De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HEERE HELPT!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEERE HELPT!

7 minuten leestijd

.......en ik ben geholpen — Psalm 28:7

Het boek der psalmen is de geestelijke apotheek voor al de kinderen des Heeren. Hoe menigmaal heeft de Heere door Zijn Heilige Geest Zijn kind willen troosten door de toepassing van een psalmwoord. Het boek der psalmen is de bijbel in de bijbel, zoals Luther zegt. Ons tekstwoord is genomen uit de 28ste psalm. Een geheel andere psalm, dan de psalm die er aan voorafgaat. In deze psalm vinden wij de zielsuitingen van David, die onder grote druk, zwarigheid en moeilijkheden verkeert. We. zouden zo zeggen : , , Er is niets van de David uit de vorige psalm overgebleven, en toch blijkt het hier zo duidelijk, gelijk Jesaja eens profeteerde, dat Israël van de HEERE niet vergeten zou worden. De Heere denkt aan Zijn volk. Hij helpt hen en redt hen telkens uit. Ook al heeft dat volk Hèm vergeten. Hij vergeet ze niet. In hetgeen David hier van zijn God mag ervaren, ligt een rijke troost. Een troost voor allen, die met Zijn kerk, de verschijning des Heeren hebben liefgekregen. Ja, waarlijk, de Heere leeft en telkenmale ervaren zij de kracht van Zijn dierbaar bloed aan hun hart. Er is kracht, kracht in het bloed van het Lam. Zonder zijn lijden met name te noemen, tekent David ons hier zijn nood. , , Tot U roep ik, Heere, mijn rotssteen, houd U niet als doof van mij af, opdat ik, niet, zo Gij U tegen mij stilhoudt, vergeleken worde met degenen, die in de kuil nederdalen. Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid !"

We merken hier, dat David aan alle kanten wordt aangevallen. Wat kan er een vijandschap op een mens afkomen van buiten en van binnen. Hier is het van buiten. In al deze nood heeft David een bijzonder groot voorrecht. Hij kan zijn nood uitzeggen, neerleggen, misschien wel uitzuchten bij de Heere. Indien dit niet kan, dan is een kind des Heeren tot stikkens toe benauwd. Als de Heere hem niet gedacht, dan zou hij omkomen. De druk kan groot zijn, van alle kanten ingesloten, en als de weg naar boven toegesloten is, wat benauwd ! Maar de Heere helpt hem. Hij mag het tegen de Heere, zijn God, zeggen. Dit verlicht al veel. Voor hem is de hemel niet als van koper. Zijn gebed komt niet terug. Hij heeft ademtocht, ademtocht der ziel. Gods Heilige Geest laat hem ook zien wat het lot is der goddelozen, , , omdat zij niet letten op de daden des Heeren, noch op het werk Zijner handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen".

Wat zien wij dat in onze dagen telkens, hoe plotseling de levensdraad kan worden afgebroken. De mens stort soms ineens in als een bouwvallig geworden huis. Met veel geraas vallen de muren naar eikaar toe. Stof en gruis verspreidt zich. De stofwolk trekt op en de puinhoop ligt nog rokend voor onze ogen neder. De snoevende goddeloze is gevallen van een top van eer, in een afgrond van verwoesting neer. Een snel bederf heeft hem overvallen. Wat zal het dan ontzettend zijn, God te moeten ontmoeten !

Nadat David zo zijn nood heeft uitgeklaagd, mag hij ineens ademhalen. De Heere laat hem zien, wie Hij is voor David. Al zijn de omstandigheden dan nog niet anders, al woedt de vijandschap soms nog feller dan ooit tevoren, de kracht van Zijn dierbaar bloed wordt kennelijk openbaar in het hart. Er is een verborgen ondersteuning. Het is alsof de Heere Zijn hand op ons legt, ons in de holligheid van Zijn machtige hand verbergt en ons beschut. , , Geloofd zij de Heere, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord!" Hij zingt: De Heere is mijn sterkte en mijn schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd en ik ben geholpen.

