is het niet wonderlijk? Kunnen we anders dan bidden: , , 0 God, schraag dat vermogen"? Daarom juist moeten we vaardig zijn in onze dienst, omdat God — omdat de interne* Leermeester en Prediker, de Heilige Geest, Zich bedient van mensen. De prediker leent zijn stem den Heere, alzo Calvijn. , , Door vermaning wordt de genade meegedeeld", zo lezen we in de Leerregels van Dordrecht. Wij moeten zo vlijtig en liefdevol en consciëntieus de uitleg behartigen, dat de gemeente , , in de stem de Stem hoort". Die u hoort, hoort Mij. Deze belofte komt de prediking toe. De overtuiging wortele in ons, dat de prediking niet simpel constateert, niet enkel diagnose en misschien ietwat prognose inhoudt, niet bloot beschrijft en kenmerken zuiver weergeeft, maar ten eerste en ten zeerste construeert, schept, namelijk het geloof des harten en de vrucht der lippen. Geloof is meer dan een voor waar houden, meer dan een laten gelden, meer dan een acte van ons verstand — wil — gemoed en van alle drie samen, geloof is allereerst crediet voor de Persoon van de Belover, aanhangen van de Heere en eensgeestes zijn met Hem. Ik meen niet, dat verloofden links en rechts informaties inwinnen en garantverklaringen afbedelen omtrent elkaars betrouwbaarheid, om zodoende verzekerd en overtuigd te zijn van de wederzijdse trouwbeloften. In God zal ik het Woord prijzen, en in Christus zijn alle beloften ja en amen. Hoe zouden we de beloften, Gods verbond en woorden omhelzen, wanneer de Persoon ons niet alle crediet waardig werd? Geloof is de weerklank van het Woord in ons diepste wezen. Daarom is het een grote eer op te treden als Gods medearbeider, 'het is een heilige eer, die niemand zichzelf aanneemt. Niet immer zal het geloof de vrucht zijn van onze prediking, maar de Raad Gods en de eeuwige Praaedestinatie worden gediend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's