ONDERWIJS
(2)
Vrijheid (? )
Wij kunnen de autonomie van het kind als leiddraad, als principe niet aanvaarden. Zelfs indien er geen sprake was van de grote breuk in het menselijk leven, dan nog zou toch altijd het feit daar blijven staan, dat van alle schepselen de mens het hulpbehoevendst is, als hij geboren wordt en van alle kanten met hulp en leiding moet omringd worden. Maar hoeveel te meer klemt dit nu, waar de dwaasheid in het hart van de jongen gebonden is en zelfs naar het woord van de apostel hij in 't gunstigste geval moet belijden : Het goede dat ik wil, dat doe ik niet en het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Het geneigd zijn tot alle kwaad sluit de ontwikkeling naar eigen wet en regel eenvoudig uit.
Maar ook om de gevolgen, die we dagelijks voor ogen zien. In de gezinnen, waar elk kan doen wat goed is in z'n ogen. In de maatschappij, in 't gewone mensenleven van alle dag. Hoe ver brengt de autonome mens het ? Vrij wil hij zijn, zelf wil hij uitmaken wat goed en kwaad is. Vrij om een zedelijk of onzedelijk leven te leiden, om nuchter te zijn of zich te bedrinken. En zo kunt ge maar voortgaan.
Vooral deze gevolgen, vooral de practijk van het dagelijks leven hebben nog al wat reactie tegen de autonomie in de opvoeding gewekt. Zelfs de meest overtuigde aanhanger van dit stelsel zal op z'n tijd moeten erkennen, dat evenals bij een vruchtboom de al te weelderig uitgroeiende loten gesnoeid moeten worden, omdat er anders niets van de boom als vruchtboom terecht komt, ook bij de opvoeding ingegrepen moet worden.
Anders gaat 't in 't leven van het opgroeiende geslacht verkeerd en wordt een goed functionerend maatschappelijk leven onmogelijk. Dit heeft er dan ook toe geleid, dat er toch ook paedagogen zijn opgestaan, die niet de ongebonden vrijheid het één en het alles vinden. De mens vindt ook de wet buiten zichzelf en bij de opvoeding moet het kind geleerd worden, zich aan die wet aan te passen. Dit noemt men de heteronomie (heteros = de ander ; nomos = wet). Hier wordt dus aangenomen, dat er nog een andere wet is, dat er nog andere wetten zijn, nog andere normen, dan die de mens zichzelve stelt. Dat er nog een andere maatstaf is, dan die welke voortkomt uit zijn eigen natuurlijk bestaan.
Nu zijn we een hele stap nader gekomen. Hier kunnen we, dunkt me, ons beter in vinden. Blijft alleen de grote vraag : wat zijn dat voor wetten, wat zijn dat voor normen, waar komen ze vandaan ? Wat is hun grond, vanwaar is het recht, waarmee ze zich als wet van buitenaf aandienen en waarmee ze bij de opvoeding in het kinderleven ingrijpen ? Zodra een ander, een andere wet zich in het kinderleven gaat mengen, om het met meer of minder autoriteit iets aan te prijzen, iets op te leggen, tot iets te dwingen of ten slotte om te straffen, is er dan niet de grote kans op willekeur, op onrecht ?
Zonder enige tegenspraak te duchten, kunnen we zeggen, dat de ouders de natuurlijke opvoeders zijn van het kind. Maar is dat, , natuurlijke" voldoende om het recht der ouders te staven. Heeft de vader daarom alleen gezag over het kind, omdat hij het verwekt heeft ; en de moeder, is het kind haar daarom gehoorzaamheid verschuldigd, omdat zij het gedragen heeft onder het hart en met smarte ter wereld heeft gebracht ? Of omdat het kind zonder de liefde en de zorg der ouders hopeloos zou verongelukken ?
Dan volgt de school. Daar oefenen de leerkrachten gezag over het kind uit. Waartoe ? Om de mogelijkheid te scheppen, dat er wat geleerd wordt — en om de leerling te gewennen aan de gehoorzaamheid en aldus ook opvoedend werkzaam te zijn. En vanwaar dit gezag ? Van de ouders, die de schooltaak aan de onderwijzer hebben overgedragen en nu kan de onderwijzer krachtens die overdracht rechtens in het kinderleven ingrijpen ? Of van de Overheid, die hem heeft aangesteld en rechten verleent ?