Wat groot is deze kleine David in dit machtig gezang. Geholpen door de Heere !

Kent gij dit, mijn lezer? Hebt ge ooit de kracht mogen ervaren van de gewisse hulp des Heeren? Onze hulp is in de Naam des Heeren ! Maar hoor nu Mijn knecht Jacob en Israël, die Ik verkoren heb: Zo zegt de Heere, uw Maker en Formeerder van de buik af, die u helpt!

Neen, dit is niet, wat ge helaas wel eens in onze huizen vindt als een tekst aan de wand : Helpt uzelf, zo helpt u God ! Juist daar, waar mij alle hoop ontviel en niemand zorgde voor mijn ziel; juist daar waar wij dachten eeuwig om te komen, werd Zijn hulp ons duidelijk. Werden wij Zijn hulp gewaar, in zielsbenauwdheid en gevaar. Daar, waar wij ontdekt werden dat wij geen grond hadden om te staan, ja, toen wij door Geesteslicht zagen, niet voor de Heere en onszelf te kunnen bestaan en alles tegen ons getuigde, trad Hij in, die van voor de grondlegging der wereld reeds voor ons gezorgd had. Hierin is de liefde, niet dat wij Hem hebben liefgehad, maar dat Hij ons eerst heeft liefgehad. Hier was het dat ik, arme, van alles beroofd, mocht neerzinken op Hem, die mijn Helper is. We zien hier dan ook, dat dit helpen niet alleen is voor de tijd, maar ook voor de eeuwigheid. De Heere helpt volkomen. Zijn helpen is troosten. Zijn helpen is bevrijden.

Gelukkig de mens, die in zijn leven de helpende hand des Heeren gewaar wordt. Velen in onze dagen kunnen gewagen van des Heeren hulp in tijdelijke omstandigheden. Zeker, die hulp was van de Heere. Zij hebben er gedenkstenen opgericht. Ze mogen spreken van Eben-Haëzer, maar zij mogen niet rusten op de gedenktekenen, wèl echter zalven. Het rechte zalven is bekennen : Heere, het is al van U, geschonken aan mij, onwaardige. Het rechte zalven is beleven geholpen te zijn door Hem, die ons, ellendigen, heeft aangezien en hulp heeft willen biên. Zuiken worden bewaard om van hun uitreddingen een grond te maken. Een grond voor de eeuwigheid. Wat zal het dan ontzettend zijn met de weldaden, de uitreddingen, straks eeuwig om te komen ! En hoevelen hebben hun grond in deze weldaden. Gelijk met de negen melaatsen, hebben zij, na de ontvangen weldaad, de Weldoener, de Uithelper vergeten. Er waren geen tranen van oprechte dankerkentenis, geen smeekbede als van een tollenaar. Geklopt werd op de deur des harten door de hulp des Heeren, maar de deur werd niet opengedaan. Doch als wij nu dit alles in- Christus leren aanschouwen : Hij de grond. Hij het fundament, Hij de hulp, Hij de uitredder en uithelper, en dit alles voor mij, de grootste der zondaren aan wie genade is bewezen ! Dan"' behoedt Hij mij voor zelfbedrog, dan bevrijdt Hij mij van het steunen op mijn uitreddingen, dan gaan wij dit alles zien in bijbels licht. Geholpen ben ik, toen ik geen uitkomst meer zag. Geholpen, toen de vijand mij alles ontnam. Geholpen toen de hoge mens zeide : Het is geen werk Gods, er is niets van God bij. Geholpen toen ik als wezenloos was door al die aantijgingen. Daar was het : Hij schenkt mij hulp. Hij redt mij keer op keer !

De helpende Liefde is scherp, soms pijnlijk voor het vlees, maar het is de Liefde, die helpt. Het is de hulp, die vertroost. De troost des Geestes balsemt de wonde en verzacht de pijn, ja, neemt de pijn weg. Hun geeft Hij moed en krachten, die hopend op Zijn bijstand wachten.

Dan klinkt het : God, die helpt in nood, is in Sion groot !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HEERE HELPT!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's