ONDERWIJS
Sociale opvoeding (II)
Men heeft de school genoemd een verlengstuk van het gezin. Elke naamgeving heeft tenslotte maar zeer betrekkelijke waarde. Zo ook hier. Ongetwijfeld zet de school meer of minder rechtlijnig de taak van het gezin voort, maar daarbij wordt die taak ook anders en bovendien veel breder. Ook de school is de maatschappij nog niet, 't is alles slechts voorbereiding, maar toch begint het er meer op te lijken ; de school staat weer heel wat dichter bij de maatschappelijke verhoudingen dan het huisgezin.
Laat me enkele dingen noemen.
In het gezin is de natuurlijke liefde der ouders tot het kind. Dit wordt in de school gemist. Niet, dat de onderwijzer(es) geen liefde heeft of zou kunnen hebben voor de leerlingen, natuurlijk, dat wél. Maar 't is toch weer heel wat anders dan de ouderlijke liefde. Dat kan trouwens ook geen kwaad, 't Is algemeen genoeg en bekend genoeg, dat zonder nu de vaders vrij te pleiten, de moeders in haar grote liefde voor haar kinderen soms maar al te veel door de vingers zien en ze dikwijls tot een speelbal maken in de handen van haar kinderen. Dat ze hierbij haar moederliefde helemaal verkeerd begrijpen en helem'aal verkeerd toepassen, wordt haar pas duidelijk wanneer het telaat is.
In school is dat anders en moet dat anders zijn. Het gezag moet daar meer dwingend zijn en overtredingen worden er meer naar vaste regels gestraft. In de school kan m.i. van opvoeding en onderwijs geen sprake zijn, wanneer er niet behoorlijk de tucht wordt gehandhaafd en wanneer in de klassen geen orde heerst.
In de ogen van sommige zéér progressieven ben ik nu misschien weer hopeloos conservatief. Men bègrijpe me daarom goed, dat ik niet terug wil naar de tijd van plak en schandbord. Ik denk er niet over. Maar èn om het kind op zichzelf èn als deel der gemeenschap èn als voorbereiding voor het maatschappelijk leven, is het nodig, dat het kind staat onder gezag en dat dit gezag wordt gehandhaafd. Dit sluit niet uit, dat de onderwijzer van z'n leerlingen houdt. Integendeel, als hij van hen houdt — en dat mag ik toch als regel wel aannemen —, zal het hem juist in het welbegrepen belang der kinderen er toe brengen, gehoorzaamheid van hen te vragen en zo nodig te eisen. Alléén maar, het moet met grote wijsheid gebeuren en de onderwijzer doe het in diep besef van zijn verantwoordelijkheid aan Hem, Die hem in dit werk gesteld heeft.
Het is nodig op school — en ook in dit opzicht is zij voorbereiding voor het maatschappelijk leven —dat de individuele vrijheid van het kind wordt ingekort, ten behoeve van het geheel, en dat het kind gewend wordt aan gestadige arbeid, die onder sterke controle geschiedt.
Kwam het kind in het gezin hoofdzakelijk alléén in aanraking met de leden van het gezin, op school is de kring veel ruimer. In de eerste plaats is daar de meester of de juffrouw, met betrekking tot wie men wel eens zegt, dat vreemde ogen het best dwingen. Dan zijn er de andere kinderen, uit diverse omgeving, van verschillend karakter en temperament. Het kind voelt duidelijk genoeg, dat het nu lid is geworden van een veel groter geheel. Dat het hier met heel andere mensen, klein en groot, te maken heeft. Maar evenzeer heeft het gauw genoeg in de gaten, — en dit treft vooral het thuis verwende kind — dat hier maar niet iedereen bereid is voor hem te buigen en dat gedrein of gehuil hem z'n doel niet nader brengt. Hier moet afstand gedaan worden van elke bevoorrechte positie. Dat schept de mogelijkheid van botsingen met de meester of de juffrouw, of ook met andere kinderen. Hier komt het kind in 't klein tegen, wat het ook later in de grote maatschappij ontmoeten zal. Dat is een buitengewoon goede oefenschool en als gevolg daarvan zal de jongen of het meisje zich later veel gemakkelijker aan de maatschappelijke omgang aanpassen, dan wanneer het b.v. zó uit de intieme veilige kring van het gezin de maatschappij moest ingaan.
Zo heeft de school onopzettelijk een mooie kans om de leerlingen voor te bereiden op het werkelijke volksleven. Echter ook opzettelijk. Immers leert zij aan het kind kundigheden, die voor het latere leven onontbeerlijk zijn. Vooral bij het huidige gecompliceerde samenstel der maatschappij kan toch niemand meer zonder lezen, schrijven, rekenen, e.a. Bij verschillende vakken van onderwijs is er de ongezochte gelegenheid om aan de sociale opvoeding ook meer opzettelijk aandacht te wijden. Ik denk aan Bijb. Geschiedenis, in het bijzonder aan zovele geschiedenissen uit het Israëlietische volksleven, aan het onderwijs, dat de Heiland Zijn discipelen en z'n volk gaf •— denk b.v. aan de Bergrede — aan de eerste Christengemeente in Jeruzalem, waar de gemeenschapsgedachte wel in de hoogste vorm werd verstaan ; niet slechts als een zedelijke gemeenschap met zedelijke normen, maar als een Christelijke gemeenschap, gedragen door de liefde van Christus en de inwoning van de Heilige Geest. En ten slotte aan de hoogste vorm der samenleving, in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, waar Gerechtigheid wonen zal, waar God alles en in allen zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's