Is het dan zó, dat de ouders autonoom zijn, of de onderwijzers of misschien ook de Staat? Dit laatste vooral beweren de voorstanders van een opvoeding tot Staatsburger. De oude Grieken kenden dit reeds. Hoe het b.v. in Sparta toeging is genoegzaam bekend. Volgens de wetten van Lycurgus (9de eeuw voor Chr.) werd de opvoeding aan de Staat getrokken. Op het huiselijk leven en op de jeugd werd beslag gelegd. Zwakke kinderen moesten gedood worden. Van hun 7de jaar af werden Spartaanse knapen van Staatswege opgevoed, onder strenge tucht gedrild en tot soldaten gevormd. In het verdragen van honger en dorst, koude en hitte, vermoeiende marsen, van discipline hadden zij in die tijd huns gelijke niet. Stipte gehoorzaamheid en ontzag voor de ouderen werd de jeugd ingescherpt. Op het 30ste jaar volgde de inlijving bij een tentgenootschap, dat tegelijk een krijgsgemeenschap was. Er werd aan een gemeenschappelijke tafel gegeten en de spijzen waren allereenvoudigst.
Zo werd Sparta een militaire Staat bij uitnemendheid. Wie denkt hier niet onwillekeurig aan Hitler-Duitsland en aan de Hitlerjeugd ?
Ik geloof niet, dat iemand onzer dit ideaal van de autonome staat zal aanvaarden, eerder dat men dit zal verafschuwen.
Deze uiterste consequentie wordt ook niet direct bereikt, en daarom is het nodig, dat men zich wachte voor de eerste stap.
, , Een goed ingerichte maatschappij" zeggen anderen , , zal ons de goede wetten der opvoeding geven". Dat is de sociale opvoeding, waarbij de ouders en onderwijzers kunnen teruggrijpen op de normen van goed ingericht sociaal leven. We zijn met dit alles wel ver van de leer van het autonome kind. De individuele opvoeding van Rousseau is hiermee al lang verlaten en heeft plaats gemaakt voor de samenwerking in groepsverband.
Maar achter en in al deze stelsels blijft men ten slotte toch op hetzelfde vlak. Zeker, 't is wel de invloed van , , de ander" die ingrijpt in 't opvoedingsproces, maar die ander blijft ook al weer op de hoogte van de menselijke samenleving of op de hoogte van het menselijk denken.
Dit komt uit in het ganse terrein der opvoeding. Sociale, staatkundige, eesthetische, morele, intellectuele opvoeding. De religieuse (godsdienstige) opvoeding doet toch wel iets anders verwachten. Maar ziet ook daar komt voor velen niets uit boven het moderne denken. De godsdienst wordt natuurgodsdienst en de Openbaring wordt niet erkend.
Daartegen moeten we stelling nemen.
Prof. Bavinck was in zijn tijd al van oordeel, dat de paedagogiek een wijsgerig vak is maar afhankelijk van theologie en philosofie. Dus geen wetenschap op zichzelf.
Prof. Waterink, die psychologie en sociologie hulpwetenschappen noemt voor de paedagogiek, schrijft o.m. : , , Overal waar deze vakken de normen willen aangeven en dus de grondslagen willen leggen voor de paedagogische theorie, zakt het paedagogisch gebouw scheef".
Voor de Christelijke opvoeding is het Woord van God de norm, de levensregel. Geen menselijk stelsel, geen wetenschap op zichzelf, geen natuurlijke liefde, geen gezagsoverdracht in aardse verhoudingen heeft genoeg autoriteit om als norm aanvaard te worden, of om de normen te geven. Ook in de opvoeding geldt 't voor alle gezag, dat er geen macht is dan van God eri de machten die er zijn, die zijn van God verordend. En als prof. Casimir, die in , , Langs de lijnen van het leven" over deze dingen schrijft, zegt, dat de normen en het doel van de opvoeding bepaald worden door de levens- en wereldbeschouwing van de opvoeder, dan komt toch eigenlijk hier weer alles op subjectieve basis te staan. Terwijl we nodig hebben een vaste grondslag, onbewogen en onbeweeglijk. En die hebben we alleen in het Woord.
Ook in dit opzidht moeten we terug tot de Wet en de Getuigenis.
De heteronomie, die erkent dat de mens de wet vindt buiten zich zelf, wordt dan nader begrensd als theonomie (Theos = God ; nomos = wet). Dan is die Ander, die de wet oplegt, die Ander waaraan het gezag ontleend wordt : God !
En het is toch wel van het grootste belang, om te weten hoe de opvoeding en de opvoeder van onze kinderen hiertegenover staat.
Daarover een volgend maal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's