LEVEN DOOR DE GEEST, WANDELEN DOOR DE GEEST
Indien wij door de Geest leven, zo Iaat ons ook door de Geest wandelen.
Indien wij door de Geest leven, zo Iaat ons ook door de Geest wandelen.
Paulus schrijft deze woorden aan de Galaten. In deze jonge gemeente waren dwaalleraars opgetreden, die leerden dat de Christenen uit de heidenen zich ook zouden laten besnijden, en ook bepaalde voorschriften van de ceremoniële wet zouden naleven, evenals dit onder de Joden gebruikelijk was. Paulus onderwijst nu in zijn brief deze gemeente en zegt hun, dat de gerechtigheid die voor God bestaan kan, niet de gerechtigheid uit de werken der Wet, maar alleen de gerechtigheid uit het geloof is. , , Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus heeft vrijgemaakt, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen". Opdat zij evenwel geen verkeerd gebruik zouden maken van deze vrijheid, onderwijst hij hen nu nader in het 5e hoofdstuk. Hij somt op de werken des vleses en des Geestes, opdat zij zichzelf zouden beproeven, en nu zegt hij in de tekst: „Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen".
, , Indien wij door de Geest leven"...., laat deze woorden eens een ogenblik op u inwerken, lezer (es). Het behoeft geen nader betoog, hoe wij allen leven in de natuurlijke zin van het woord ; leven het grote, rijke en toch ook menigmaal door vele bezwaren en moeiten gedrukte leven. Dat leven, dat begint bij onze geboorte en dat eindigt in het uur van onze dood. Dat leven, dat voor de een langer en gelukkiger is dan voor de ander. Niet alleen worden gele bladeren door de herfststormen van de bomen gerukt, maar in de zomer ook groene blaadjes, nauwelijks uit de knop ontloken.
Behalve dit natuurlijke leven, dat wij allen deelachtig zijn, is er nog een ander leven. Daarvan spreekt Paulus in de tekst: , , Indien wij door de Geest leven". Het is dat nieuwe leven, dat in zijn oorsprong even onnaspeurlijk is als de wind. Het is dat leven, dat niet opkomt uit vlees en bloed, dat wij ook elkander niet kunnen schenken, maar dat ons alleen geschonken wordt in de weg van de wedergeboorte en bekering. En het ontstaan van het nieuwe leven is een even groot wonder, als de schepping van hemel en aarde. Het is dat leven, dat de Heilige Geest werkt in het hart van de zondaar door het Woord, en als wij dat leven deelachtig zijn, dan zijn wij uit God geboren dan zijn wij weder-geboren, dan leven wij door de Geest.
, , Indien wij door de Geest leven", zegt de apostel. Ongetwijfeld vraagt gij u af : , , Maar waarbij zal ik dit weten? " Wel, waarbij anders dan aan de innerlijke gesteldheid des harten. Waar dat nieuwe leven is uitgestort, daar leert de mens zijn zonde en verlorenheid zien, zijn schuld en vervloeking voor Gods aangezicht. Het is heus niet zó, dat het nieuwe leven begint met een klinkend: „Wij zijn verlost, Hallejuja", maar wel met een : , , Ik, ellendig mens". Waar dat nieuwe leven uitgestort is, daar ontstaat de gebedsbehoefte en gebedsdrang, daar begint de strijd, de strijd tussen de oude mens en de nieuwe rhens. De dingen, waar een natuurlijk mens in opgaat, hebben dan voor u hun bekoring verloren. Gij laat u niet verblinden door de schijn van dat wat voor ogen is, omdat gij weet, dat alles staat in het teken van de voorbijgang. Dat, wat vroeger een lust was, begint dan een last te worden, en gij leert verstaan dat de vriendschap der wereld vijandschap tegen God is..
