N.V.
Weest niet bevreesd, dat ik me ditmaal wagen zal op het terrein van de economie. Over de figuur van de naamloze vennootschap kan ik mijn bescheiden lichtje niet laten schijnen. Overigens vind ik een artikel over de Nieuwe Vertaling óok niet gemakkelijk. De hoofdredacteur vroeg me echter over dit onderwerp eens iets te schrijven. Nu ligt het niet in mijn aard, dat ik gaarne iets weiger. Ondertussen heeft deze meest recente overzetting van de Bijbel wel iets van een naamloze vennootschap, voorzover geleerden van allerlei kerkelijke kleur hun medewerking gaven aan dit werk van jaren.
Is de Staten-Vertaling uit God?
Als men mij vraagt of de Staten-Vertaling uit God is of uit mensen, dan durf ik eerlijk belijden, dat deze Vertaling uit God is. Heus niet uit vrees voor de mensen. De eeuwigheid zal openbaren hoe onberekenbaar de zegen is geweest van deze eeuwen geldende verdietsing. Maar hiermede is de kwestie geenszins beslecht, zoals velen wel denken. De Doop van Johannes was niet uit mensen, maar uit God. Daaruit valt echter niet te concluderen dat deze doop nu ook altijd moest bediend worden in Gods Koninkrijk. Het Nieuwe Testament leert wel anders. Daar hoeven we niet langer bij stil te staan.
Is de Staten-Vertaling en onfeilbaai onvervangbaar?
Zo wordt het probleem zuiverder benaderd. Want ik heb de idee, dat onze hoofdredacteur enkele algemene opmerkingen verwacht. Over de preciese vertaling van Oud- en Nieuw Testament zouden immers beter de mannen van het vak kunnen schrijven. Het probleem inderdaad. We worden met talloze vraagstukken overladen. Ik voor mij heb vaak genoeg het gevoel, dat ik aan een tafel zit te eten, waar ik nauwelijks de schotel heb aangeroerd, of de kelner haalt hem alweer onder mijn neus vandaan en zet me een ander bord vol stevige kost voor. De specialisten en vakgeleerden e.d. graven zich in hun terrein in, maar intussen verwachten ze van de gewone man, dat hij zich overal van op de hoogte stelt, dat hij overal wat van weet, doch nergens iets aanmerkt, omdat hij niet voldoende bevoegd is. Ook in dezen zijn we aan de raden en commissies overgeleverd.
Onfeilbaar is de Staten-Vertaling niet. Dan zouden we een papieren Paus hebben. In de ganse belijdenis lezen we dit. Me dunkt, dat de Staten-Vertalers dit , , nooit gedaan of begeerd hebben, maar het integendeel volgens hun schuldige plicht hebben verworpen". Wie de kanttekeningen raadpleegt en wie wel eens vertaalde werken van Engelse en Schotse schrijvers heeft onderzocht, moet weten dat over de vertaling het laatste woord niet is gesproken.
„Niet gestudeerd".
De Kerkorde van Dordrecht onderstelt als regel, dat de predikanten door studie zich hebben voorbereid op het verantwoordelijke werk, waartoe ze geroepen zijn. Het ligt voor de hand te denken, dat deze studie vooral ook omvat het zich eigen maken van de talen, waarin het Woord het eerst is geschreven. Toen een nieuwe Apostel moest verkoren worden, gold als eis dat hij van de Doop van Johannes tot de dag van de Hemelvaart moest omgegaan hebben met de andere apostelen. (Hand. 1 VS. 21 en 22). We mogen hieruit afleiden, dat het van eminent belang is dat de gemeente zo nauwkeurig mogelijk wordt ingelicht over het leven en werken van de Heere. De apostelen zijn ooggetuigen. Daarom is er ook zo veel aan gelegen, dat het Oude en Nieuwe Testament zó onderzocht wordt, dat we zo dicht mogelijk de mening des Geestes en de zin van Christus benaderen. Het zou een vreselijke tegenstrijdigheid wezen, wanneer de kerk prijs stelt op studie en tegelijk echter de vruchten van deze studie zou versmaden door te zeggen : de Staten-Vertaling is voor ons voor immer het laatste woord inzake de vertaling van de Heilige Schrift.
„Singuliere gaven".
