KERKNIEUWS
Beroepen te
IJsselmuiden L. Vroegindewey te Papendrecht — Kollum (toez.) J. P. de Ridder te Ruinen — Chaam M. G. L. den Boer, cand. te Amsterdam — Wijckel (toez.) D. Kramer te Roden — tot predikant voor buitengewone werkzaamheden (gevangenis-predikant) J. H. W. Warners te Utrecht, voorheen werkzaam in Indonesië — 's-Grevelduin- Capelle P. Bouw te Ridderkerk — Zandvoort R. H. Oldeman, woonachtig te Heemstede, laatstelijk predikant te Santpoort — Goudriaan en te Ottoland (toez.) H. N. van Hensbergen te Schalkwijk — Werkendam (2e pred. pl.) G. Zonnenberg, vicaris aldaar — Mijnsheerenland H. Stauttener cand. te 's-Gravenhage — Rijk (toez.) H. P. Swets, vicaris te Badhoevedorp.
Aangenomen naar
Kollum (toez.) J. P. de Ridder te Ruinen — Hattem (toez.) J. C. v. Nieukerken te Groningen.
Bedankt voor
Dubbeldam (toez.) W. Brinkman te Asperen — Nieuw-Stadskanaal (toez.) S. P. Nijdam te Kampen — Warns G. Zonnenberg, vicaris te Werkendam — voor Kampen H. Harkema te Zeist
Ernst.
Zondag 27 September a.s. hoopt cand. J. Noltes van Wierden zijn intrede te doen in de Ned. Herv. Kerk van Emst des namiddags 2.30 uur, na des morgens om 9.30 uur bevestigd te zijn door ds. H. A. van Slooten van Wierden.
Oosterwijk-Nieuwland.
De gemeenten Oosterwijk en Nieuwland mochten Zondag 30 Augustus j.l. het grote voorrecht smaken weer een eigen herder en leraar te ontvangen in candidaat G. van Esterik van Mourik. Reikhalzend was naar zijn komst uitgezien, want door het traag functioneren van de kerkelijke organen in verband met de combinatie van beide gemeenten was er reeds meer dan een jaar verstreken na de aanneming van de toezegging van het beroep. Doch 30 Augustus was dan eindelijk het heugelijk moment van bevestiging en intrede aangebroken en met blijdschap hief de gemeente bij de aanvang van de bevestiging, welke geleid werd door de oud-vriend ds. C. Batenburg van Hendrik-Ido-Ambacht, Psalm 150: 1 en 2 aan. Het kerkje van Oosterwijk was overvol terwijl in een naburig lokaal gelegenheid was gegeven de dienst te volgen. Als tekst voor de bevestigingspredikatie had ds. Batenburg gekozen Ezechiël 3S : 7 : „Gij nu, o, mensenkind ; Ik heb u tot enen wachter gesteld over het huis Israels, zo zult gij het woord uit Mijnen mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen", daarbij de gemeente bepalende bij drie punten: de roeping tot, de eisen voor en de taak van de wachter. In zijn inleidend woord wees ds. Batenburg er op hoe het woord herder de betekenis omvat van zorg en leraar van onder wijzing doch dat in het woord wachter beide betekenissen zijn opgesloten. Immers wat behoort een wachter té doen. Hij behoort op de uitkijk te staan of er gevaren dreigen en zo no dig groot alarm te maken bij het signaleren van gevaar. Alzo ook de taak van de predikant, hij moet de gemeente wijzen op het zwaard der wrekende gerechtigheid Gods, de mensen wij zen op hun verlorenheid en zonden, doch ook opgeroepen tot bekering en geloof in de Heere Jezus, de Heiland, Die aan het kruis de wreken de gerechtigheid Gods stilde. Doch hoe kan een predikant hieraan voldoen, indien hij niet weet een gezondene te zijn. Niet omdat zijn ouders het zo graag willen enz. doch alleen omdat God de Heere hem riep tot het ambt, mag hem vrij moedigheid geven predikant te zijn. Dan zal hij de verborgen omgang met de Heere moeten ken nen en in die verborgen omgang zal hij het woord uit des Heeren mond horen. Dit is de eis voor de herder en leraar terwijl hij eigen klein heid kennende (mensenkind) de gemeente zal waarschuwen. Na het uitspreken van deze predikatie ging ds. Batenburg over tot de bevestiging van de jonge herder en leraar. Na de handoplegging door de bevestiger en ds. W. Brinkman van Asperen als consulent, zong de gemeente ds. van Esterik Psalm 134: 3 toe. Het was een ontroerend moment de nieuwe leraar geknield te zien liggen. Vervolgens werd ds. van Esterik hartelijk toegesproken door ds. Batenburg, die memoreerde welk een heugelijke dag dit voor hem en zijn familie was. Doch helaas er viel een schaduw op deze dag omdat de moeder van ds. van Esterik dit niet had mogen beleven. Ook bracht ds. Batenburg in herinnering de ontstane vriendschap tijdens diens verblijf in zijn eerste gemeente Eok en Wiel.
