CONSERVATISME
De tegenstelling „behoudend—vooruitstrevend" wordt de laatste tijd nogal eens in het geding gebracht bij de theologische en kerkelijke discussies. Bij de interkerkelijke gesprekken acht men dat deze niet-theologische factoren hun woord meespraken, als de laatste jaren de toenadering tussen de kerken van gereformeerd type meer en meer geremd werd. Op deze zelfde niet-theologische factoren wijst men, nu de toenadering tussen de verschillende groepen in onze kerk meer en meer stokt. Het is begrijpelijk dat men, teleurgesteld in zijn oorlogse en na-oorlogse pogingen om tot eenheid te komen, zich afvraagt waar de oorzaken liggen van deze weigering tot samengaan. Als één van de oorzaken heeft men aangewezen een bepaald conservatisme, dat zich ook in het Godsdienstig-kerkelijk leven van heden gelden doet.
In dit artikel willen wij trachten ons rekenschap te geven van deze klacht. Vooraf zij opgemerkt, dat vooruitstrevendheid even niet-theologisch is als conservatisme. Toegegeven moet worden dat beide zowel kerkelijk als theologisch steeds hun invloed hebben doen gelden en dat deze beide gesteldheden, vooral als ze naast elkaar in één kerk gevonden worden, het kerkelijk leven en handelen niet bepaald gemakkelijk maken. De ene groep, die steeds vooruit wil, zal zich bij al haar doen geremd voelen door de andere, die achter in het tuig hangt, terwijl omgekeerd de groep, die behouden wil of die terug wil naar het oude, zich weerhouden voelt door hen, die naar het nieuwe staan. Het kan niet geheel ontkend worden, dat ons kerkelijk leven een dergelijk beeld ongeveer te aanschouwen geeft, al moet er dadelijk aan worden toegevoegd, dat elke groep in de kerk vooruitstrevenden en conservatieven in haar gelederen telt.
Behalve dat blijkt het telkens weer, dat elke richting in haar geheel genomen, een brok conservatisme in zich draagt. Men zou, dunkt mij, degenen, die de nieuwe koers in de kerk voorstaan, die voluit hun stem gaven aan de nieuwe kerkorde, die een proeve van nieuw belijden leverden en die voorts staan naar vernieuwing op velerlei terrein, zonder meer niet vooruitstrevend kunnen noemen. Hiervoor zou moeten worden nagegaan of en in hoeverre door hen met oude ideeën en beginselen gewerkt werd. De meest vooruitstrevende geestesrichting zoekt toch altijd weer haar ideeën aannemelijk te maken door bewijzen te leveren uit de geschiedenis en geen enkele richting kan los staan van de historie. Niet zovele ideeën zijn helemaal nieuw en aan slechts weinigen is het gegeven, een zodanig geluid te doen horen, dat een nieuw tijdvak wordt ingeluid. Zo is het mogelijk een zeker conservatisme te ontdekken zowel bij de vrijzinnigheid en bij de midden-orthodoxie als bij de gereformeerden. Omgekeerd zou het te doen zijn, om in het doen en laten van hen, die heil verwachten uit een strakke handhaving van Schrift en belijdenis, vooruitstrevendheid te bewijzen. Maar goed, wij willen niet spelen met woorden, en aanvaarden dan nu maar de naam vooruitstrevend voor de mannen van de nieuwe koers, en de naam conservatieven voor hen, die willen blijven bij Schrift en belijdenis.
Als men deze namen wil geven bepaald aan deze groepen, dan willen wij ook zelf conservatief heten.
Toch roept deze naam tot zelfonderzoek en tot zelftucht. Is het werkelijk zó, dat dit en dit alleen die naam over ons wettigt, of is er behalve een vasthouden aan Gods Woord en aan de belijdenisgeschriften nog veel, wat de Gereformeerde gezindte in onze kerk bepaalt ? Men heeft er in dit verband wel op gewezen dat een zekere adat, daarbij het milieu en de sociale gesteldheid bijzonder de Gereformeerde richting bepaalt. Een quaestie van ras, bloed en bodem dus. Nu zal ieder erkennen, dat elke richting zo zijn adat, zijn stijl van leven, heeft. Daar zijn in elke groep dingen, die men zo en niet anders doet, dingen die men geoorloofd, andere dingen die men zondig acht. Wat het levensmilieu betreft, kan geen enkele richting die van de chique en ook weer geen enkele die van de kleine luyden geheten worden. Even zomin kan de sociale gesteldheid de Godsdienstige geaardheid uitmaken, waar nog altijd de Noordhollandse boer vrijzinnig en de Veluwse boer Gerefomeerd en de Achterhoekse midden-orthodox is.