Het zoeven geleverde citaat: „niet gestudeerd", leest u in het bekende artikel 8 van de Dordtse Kerkenordening. , , Die niet gestudeerd hebben, kunnen als predikanten niet toegelaten worden, tenzij men verzekerd zij van hun singuliere gaven, godzaligheid, ootmoedigheid, zedigheid, goed verstand en discretie". Artikel 8 wil dus niet — zoals al te veel gedacht wordt — een achterdeurtje naar de kansel openen voor lieden, die het aan goed verstand ontbreekt. Vaak ook aan de discretie, om van het overige maar niet te reppen. Trouwens het is ook niet louter een dispensatie voor begaafde mensen, die roeping tot het predikambt ontvingen.
Voor de kerk zelf is het een vitale aangelegenheid. Op deze wijze kunnen predikanten worden aangetrokken, die aan de prediking van de kerk een practicaal en practisch accent verlenen. Alzo een wellicht niet al te grote, maar toch heilzame correctie. De kerk mag deze gaven en talenten niet verwaarlozen. Tevens is hier een aspect van het kerkelijk opzicht aan de orde. Door het verzuim van de kerk is de reactie natuurlijk niet gerechtvaardigd, maar begrijpelijk is wel dat sommige, en vaak niet de edelste geesten, hun gaven botvieren in kerkjes, kringetjes en groepjes. De kerk had misschien wel iets kunnen voorkomen langs deze weg. Het ongeluk wil nu, dat deze geëmancipeerde singuliere gaven, die anders wellicht onder de leiding van de kerk te matigen waren, nu zich opwerpen als verlicht in alle zaken. Onbestudeerde en gebrekkig opgeleide mannen, met respect voor al hun godzaligheid, mogen inzake deze kwestie toch niet het gezaghebbende woord spreken?
Is de N.V. „een vod uit de hel" ?
Zeker predikant, die ik allerminst een boos hart toedraag, heeft de N.V. gebrandmerkt als „een vod uit de hel". Q. E. D. zetten we vroeger in een bepaald soort wiskunde-sommen. Hetgeen te bewijzen was ! Maar het bewijs is nog niet geleverd. Ik kan eerlijk wel eens jaloers zijn, wanneer een predikant de vrijmoedigheid heeft om zich zo resoluut uit te laten, want de mensen willen graag zo'n absoluut woord. Zoals wanneer de paus ex cathedra spreekt. Het is voor het gehoor zo gemakkelijk wanneer alles in een witzwart schema gewrongen kan worden. Ik zou graag eens van hart tot hart spreken met mensen, die zo gemakkelijk zulke categorische oordelen uitspreken. Je zou wel eens willen weten of men dergelijke uitingen doen kan met een goede en geruste consciëntie. Het gaat mij als Asaf. Indien ik zo zou spreken zou ik trouweloos zijn. (Ps. 73 VS. 15). Is dan opgang maken somwijlen een vrome goddeloosheid ? Ik zeg dit alles in liefde en oprechtheid.
Een gerechtigheid overvloediger.
Dr Kuyper betoogt in zijn Gemene Gratie, dat in deze wereld ondanks de zonde toch een uitwendige, oppervlakkige ontwikkeling valt waar te nemen. Hij meent dat dit het proces is, waarin de schepping zich zou voortbewogen hebben ware de mens niet gevallen. De ontwikkeling gaat voort, innerlijk echter geheel bedorven en aangetast door de zonde, die trouwens ook nog een eigen evolutieproces doorloopt. In de ontwikkelingsprocedure van de veelzins ongodische cultuur en wetenschap mogen we evenwel de gemene gratie niet miskennen. Dit geldt nog meer op terrein van de theologische discipline. Al menen we te mogen spreken van dwalingen, van onzuivere schriftbeschouwing e.d. toch mogen we daarmee alle resultaten van het schriftonderzoek niet terzijde stellen. Laten we nu eens uitgaan van de extreme opvatting, dat de Nieuwe Vertaling de vrucht is van een door en door Farizese Schriftgeleerdheid, zouden we dan van Christuswege niet staan onder de verplichting een overvloediger wetenschap dan deze schriftgeleerdheid op te brengen ? Voorts is het schijnheilig, wanneer we voor onze uitleg gebruik maken van de resultaten van het huidig bijbelonderzoek en dan ineens een doemvonnis laten horen, wanneer deze resultaten verdisconteerd zijn in een nieuwe vertaling.
Onze moeiten.
Het is niet mijn bedoeling u mijn visie op deze aangelegenheid op te dringen. Trouwens ik moet bekennen, dat ik geen volledig en klaar oordeel kan en wil vellen. Ik wil u alleen prikkelen over deze zaak na te denken. Want erzijn vele overwegingen.