Wanneer gij iets van deze dingen bemerkt, dan moogt gij weten, dat is niet uit u, maar in u gewerkt door de Heilige Geest. De mens van nature kent geen strijd, heeft geen schuldbesef en kent geen verslagenheid des harten. Laat u dan niet aan het twijfelen brengen, omdat gij niet misschien dag en uur kunt aanwijzen, waarop de overgang van geestelijk dood tot geestelijk leven bij u heeft plaats gevonden. Ik heb eens in dit verband een aardig beeld gelezen : Iemand reist van het ene land naar het andere, dan zal zo iemand niet altijd precies het ogenblik kunnen aangeven, waarop hij de grens over trekt, maar hij merkt het straks wel, als de trein stopt, hij ziet andere mensen, hoort een andere taal, ziet andere gebruiken. Zo is ook de nieuwe mens in zijn denken, doen en spreken, anders, radicaal anders dan de oude mens. Daarom, wanneer bij u de hierboven genoemde kenmerken zijn, twijfel dan niet, ook al hoort gij misschien anderen spreken over geweldige zieleworstelingen, die gij niet kent. De Heere leidt een ieder in de weg, die Hij voor hem of haar bepaald heeft, en geen twee wegen zijn in dit opzicht precies aan elkaar gelijk. Twijfel dan niet aan de waarachtigheid van het werk des Geestes, en veracht de dag van de kleine dingen, veracht de eerste roerselen van de ziel niet, en bedenk dat in het geestelijk leven het kleine altijd een voorspel is van het grote. Het gaat geleidelijk toe, het geestelijk leven is een groeiproces.
Bedenkt echter anderzijds wat het zeggen wil : „Indien wij niet door de Geest leven", dan staan wij nog voor eigen rekening en kunnen voor Gods aangezicht niet verschijnen. Alleen wat uit God geboren is, kan bestaan voor Zijn heilige ogen.
Wanneer door genade dat nieuwe leven bij ons gevonden mag worden, dan zal het ook in de levenswandel openbaar moeten worden. „Indien wij door de Geest leven, zo laat ons óók door de Geest wandelen". Het baat immers niet zichzelf wijs te maken of in te beelden, dat men uit God geboren is, indien de levenswandel niet met dit heilig levensbeginsel in overeenstemming is. Indien wij door de Geest leven is er een nieuwe kracht in ons uitgestort, ons hart is vernieuwd, onze wil is omgebogen, en wij hebben lust en liefde in des Heeren geboden. Het Woord des Heeren is niet alleen de bron van troost en kracht, waaruit wij dagelijks putten, maar het is ook een gids ten leven.
Terecht wordt het dan, zoals de dichter van Ps. 119 het uitdrukt: „Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad", en op een andere plaats : , , Hoe lief heb ik Uw wet ! Zij is mijn betrachting de ganse dag". Wij hebben toch niet alleen de Wet des Heeren als een kenbron van ellende, maar ook als een leefregel der dankbaarheid, en als zodanig houdt de Wet zijn waarde ook voor de gemeente van het Nieuwe Testament. Wij mogen dit niet vergeten. De gemeente van de Galaten dreigde een verkeerd gebruik te maken van de Christelijke vrijheid, maar is er dat gevaar nu niet? Als men hoort hoe men zich soms uitput in verontschuldigingen voor het niet houden van des Heeren geboden, dan denk ik in het bijzonder ook aan het 4e gebod, dan kan men wel menen, dat het goed staat, maar men vergist zich. Indien wij door de Geest leven, zo wordt het openbaar in de levensopenbaring, in de wandel naar Zijn geboden. Het houden van Zijn geboden is dan geen last, maar een lust.
Een Christen, die door zijn levensopenbaring ingaat tegen de geboden des Heeren, is een aanstoot voor een ander en een aanfluiting voor de Naam van onze'God !
Juist door de levensopenbaring zal de Naam van onze God verheerlijkt moeten worden en de naaste voor Christus gewonnen moeten worden en de Christen zelf uit de vruchten verzekerd moeten zijn. Wandelen door de Geest is dan ook een wandelen in waarheid, in liefde, in vrede, hatend alle zonde en ongerechtigheid en najagend alle gerechtigheid. Wordt dit gevonden in uw leven? Wordt dit ook gevonden in het midden der gemeente? In het 15de vers schrijft de apostel: „Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt". Wij doen wèl, indien wij acht geven op deze waarschuwing, ook als gemeente. De verdeeldheid en verscheurdheid, de onenigheid en de twist is niet uit de Geest, maar uit het vlees.
Mogelijk zegt gij : „Wandelen door de Geest" is zo groot, en gij moet belijden : Zover, neen, zover ben ik nog niet, vooral wanneer ik zie op mijzelf, mijn zwakheid, mijn zonde.
De volmaaktheid wordt hier geenszins bereikt, maar wij hebben ons te benaarstigen en God te bidden om de genade des Heiligen Geestes, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden, totdat wij tot deze voorgestelde volkomenheid na dit leven geraken. (Heidelb. Catech., antw. 115).
Daarom : „Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's