De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET PASTORALE IN DE PREDIKING IN VERBAND MET HET HUISBEZOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET PASTORALE IN DE PREDIKING IN VERBAND MET HET HUISBEZOEK

8 minuten leestijd

III.

6. Het voorgaande sluit in zich, dat er een wisselwerking is tussen de bediening des Woords op de kansel en die in het huisbezoek. Enerzijds treedt de pastor van uit de algemene bediening op de kansel in de verbijzondering op huisbezoek en aan het ziekbed. Anderzijds wordt hij door de bijzondere zielszorg weer naar de kansel gebracht met die bepaalde Woordbediening. Deze wisselwerking is voor het waarlijk pastorale én op de kansel én op het huisbezoek zeker noodzakelijk. Herhaaldelijk blijkt het, dat de toepassing door de enkeling in zijn eigen geestelijke situatie verkeerd gemaakt is, of dat de strekking van de openbare bediening des Woords niet in de verbijzondering tot haar recht komt. Anderzijds blijkt vaak bij gebrek aan bijzonder huisbezoek-contact, dat de predikant niet als herder in zijn prediking staat midden in het leven van de hem toevertrouwde kudde.

Deze wisselwerking bepaalt ook tegelijk het karakter van het huisbezoek als verbijzondering van de openbare bediening des Woords. We naderen als pastor vanuit dezelfde visie, die we op de kansel hebben op de gemeente (als zijnde het volk des Verbonds, dat opgeroepen moet worden tot geloof en bekering, dat ontdekt moet worden aan zonde, dat geleid moet worden tot Christus, en in en uit Hem vertroost en bevestigd enz.) tot de enkele leden der gemeente. Deze verbijzondering brengt ook haar bijzondere moeilijkheden met zich, waar hier doorgestoten moet worden tot de diepste levensvragen, dié de mens meestal liefst omzeilt en niet aan de orde stelt. Vandaar dat maar al te vaak het huisbezoek niet beantwoordt aan zijn doel. Alleen ambtsbewustzijn en het verstaan van de samenhang tussen kansel en huisbezoek kunnen hier de pastor in de rechte weg houden. Anders glijdt hij af tot een gemoedelijke en vriendschappelijke thee- of koffievisite. Het zal hem echter gaan om het heil der zielen.

Gelukkig de gemeente en de predikant, als dit ambtelijke bezoek nog in ere is en regelmatig herhaald wordt. Vaak wordt gedacht, dat het beter ware om zonder ouderling te gaan, omdat onder vier ogen het hart gemakkelijker voor de pastor opengaat. Echter de pastor doe zijn herderlijke nazorg, doch doe geen afbreuk aan de ambtelijke rondgang, waardoor predikant en ouderling in ambtsvervulling het Woord Gods brengen in de verbijzondering aan de huizen in de gezinnen. Waar de gemeente te groot is voor de regelmatige omgang van de predikant door de gemeente, moet georganiseerd worden, opdat de rondgang toch regelmatig geschiede door de ouderlingen, terwijl de predikant nauw contact met zijn ouderlingen onderhoudt en de nazorg in de persoonlijke ontmoeting gestaag beoefene. Alleen zo kan zijn prediking pastoraal bepaald blijven tot stichting der Gemeente, tot opvoeding van Gods kinderen, tot bekering van de zondaren.

7. Hierbij stuiten we echter aanstonds op een grote practische moeilijkheid. De grote omvang van zeer veel gemeenten is immers het grote struikelblok voor de beoefening van deze pastorale taak in prediking en huisbezoek. Daarbij komen dan nog de vele werkzaamheden, die den pastor doorgaans op de schouders gelegd worden, het voorzitterschap van allerlei verenigingen en commissies, tot bouwcommissies en bazarcommissies toe. Dit laatste kan vooral de grote verleiding vormen voor de pastor. Laat echter toch immer de kern van onze ambtsvervulling de kern blijven. Nodig is de gemeente zelf te activeren tot alle bijkomstige arbeid. Predikanten, die de ganse week achter alles aanhollen, doch niet aan bezinning op het Woord en herderlijke zorg toekomen, schieten te kort in hun ambtsbediening, hoezeer ze ook zich inspannen om hun gemeente te dienen. De gemeenten gaan er door te gronde.

8. Zo behoort het gemeentewerk te worden gedecentraliseerd, opdat de pastor zijn pastorale taak in zielszorg op de kansel en aan de huizen kan vervullen. Dat heeft ook vooral betrekking op het evangelisatiewerk. Nooit mogen de buitenkerkelijken de prediking bepalen. De evangelisatiearbeid ligge in handen van een aparte commissie, zo mogelijk een predikant met bijzondere opdracht. De gewone dienaar des Woords is echter dienaar des Woords, herder en leraar in de Gemeente Gods. Hij heeft zich allereerst te richten op de kinderen Gods en het Volk des Verbonds daar omheen, opdat hij in zijn bediening de gemeente weide in de weide van het Woord. Zo bouwt hij de gemeente van binnen uit. Hij mag niet bepaalde geloofstukken onbehandeld laten, omdat buitenkerkelijken of onbekeerden die niet kunnen verstaan of volgen. Neen, hij heeft de Raad Gods te verkondigen, in de vertolking van het leven der Kerk Gods, het leven des geloofs in en uit Christus en de vruchten daarvan. Dat is zijn taak. Om de buitenkerkelijken te benaderen moeten andere wegen worden gezocht. Maar worden door de gewone ambtelijke bediening Gods kinderen niet gevoed en opgevoed, met melk of vaste spijze, al naar het nodig is, zo treedt noodzakelijk geestelijke bloedarmoede op, verschraalt het leven des geloofs, en gaat de gemeente ondanks alle schijnbare winst onherroepelijk achteruit en wordt zij straks door de wereld verslonden.