Des namiddags verbond ds. van Esterik zich aan zijn nieuwe gemeenten in het kerkgebouw te Nieuwland, hetwelk overvol was terwijl ook in een naburig lokaal weer gelegenheid werd gegeven de dienst te volgen voor de talloos velen die in het kerkgebouw geen plaats hadden weten te bemachtigen. Als intreetekst koos de nieuwe herder en leraar 2 Korinthe 5: 20: „Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege alsof God door ons bade: wij bidden van Christus wege, laat u met God verzoenen!" In een zeer ernstige en toepasselijke predikatie wees ds. van Esterik er op hoe het woord „verzoening" wijst op de aanwezigheid van schuld. Velen willen daarvan niet weten, die spreken louter en alleen over een God van liefde en menen dat als wij geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus het nog wel zal meevallen. Doch wat een zelfbedrog. Een eeuwige rampzaligheid wacht ons daar wij van nature niet anders doen dan kwaad. Wij staan schuldig aan de wet Gods. De heidenen voelen door het brengen van kindoffers jegens hun afgoden nog de noodzaak van verzoening doch vele christenen hebben het woord verzoening uit hun woordenboek ge schrapt. Doch gemeenten van Nieuwland en Oosterwijk „God moet verzoend worden". Hij schiep ons zo dat wij Zijn wet konden houden en God de Heere eist van ons terug wat Hij ons gaf, O, kom dan tot uw Heiland en toef langer niet. Hij is het die redding u biedt. Met deze boodschap kom ik tot u in opdracht van mijn Zender. Neem het mij dan niet kwalijk als ik u scherpelijk daarop moet wijzen. Wat baat het in uw sterven als u sterven moet met een god van eigen makelij. Hoevelen bezitten een valse God. O, gemeente, het gaat om uw eeuwig wel. Kent gij die naam, die Jezus nog niet ? Vlucht tot Hem, voordat gij sterft, tk zal u moeten wijzen op de noodzakelijkheid van wedergeboorte en bekering in prediking en bij huisbezoek. Indien gij geen schuld ziet, vraag dan om ontdekkend licht des Geestes, opdat u bekend wordt gemaakt met uw verlorenheid en zonden. O, dan wordt het een afgesneden zaak, dan is uw toestand hopeloos. Wij kunnen voor God niet bestaan. Maar er heeft een kruis gestaan op Golgotha en aan de voet van dat kruis wordt de schuld en zonden verzoend. Een vertoornd God wordt daar voor Gods kinderen een verzoend Vader. Voor het eigene wil de mens alles geven (David voor Absalom enz.), maar het eigene wil de mens nooit en nimmer geven, doch God de Heere gaf Zijn eigen Zoon voor goddeloze vijanden en zondaren. Nu is het nog genadetijd. Wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen.
Zondaar, zoekt gij rust en vrede. Levenslust én stervensmoed. Niets deelt u de wereld mede. Alles vindt g' aan Jezus voet. Kom, o kom met al uw noden ; Vrede wordt u aangeboden. Vlucht dan, éér gij sterven moet! Met uw zonde aan Jezus' voet. Daar is niemand weggezonden, Die om schuldvergeving bad. Daar heeft ieder heil gevonden. Alles wat hij nodig had. Spoedig is uw tijd voorbij : De Heiland roept nu nog : Kom tot Mij !
Dit hoop ik langs de straten van Nieuwland en Oosterwijk uit te roepen. Onder grote stilte en met diepe ernst werd deze zozeer op het hart gerichte predikatie aangehoord. Er was beslag onder deze predikatie van een rijke Christus voor een arme zondaar, en de toepasselijke weg, waarin deze beide vereend kunnen worden. Na de predikatie werden door ds. Van Esterik de gebruikelij'ke toespraken gehouden, n.l. tot de burgerlijke overheid, de colleges, de bevestiger, de consulent, de talrijke opgekomen vrienden uit Maurik (er was een autobus vol), Sliedrecht, Papendrecht, Breukelen, Neerlangbroek, enz. Speciaal de jeugd werd opgewekt om met haar noden en problemen bij de predikant te komen en Z. Eerw. sprak de hoop uit, dat de studeerkamer een bidvertrek zal mogen zijn. Ook tot zijn vader richtte hij hartelijke woorden, alsmede tot de overige familie. Vervolgens werd de nieuwe herder en leraar toegesproken door de burgemeester, de bevestiger ds. C. Batenburg, de consulent ds. W. Brinkman, de heer Kortlever, uit Papendrecht namens de vele vrienden, en namens de kerkeraden van Oosterwijk en Nieuwland. Toegezongen werd Psalm 20 vers 1. Vol ontroering en diep onder de indruk verlieten de talrijke opgekomenen het kerkgebouw..
Voor de vele blijken van belangstelling op 21 Augustus ontvangen, ter gelegenheid van mijn 55-jarig Ambtsjubileum, betuig ik, mede namens mijne zusters, mijnen hartelijken dank. Psalm 136 vers 1 (onber,) Ds. L. G. BOLKESTEIN, Em. Pred. Rictlaan 40, Ermelo.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's