De nieuwe weg Vervolgverhaal
FEUILLETON
De boeren hadden zinnigheid in deze hitte, 't was precies hetgeen ze verlangden tijdens de hooibouw. Maar de mannen, die zwoegden aan de nieuwe weg en in het hete zand stonden te blakeren, zagen verlangend uit naar afkoeling, opdat het werk minder zweet zou kosten, 's Avonds was het in de barakken smoorheet en de zon maakte de wegwerkers balsturig en mistevreden.
Op een avond ging Arend Langerak met het paard van zijn vader naar de hoefsmid ; de bruine merrie had een ijzer verloren en morgen in de vroegte zou het beest voor de brik gespannen moeten worden, want er moest kaas afgeleverd worden bij de kooplui van Ammers.
Arend leidde het paard met zijn rechterhand over de weg, in zijn linkerhand hield hij het verloren hoefijzer. Traag en geduldig sjokte de merrie naast hem voort, het kreupelde vanwege 't gemis van het ijzer aan een achterpoot.
Ineens, toen Arend Langerak met het paard de hoek omsloeg bij het voormalig schoolhuis, liep hij bijna tegen de jonge opzichter van de wegenbouw aan. Mienema stond daar blijkbaar doelloos, hij had gekeken naar jongens, die met een schouw aan het spelevaren waren.
Arend schrok eerst van deze ontmoeting, doch dat duurde maar een ogenblik. Het was of Arend, die anders toch altijd kalm en waardig was in zijn doen en laten, op deze ontmoeting gewacht had. Ja, het leek er veel op, dat hij had rondgelopen met de gedachte : Als ik hem ontmoet, als ik oog in oog met hem kom te staan, zal ik met hem afrekenen. En nu was de jonge opzichter ineens en onverwacht in zijn bereik, nu stond hij tegenover de vreemde snuiter, over wie Arend zulke wrange gedachten koesterde.
De boerenzoon bleef staan en met een driftige ruk van zijn rechterhand, bracht hij ook het paard tot stilstand. Met een enkele beweging liet hij de merrie draaien, zodat deze in de breedte van de smalle weg kwam te staan en daardoor het doorpad versperd was.
„Jij moet je hier niet met meidjes inlaten, " beet Arend-de opzichter toe.
Mienema was verbaasd over dat woord, hij herinnerde zich niet, deze boerenkerel ooit eerder te hebben gezien.
, , Wat bedoel je ? " vroeg hij kalm, alsof het gezegde van Arend Langerak hem niet aanging.
„Krek zoals ik het zeg, " antwoordde Arend met ingehouden, toornende stem. , , Jij moet mijn meidje met rust laten ! Docht je, dat ik er niet van vernomen had ? Ze hebben mij haarfijn verteld, dat jij heur zoekt en dat je heur van mij aftroggelen wil !"
„Ik begrijp je niet goed, " zei Mienema kalm. , , Ik ben me van geen kwaad bewust. Ik geloof niet, dat ik een vrouwenjager ben."
No. 29
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's