9. Tenslotte willen we nog enkele voorwaarden noemen, waaraan o.i. voldaan moet worden, zal in ons Hervormd kerkelijk leven enigszins gestreefd kunnen worden naar beoefening van de pastorale taak in de wisselwerking tussen bediening des Woords op de kansel en aan de huizen, als hierboven omschreven :

A. Zoals we reeds zeiden, achten we het een besliste voorwaarde, om het Evangelisatiewerk geheel te verzelfstandigen, opdat de gewone ambtelijke bediening van de herder en leraar in de gemeente Gods in de vervulling van zijn pastoraat niet geschaad worde. De gewone dienaar des Woords heeft pastoraal zich te richten op het meelevende deel zijner gemeente (ik heb nu op het oog de grote gemeente met brede zelfkant). De zoom worde niet verwaarloosd, doch de bearbeiding daarvan beruste bij een ander. De wetenschap van deze ordening en van het gesteld zijn op deze bepaalde plaats neemt weg het gevoel van overladenheid met werk, het jagen achter alles aan, terwijl de gemeente zelf gebrek lijdt.

B. Opdat de wisselwerking tussen het pastoraat op de kansel en in het huisbezoek waarlijk zijn beslag zal kunnen krijgen en zodoende het pastorale in de prediking zowel als in het huisbezoek waarlijk tot zijn recht zal kunnen komen, is het nodig, dat de pastor ook met zijn gemeente telkens weer, Zondag aan Zondag, geconfronteerd wordt. In de gemeente met één predikantsplaats is dat een vanzelfsheid. Anders staat het echter met de centrale gemeenten met vele predikantsplaatsen. Waren er geen practische bezwaren, dan was hier het parochiestelsel de eenvoudige oplossing : de wijkgemeente met haar kerkgebouw. De eerste moeilijkheid, die zich hier voordoet is, dat meerdere wijkgemeenten gebruik moeten maken van één kerkgebouw. We zitten met een erfenis van het verleden, die we hebben te aanvaarden en bovendien ook weer zijn goede zijde heeft. Waren er geen grotere moeilijkheden dan deze, ze waren spoedig te overwinnen. Moeilijker wordt het echter, als we het probleem der modaliteiten of richtingen aansnijden (ik spreek van richtingen, omdat zich het onderscheid der richtingen, ondanks alle pogingen, toch niet zal laten verdoezelen). Vanwege dit probleem kan men, hoewel in principe voor het parochiestelsel, toch vanwege de practische bezwaren, die er aan zouden kleven in de huidige kerkelijke situatie der gemeente, zich gedwongen voelen het bekende rouleersysteem te moeten voorstaan, zodat men over de ganse stad preekt. Echter is er hierdoor niet dat gewenste verband tussen pastor en gemeente. De indeling van de wijkgemeente is immers zuiver geografisch en administratief, zodat de wijkgemeente gevormd wordt door een heterogeen gezelschap van aanhangers van allerlei modaliteiten, met een kleurloze schare. De pastor, die dit wonderlichaam krijgt te verzorgen krijgt bovendien nog op zijn schouders de verzorging van hen, die wel in andere wijkgemeenten wonen, doch zich aan zijn pastorale zorg willen toevertrouwen. Wat een wondermens moet zulk een pastor zijn. Daar hij echter een heel gewoon mens is, komt er van het pastorale, waarvan we boven gewaagden, niets terecht, tenzij hij al het andere terrein braak laat liggen.

Nu kan men zeggen : men moet de gemeente opvoeden tot kerkelijk leven en iedere wijkpredikant zij daartoe strikt gebonden aan zijn wijkgemeente en omgekeerd. Maar dit ideaal is niet te verwezenlijken in onze Kerk, zolang het feit der richtingen blijft bestaan. En de gemeente stoort er zich dan ook niet aan. Bovendien is er dan geen pastoraal verband. M.i. zou dan ook de enige oplossing voorlopig liggen in de vorming van de pastorale gemeente, die zich ordent rond de pastor. Mij zweeft voor de geest een administratieve indeling, waarover heenschuift een pastorale indeling. Practisch komt in menige centrale gemeente de gemeente, of een gedeelte van de gemeente zelf tot de vorming van zo'n pastorale gemeente, doch door allerlei weerstanden vanwege het vasthouden aan geografische en administratieve indeling blijft allerlei ander werk nu ongeorganiseerd, wat anders ter hand kon worden genomen. Mijn bedoeling is niet het groepsdominé zijn te propageren. Neen daar blijve zicht op de gehele Kerk. Doch de voorwaarde worde geschapen om waarlijk pastoraat te kunnen beoetenen in prediking en huisbezoek.

Er zou hiervan nog veel te zeggen zijn. Ik weet ook best over deze materie niet het laatste woord te hebben gesproken. Doch de enkele hoofdlijn, die ik heb menen te moeten trekken, moge ter overweging zijn. In ieder geval is hier stof genoeg, die opwekt tot ernstige, eerlijke en van werkelijkheidszin getuigenis afleggende bezinning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET PASTORALE IN DE PREDIKING IN VERBAND MET HET HUISBEZOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's