De nieuwe weg
FEUILLETON
Veivolgveihaal
door J. W. OOMS
, , Praat me niet over onkosten. Wees in 't vervolg verstandiger. En zie mij liever niet aan voor een onderkruiper, voor iemand die proberen wil om een meisje tegen je op te zetten."
„Ze hadden 't me wijsgemaakt, " bekende Arend. , , Ze hebben je zien praten met Martijntje en toen hebben ze me dat gezegd en toen...."
, , Dat klopt wel, " onderbrak Mienema hem. „Ja, dat klopt. Maar het zou ook kunnen, dat ze Martijntje met mij hebben zien praten, als je begrijpt wat ik hiermee bedoel."
Arend wist hier verder niets op te zeggen.
„Ik ga maar weer, "zei hij na een gespannen stilte. , , Ik hoop dat je weer gauw helemaal het ventje ben...
Maar je moet mij geloven dat ik er spijt van heb !"
Mienema wiens linkeroog door het verband werd bedekt, staarde de boerenzoon met het rechteroog nadenkend aan. Toen zei hij :
„Ik geloof je. En dit is het bewijs voor wat ik zeg. ..." Hij nam het briefpapier waarop hij aan het schrijven geweest was en scheurde het doormidden.
Arend Langerak zag dit met verbazing aan, hij wist niet, wat dit te betekenen had.
, , Ik was bezig om een brief aan de politie te schrijven, " zei Mienema. „Ik wilde dit er niet bij laten zitten. Maar je ziet het, de brief gaat in snippers."
Arend werd vuurrood en met bevende stem zei hij :
, , 0, dankje, hoor ! Dankje, dat je 't niet doet! Dankje, dankje !" En met deze woorden verliet hij de barak.
Hij fietste als in een droom terug naar huis, hij voelde, zich van een klemmende angst verlost.
In de buurt van het oude heultje kwam hij Martijntje tegen. Zij was hem al op een paar meter genaderd eer hij er erg in kreeg dat het Martijntje was. Zij was ook op de fiets en ze reed snel.
„Ha, Martijntje !" begroette hij haar verrast, , , Ik heb...." Hij remde krachtig, zodat hij met zijn fiets dwars over de smalle weg kwam te staan. Het was duidelijk dat het haar bedoeling was geweest om door te rijden, doch nu moest ze wel afstappen. Zij grabbelde zenuwachtig in haar stuurtas, haalde er een brief uit, reikte deze Arend toe en zei:
„Die wilde ik straks op de bus gaan gooien, maar nu ik je toch zie hier !"
Aarzelend nam Arend de brief in ontvangst. Er sloeg een bevert door zijn lichaam, want hij wist, wat deze brief betekende. Nu was hij haar opnieuw kwijt. .. .
Arend wilde iets zeggen, maar hij kon een moment het rechte woord niet vinden — en van deze gelegenheid maakte Martijntje snel gebruik om op de fiets te springen en verder te rijden.
Zij ging naar de barakken. Onrust over Mienema had haar doen besluiten om te gaan informeren naar zijn toestand, hoewel zij wist, dat indien haar vader hier kennis van zou krijgen, zij kon rekenen op zijn toom.
Martijntje vroeg aan een werkman, hoe Mienema het maakte.
No. 33
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's