Wat er echter bij moge komen, het eerste wat de Gereformeerd gezinden kenmerkt, is toch wel hun vasthouden aan de Schrift en de belijdenis, en wij moeten onszelf in ernst afvragen of die beiden alleen en die beiden voluit ons richtsnoer zijn. Wij mogen ons voor God en voor de mensen niet groter houden dan wij zijn, en wij zullen het moeten erkennen dat de kennis van Schrift en belijdenis bij sommigen opmerkelijk klein en fragmentarisch is en dat de vasthoudendheid, waarmee zij zich op bepaalde leerstukken werpen, onevenredig groot is aan de plaats, die die leerstukken in het geheel van de Schrift en de belijdenis innemen. Om maar iets te noemen, krijgt bij sommigen onder ons artikel 16 N.G.B, een zó dominerende plaats, dat noodzakelijk andere leerstukken, die in feite veel breder plaats innemen, zowel in de belijdenis als in de Schrift zelf, in het gedrang moeten komen. In deze kringen zal men stellig veroordelen ieder, die niet een zo uitvoerige plaats in de prediking toekent aan het leerstuk der uitverkiezing, terwijl men niet inziet, dat men op de naam conservatief (in de zin van belijdenis-getrouw zijn) zelf geen aanspraak kan maken, als men de hand licht met zovele andere leerstukken, als die van de doop, het verbond, de rechtvaardiging door het geloof. Hoe kan men anderen oproepen tot trouw aan de belijdenis, b.v. inzake het Schriftgezag, als men zelf de artikelen 2—7 van de N. G. B. in gebreke stelt door een allegorische Schriftuitleg? Daar is behalve het vasthouden aan de letter van Schrift en belijdenis nog iets wat dieper grijpt, n.l. het leven uit de belijdenis. Het is mij niet duidelijk, of men de uitdrukking , , in de weg van het belijden" uit art, 10 K.O., zó bedoelt, dat men levend moet staan in de belijdenisgeschriften der kerk en alzo datzelfde steeds nieuw belijden.
Zo zouden wij dat gaarne opvatten, en eerlijk gezegd, ontbreekt daar ook onder ons nogal heel wat aan, zelfs bij de besten. Wij staan lang niet op de hoogte, waarop onze vaderen gestaan hebben. In een volgend artikel hoop ik hier nader op in te gaan. Voor heden zij het genoeg op te merken, dat behoudendheid ten opzichte van Schrift en belijdenis nooit alleen een star letterlijke zal mogen zijn.
Hebben wij niet de religie van de Schrift en de religie van de belijdenis, dan is alle vasthoudendheid maar een hol bezit, wat slechts hard klinkt, omdat het zo leeg is. Wie echter een vasthouden, een levend vasthouden aan Schrift en belijdenis veroordeelt, die veroordeelt het vasthouden aan de kerk, en wie zover vooruit streeft, dat hij deze beiden geheel of gedeeltelijk loslaat, die laat de kerk los, geheel of gedeeltelijk.
Men wil het ook wel doen voorkomen, dat het vooral ook de levensstijl is, die de Gereformeerden zo traag maakt om mee te gaan in de kerkelijke mars. Bij het vele wat gebeurt op kerkelijk terrein, moet gezegd, dat men weinig acht geeft op een goede. Christelijk verantwoorde levensstijl. De oude Ethischen, de oude Confessionelen en ook de oudere Gereformeerden hadden op het punt van de levensstijl een beter geweten dan wij in het midden van de twintigste eeuw. Behalve in Schriftgetrouwheid en belijdenistrouw, zou een dosis conservatisme wel nodig zijn.
Wij bedoelen dan een bijbels conservatisme, als ik dat zo zeggen mag, omdat men beweert dat alle , , ismen" verkeerd zijn. Ten opzichte van een leven naar de geboden Gods, is de kloeke behoudendheid, die de Catechismus aanprijst, toch werkelijk geboden, , , Waarom laat God Zijn Wet zo scherpelijk prediken? Opdat wij onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen, begerig zijn om de vergeving in Christus te zoeken en ons benaarstigen. God biddend om de genade des H. Geestes, om hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd te worden". De Heere heeft Zijn wet gegeven en Christus heeft haar herhaald als een eeuwige inzetting. Al te gemakkelijk wordt een leven van iemand, die heilig en Godzalig tracht te leven, als wettisch beschouwd. Voeg daarbij de vele levensregelen, die Paulus, de man die zo uitnemend het onderscheid wist tussen wet en evangelie, aan de gemeenten gegeven heeft en ge hebt een hele codex, waaraan de kerk goed doet zich te houden. Deze inzèttingen zijn wel oud, maar nog altijd van kracht. Elk goed gereformeerde zal hiermede willen rekenen en anderzijds moeten erkennen dat hij er te weinig mee rekent.
In de Schrift zelf zijn dan de normen gelegd, waaraan elk zich te houden heeft, en die levensstijl is zozeer zoek in ons kerkelijk leven. Laat mij alleen maar noemen de hoge, geestelijke opvatting van de Zondagsheiliging, zoals Zondag 38 die geeft. Wat is t.o. daarvan het leven van onze kerk los geworden. Hier zijn toch wel waarlijk bakens verzet, misschien zelfs hier en daar helemaal weggeruimd. De schuld van de ontkerstening der wereld ligt bij de kerk, niet omdat zij niet genoeg gelijke tred hield met de wereld, maar omdat ze verzuimde helder de lijnen te trekken, zelf er in te gaan en de wereld mee te nemen in die gang.
Als men dit conservatisme wil noemen, dan zouden wij wel gaarne conservatief zijn en het meer en meer worden. Is er behalve Gods inzettingen veel adat, die buiten Gods gebod ligt of er zelfs tegen ingaat — en dat zal wel zijn ! — dan zal ieder ons een dienst doen, die het ons aanwijst en bestraft.
De rechte en bijbelse behoudendheid is toch, dunkt mij, dit, als Christus de Zijnen bewaart in de kracht Gods en die Hij daarin bewaart, die bewaart Hij bij Zijn Woord, in gemeenschap des geloofs, ook met dat der vaderen en die bewaart Hij ook in een leven naar Zijn gebod en tot Zijn eer.
De kerk heeft tenslotte te bewaren door alle eeuwen en omstandigheden heen, het pand haar door haar Koning toebetrouwd.
Dat wij ons dat dan maar niet schamen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's