Is de nieuwe vertaling geschikt voor kerkelijk gebruik?
Er zijn zovele nieuwigheden, dat de gemeente onrustig wordt. Schier alles is in beweging. We moeten voorzichtig zijn met de dooddoener , , conservatisme". Misschien is de hevige interesse voor liturgie elders ook een vlucht voor de dynamiek rondom. De kerkelijke verdeeldheid en de onbeslistheid inzake cardinale geloofsvragen, wettigt een invoering van de nieuwe vertaling niet. De verwarring zou alleen maar groter worden. Is het een tijd om vertalingen, berijmingen, kerkorden, formulieren enz. gangbaar te maken, zolang het lichaam van Christus zo verdeeld is? Hier geldt ook een „zoekt eerst" en daarna „zal toegeworpen, worden", waar we nu zo moeizaam en onrustig mee bezig zijn. We leven kerkelijk in jaren, waarin ieder maar doet wat goed is in zijn ogen. Dit neemt echter niet weg, dat we heel veel profijt kunnen hebben bij ons onderzoek van de Schriften van hetgeen de Nieuwe Vertaling ons biedt.
„Is de pit er uit in de nieuwe vertaling"?
Wie opgegroeid is en gevoed door het Woord van God, dat in de Staten- Vertaling tot ons kwam, zal moeite hebben om zo maar ineens het oude weg te werpen voor dit nieuwe. Het verwijt van altijd alles bij het oude willen houden, kan gepareerd met de grief van altijd weer wat nieuws willen. Wie weet hoezeer men over en weer elkaar opwindt en prikkelt. Men moet niet vergeten, dat het groot verschil maakte waarop voor de gemeente de nadruk, gelegd is, als het Woord in geding was. Op de goddelijkheid of op de menselijkheid van de inspiratie. Voor de waardering van het vertaalde Woord heeft dit ook consequenties.
Juist voor wie leefde bij het Woord, bij al wat Gods mond uitging, is het ontzettend moeilijk. , , Liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die de vrede doet horen". Lieflijk zefs zijn voeten. Ik schaam me geen ogenblik, te verklaren dat de taal en de klank van de woorden van de Staten-Vertaling mij uitermate dierbaar zijn. Deze taal ligt verweven in mijn innerlijke gedachtenleven. Het zal niet meevallen een hele draperie van klimop los te scheuren, van een muur en zo maar te hechten aan een brok beton. De nieuwe vertaling is zoveel vlakker dan de monumentale taalvormende Staten-Vertaling. Ik kan het zo best verstaan, dat men zegt: „de pit is er uit". Is dit slechts, een gevoelskwestie?
Maar
Als we begrip vragen voor onze overwegingen, dat Het Woord Gods ons zo onuitsprekelijk dierbaar geworden is juist in het gewaad van de aloude eerbiedwaardige Staten-Vertaling, . en dat we zo moeilijk ons de Schrift kunnen indenken in een veel moderner, misschien wel burgerlijker kleed, , dan moeten we echter ook eerlijk en oprecht ons rekenschap geven van de gevoelens van hen, die niet alleen van het Woord, maar ook van de taal van de Staten-Vertaling vervreemd zijn. Mogen we minachtend de schouders optrekken en zeggen : „och, dat is de schare, die de wet niet kent"? Waar wij niet de minste moeite mee hebben, dat kan voor een ander bezwaarlijk, zeer onoverkomelijk zijn. Trouwens er zijn gedeelten van de profeten en Job, waar wij ook niet veel van begrijpen. Wanneer het zo met het groene hout gesteld is, hoe zal het dan wel zijn met het dorre?
In vele vraagstukken komt aan de orde, wat Paulus reeds voorschreef : , , Wij die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen". Wèl mogen de zwakken geen tirannen worden. Wie zijn de zwakken en wie de sterken in dezen? Laten we bedenken, dat het wettisch is ons af te vragen : wie is mij en wat is men mij verschuldigd? Evangelisch: wat ben ik verschuldigd?
In vreze en beven, om niemand in zijn tere en heilige gevoelens te kwetsen, heb ik me in deze materie met u gewaagd. Gepoogd heb ik niet af te wijken naar links en rechts, om in dezen het Woord ook recht te snijden. Het wil een inleiding zijn tot overweging en gesprek. ledere reactie is welkom.
Ik meen als parool uit te geven, dat we ons houd en aan de Staten-Vertaling en dat we de nieuwe vertaling niet mogen loslaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's