ONDERWIJS
Sociale opvoeding (III)
De kinderen op school moeten het weten, dat de maatschappelijke verhoudingen van vandaag, maar ook van alle tijden bedorven worden en bedorven zijn door de zonde, ook van ons en van ónze vaderen. Dat we op aarde geen heilstaat kunnen verwachten, in Rusland niet en in Amerika niet en in Nederland niet en nergens ter wereld, maar ook moeten ze 't weten dat alléén dan in deze gebroken wereld nog iets van het sociale leven terecht komt, als er wederkeer, als er bekering komt, bekering tot God en Zijn Woord.
Dat leert hun ook de geschiedenis van het leven der volken, I.e. van ons eigen volk. Men moge dan van sommige zijden nogal wat critiek hebben op de subjectieve behandeling van onze Vaderlandse Geschiedenis — en ik geloof dat er reden Is voor critiek — evenzeer is het een feit dat we uit het verleden heel wat lessen voor het heden en voor de toekomst kunnen trekken, zowel in positieve als in negatieve zin.
Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natiën. Dit geldt niet alleen voor een volk als staat, maar ook in z'n maatschappij-vormen, in zijn maatschappelijk leven, in zijn verhoudingen, ook in zijn handelsverhoudingen, in zijn arbeidsverhoudingen. Niets valt daar trouwens buiten, ook niet van de enkelingen, van de gezinnen, evenmin van de volkeren jegens elkander.
Dat kunnen de leerlingen van onze hogere leerjaren op de Lagere School verstaan, dat moet hun onder goede leiding worden bijgebracht.
Ik geloof niet, dat we hun ook maar bij benadering iets bijbrengen van de finesses van al de maatschappelijke verhoudingen. En als leervak zou ik 't op de Lagere School helemaal niet wensen. Bij het voortgezet onderwijs, speciaal ook b.v. bij het Voortgezet Technisch Onderwijs zou er m.i. wel plaats voor zijn. Toch kan ik me weer geen onderwijzer voorstellen, die over het huidige wereldgebeuren niet met z'n 12 of 13 jarige leerlingen zou spreken, met het oog op het sociale leven. Ter voorlichting en ter waarschuwing.
Ik denk aan de gebeurtenissen in Oost-Duitsland van de laatste weken en aan de toestanden in Frankrijk, van vandaag, waar een verschrikkelijke stakingskoorts woedt, waardoor 4 millioen arbeiders zijn aangetast en waardoor zelfs de meest vitale diensten zijn stopgezet.
Uit het maatschappelijke leven zelf zijn aanwijzingen gekomen, om de Lagere School meer met het werkelijke leven rekening te doen houden. Met name heeft men gevraagd om verkeersonderwijs en de school heeft terecht daaraan voldaan. Ook om de kinderen te waarschuwen voor de gevaren van de moderne techniek. Daar is ook geen bezwaar tegen. Alleen als de Staat ook daadwerkelijk gaat ingrijpen en feitelijk iets van het maatschappelijk leven door zijn autoriteit op de school gaat leggen, dan moeten we oppassen. Zonder nu verder daarop in te gaan, noem ik : schoolvoeding, schoolkleding, schoolartsen, schooltandartsen, schoolverpleegsters.
Dat is geen voorbereiding meer voor het maatsohappelijk leven, maar nu komt het maatschappelijk leven in de school en neemt een taak over, die principieel de taak der ouders is. Maar daarover vandaag niet meer.
Bij al de schoolopvoeding voor het sociale leven moeten we niet vergeten, dat er altijd ook nog andere opvoeders zijn, n.l. de wereld buiten de school (de straat met name) en het gezin.
We moeten er wel aan denken, dat heel wat kinderen uit arbeidersgezinnen al aardig wat van de sociale verhoudingen afweten, vooral in zoverre die in geld worden gerealiseerd. Ze weten u al heel wat te vertellen van ongevallenwet, van ziektewet en ziektegeld en zoveel meer. En al naar hun oordeel, dat ze. uitspreken, kun je zien uit welk gezin ze komen en hoe men thuis deze dingen beziet. Het ideaal is, dat huis en school in deze dezelfde normen hebben en dezelfde lijn volgen. Dat is echter lang niet altijd het geval. Ik herinner me nog uit m'n eigen schooljaren, dat we na een flinke vechtpartij met jongens van een andere school, uitgelokt door schelden en gooien hunner zijds, van onze meester een danige reprimande, kregen. Hij wees ons ernstig op het woord van de Heiland, die als Hij gescholden werd niet wederschold en als Hij leed niet dreigde. Toen trad één van de grote jongens naast zijn bank en zei : Meester, m'n moeder heeft gezegd : Je hoeft je kaas niet van je brood te laten halen. — Dat noemde onze meester „het paard achter de wagen spannen".
Waarmee ik maar zeggen wilde, dat er aan de overeenstemming in deze nog al eens wat hapert.
In zo'n geval zou ik de onderwijzer toch wel ernstig willen aanraden om het niet te laten bij een standje aan de betrokken leerling, maar eens met de ouders zelf te praten. Dat is trouwens altijd wel goed. Voor de onderwijzer zelf is het dunkt me van het grootste belang, dat hij zich niet opsluit in een eng kringetje, maar ook staat midden in het volle leven.
Men kan van het personeel onzer scholen niet vergen, dat ze practisch van alle sociale verhoudingen op de hoogte zijn. Daar zou trouwens nogal wat voor nodig zijn. Maar wél, dat ze meeleven met de gezinnen, die midden in het sociale leven staan. En daaraan ontbreekt nog wel wat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's