De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPDAT OOK GIJ GELOVEN MOOGT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPDAT OOK GIJ GELOVEN MOOGT

5 minuten leestijd

(3)

Verbondsmatig.

Er is iets van aan, wanneer prof. Miskotte beweert, dat de prediking „een herhaling der missie" is. De situatie, waarin de zendeling staat, is niet radicaal anders dan die, waarin de predikant optreedt. In ieder geval moeten we onderscheidend te werk gaan, wanneer we het Woord toepassen. Maar we zijn er daarmee toch niet. We mogen niet stekeblind zijn voor het gegeven van „het Verbond". Of Oost-indonesisch doof. De argwaan en het protest alleen al tegen de blote term verbond hier en daar, is wellicht een reactie tegen de afgoderij, die met het verbond bedreven werd. Men hanteerde het verbond, zoals de Roomsen de sacramenten : het werkt ex opere operato. „Ge zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben". We mogen ook de heilige begrippen verkiezing, verbond e.a. niet als goden voor Gods aangezicht houden. Het verbond mag de God des verbonds niet in de schaduw stellen. Daarom zou het misschien overweging verdienen om de heilige termen te schrijven met een kleine letter. Op catechisatie leerde ik dat het in de 12 artikelen verschil maakt, als we belijden te geloven in God of te geloven een heilige algemene christelijke kerk. enz. We mogen derhalve ook niet geloven in het verbond, ook al geloven we het hartelijk. Verbondsmatig prediken betekent, dat we er ons rekenschap van« geven, dat er voor verweg het grootste deel gedoopten voor ons zitten, wanneer we het Woord in de gemeente bedienen. Wat zijn ze nu? Heidenen? Is de aanspraak gedoopte heidenen juist? Zijn het kinderen Gods? Ja, maar vergeet niet dat er tweeërlei kinderen des verbonds zijn. Zijn het heiligen? Geheiligd in Christus ja, maar staan ze als ranken onherroepelijk in de wijnstok? Geenszins. Al deze overwegingen moeten zorgvuldig en zuiver verdisconteerd worden in de aanpak, in de aanspraak van de gemeente. Natuurlijk, we zullen de rechtvaardigen het wèl en de goddelozen het wee toeroepen. In alle ernst. Maar met deze summiere en uiteindelijk juiste en per saldo enige onderscheiding zijn we er in de prediking niet van af. Integendeel. Er zijn predikers, die jaar en dag, lustig voortwerken met deze indeling, waarmee ze opereren als met een witzwart schema, waarmee ze „verrassende" resultaten boeken, waarmee ze snel de instemming van de massa verwerven, want men houdt van zo'n duidelijke versimpeling, en waarmee ze mij wel eens jaloers maken, want de voorspoed van deze „goddeloosheid" kan tot een gedurige aanvechting strekken. We moeten principieel twee wegen en „twee mensen" slechts voorstellen, ongetwijfeld, maar er zijn talloze onderverdelingen en er zijn nuanceringen, die we in geen geval mogen verwaarlozen. De zuivere hantering van de macht der sleutelen vraagt goede discretie. In dit verband kunnen we in enigszins andere betekenis de spreuk aanhalen, dat er meer is tussen hemel en hel, dan wij denken. Nogmaals de prediking is een precisie-instrument.

Waagstuk der prediking.

Alles tezamen genomen luidt onze conclusie, dat de prediking, opdat ook gij geloven moogt, allerminst een eenvoudige opdracht betekent. De onbesneden typering „het waagstuk van de prediking" is me echter te ver gezocht. We moeten dan wel uitgaan van de absolute tegenstelling Gods Woord— mensenwoord. In de Schrift kan ik het absoluut karakter van deze tegenstelling niet vinden. Deze uitdrukking „waagstuk der prediking" correspondeert met de niet minder bekende kenschetsing „het waagstuk des geloofs". Is dit, vraag ik me af, niet bekeken door de bril van het ongeloof? Is dit niet leentje-buur spelen in het begrippenarsenaal van de Satan? Er is ook wat voor te zeggen, dat met, in het geloof het waagstuk ophoudt. Waar of niet? Thomas Mann, de Duitse auteur, heeft eens verklaard, dat een schrijver iemand is, die moeilijk schrijft. Ik zou deze uitdrukking graag willen overnemen voor ons dominees, verbi Divini ministri, een predikant is iemand die moeilijk preekt. U begrijpt de bedoeling. We mogen er ons niet gemakkelijk van afmaken. Maar hoe moeilijk ook, een , , onmogelijke mogelijkheid" is het toch weer niet. Evenmin als het geloof dat is. Zo opgevat, zou de prediking geen scheiding betekenen, aan de ongelovige zou niet alle verontschuldiging benomen worden en het zou — om met Bengel te spreken — geen preludium zijn op het universele oordeel. Door de prediking — hoe huiveringwekkend ! — realiseert God Zijn eeuwig voornemen : Hij vernedert, die Hij wil ; Hij verhardt, die Hij wil. Aan en door Christus voltrekt zich een scheiding der geesten. (Joh. 9 vs. 39).

Zal Hij nog geloof vinden? We prediken het geloof om tot geloof te bewegen. Van Petrus lezen we, dat de Heere gebeden had, dat zijn geloof niet zou ophouden. Al verloochende Petrus zijn meester, al verbrak hij de geloofsoefening, al verloor hij het gevoel der genade, toch hield — om Christus' voorbede — het geloof niet op. Ook dat geloof hebben we te prediken tot troost van afgedoolden en verzonkenen. Wanneer Christus wederkomt, zal Hij geloof vinden, misschien nog dat geloof, dat bij alle verachtering, niet eens geoefend, toch niet is opgehouden. Het geloof prediken tot geloof betekent dat we voorstellen het geloof in de volle zin van het woord, , in de objectieve en de subjectieve betekenis, die we allebei ook in de Schrift vinden, het geloof, dat en het geloof, , waarmee geloofd wordt. Het geloof in zijn volle bloei en groei, maar ook wanneer het in bar getij als een ogenschijnlijk dorre wortelstok zonder enige spriet boven de grond, in ons is achtergebleven. Zo dienen we te verkondigen, opdat inderdaad Christus geloof aantreffe, als Hij komt. Daarom preken we totdat Hij komt.

Tenslotte.

Aan het eind van een drietal artikeltjes over de betrekking prediking—geloof, meen ik het als volgt te mogen samenvatten : We prediken uit geloof (ik heb geloofd en daarom ) het allerheiligst geloof (wat zal ik roepen? ) tot geloof, (opdat ook gij geloven moogt). Gelooft en gij zult zalig worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OPDAT OOK GIJ GELOVEN MOOGT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's