ENKELE VRAGEN VAN DE PSYCHIATER, NEERGELEGD VOOR DE THEOLOOG
Dinsdag j.l. hadden wij een prettige en belangrijke contio onzer predikanten te Utrecht. In de morgenvergadering leidde ds. J. v. d. Velden, Herv. pred. te De Bilt op een uitstekende wijze het niet gemakkelijke onderwerp in : HET VERBOND DER GENADE.
Dit gaf aanleiding tot een zeer geanimeerde discussie, welke ten dele aansloot op de besprekingen ter conferentie in Januari j.l. en hogelijk werd gewaardeerd als inleiding op nader te behandelen vragen.
De referent heeft zich bereid verklaard zijn stuk ter beschikking te stellen van „De Waarheidsvriend".
Des namiddags refereerde dr. du Boeuff, Geneesheer-directeur van „Zon en Schild" over bovenstaand onderwerp.
Niet minder levendig en interessant was de discussie, die hierop volgde en welke ook vragen van theologen aan de psychiater opleverde.
Dr. du Boeuff was zo vriendelijk zijn referaat af te staan, hetwelk wij hier laten volgen :
Zoals gij wellicht weet — en dus verwacht — zou mijn voordracht gaan over de z.g. oordeelsprediking. Ik heb mij in de titel van deze voordracht bewust meer beperkt, ge moogt ook zeggen algemener gehouden.
Ik heb mij bewust meer gedistantieerd en wel om twee redenen. Ten eerste zijn de vragen, die van theologische zijde tot mij kwamen, vooral geboren uit de ten dele onvruchtbare en veel te polemische discussie, die zich in ons land om de z.g. oordeelsprediking heeft geopenbaard na de watersnood in het begin van dit jaar.
En ik wil beginnen met u te zeggen, dat ik mij van deze discussie wil distantiëren, met name, omdat naar mijn mening zich het onvruchtbare van deze discussie uitte in de modulatie van de formulering der aan mij gestelde vragen. Er werd om kort te gaan veel te veel een toejuiching of een veroordeling van mij gevraagd en dan natuurlijk op psychiatrische gronden. Er werd om precieser te zijn gevraagd naar de psychopathologische gevolgen van de oordeelsprediking en anderzijds werd gevraagd, ietwat voorzichtig, misschien te voorzichtig, naar mijn motiveringen wat betreft de onschadelijkheid van deze prediking.
De vorm nu waarin deze, vragen waren gegoten betekent de tweede reden waarom ik meen slechts in distantie het onderwerp te kunnen benaderen.
Er spreekt voor mijn gevoel maar al te duidelijk uit, hoe ver wij nog af zijn van een elkaar begrijpen, van de theoloog en de psychiater. Hoe ver toch liggen zij uiteen, de kernvragen voor de theoloog de oordeelsprediking betreffende en anderzijds wat heeft de psychiatrische problematiek in de grond weinig met deze theologische overwegingen te maken.
Het grootste nadeel van een te vroeg denken dat men elkaar wel begrijpt, van een te dichte benadering van mijn onderwerp, ligt intussen niet in het feit, dat we nu eenmaal met twee verschillende wetenschappen te maken hebben. Ook dat natuurlijk is waar en we doen goed ons dat als eerste houvast maar stevig in de handen te nemen. Veel erger echter is dit nadeel ten opzichte van de mens, die in de veelheid van zijn verschijningsvormen, niet anders dan als een gereduceerd mensbeeld benaderd kan worden, wanneer we te vroeg de handen ineenslaan.
Zoals u wellicht bekend is, schreef ik met dr. Kuiper enkele jaren geleden een boek, waarin ik zeer sterk de nadruk legde op het belang van dit gescheiden optrekken.
Dat dit gescheiden optrekken echter niet zonder meer een garantie is tegen een op 't meest onverwachte tóch weer kruisen van elkanders wegen, bewijst wel de literatuur, die er sindsdien in ons land is verschenen over de verhouding van het werk — zal ik nu maar zeggen — van de psychiater en de theoloog. Weliswaar getuigt deze, literatuur, we moeten het met dankbaarheid constateren, van het inzicht, dat enerzijds het negeren van eikaars standpunt onjuist is, en anderzijds dat vooral een syncretisme doodsgevaarlijk is, maar de wijze waarop deze literatuur deze gescheidenheid nu ontwikkelt, doet telkens toch weer vragen onstaan, vragen, die ik u in deze voordracht toch nog wel eens zou willen voorleggen.
Deze vragen worden opgeworpen, wanneer men een boek leest, dat tracht de predikant duidelijk te maken, wat voor geestesziekten er alzo zijn, met kennelijk toch de bijgedachte : daar moet gij u nu maar verder buiten houden. Ik kan mij voorstellen, dat de pastor zich afvraagt : maar ik word met deze dingen toch geconfronteerd. Als ik deze zieken dan niet als normalen mag aanpakken, hoe moet ik het dan wèl ?
En voorts, deze vragen worden geaccentueerd, wanneer men een boek leest, waarin, o zeker, de neurosen en de psychotherapeutische behandeling daarvan ten zeerste worden aanbevolen, onder meer, teneinde een neurotisch geloof of zelfs het ongeloof te bestrijden, maar waarin toch volkomen het positieve aangrijpingspunt van ziekten wordt genegeerd, waarin de ziekte ergens toch als het ultimum malum wordt gequalificeerd. Hier vraagt de psychiater nu met name toch wel naar meer begrip van zijn werk, naar meer begrip ook van de verschijnselen, die zich in het ziek zijn openbaren. Deze zijn niet alléén maar openbaringen van een malum, maar Gode zij dank zou ik bijna zeggen, toch ook van een bonum. Waar zouden we moeten aangrijpen met onze therapie, als het in ons werk nu alleen maar ging om het opruimen, de bestrijding van een kwaad, hèt kwaad misschien.
En tenslotte, deze vragen blijven ook liggen, wanneer een ander boek nu weer, stellig zeer terecht, en op een voortreffelijke wijze de problematiek van de volwassenheid uiteenzet. Dit boek is ten zeerste opbouwend, vooral in die zin, dat het allerlei verworvenheden van het psychiatrisch-psychologische terrein helder en adaequaat ook voor de theoloog weergeeft. Ik geloof ook stellig, dat dat de meest juiste benaderingswijze van eikaars werk is. Men moet zoveel mogelijk in verstaanbare taal — dat zegt intussen nogal wat — iets van het eigene weergeven en dat nu maar neerleggen voor de ander ; deze moet datgene, wat in de grond wezensvreemd is aan het eigen vak, nu maar trachten te Interpoleren. Allicht zullen er daarbij nieuwe vragen rijzen, maar er ontstaat m.i. aldus een discussie, die hopenlijk in staat zal zijn verwarringen en onbegrip op te helderen, in elk geval in staat zal zijn syncretisme evengoed te vermijden, als een — hoe dan ook — uiteindelijk toch eenzijdig interpreteren van de één door de ander, hetgeen dus neerkomt op een opheffing van het werk van de psychiater door de theoloog of omgekeerd.
Hoewel ik mij dus kan verenigen met de methode, als gevolgd in het reeds genoemde boek over de volwassenheidsproblematiek en ook zal trachten deze methode in mijn voordracht enigszins te volgen, ik zal — ik wil er u direct op voorbereiden — er echter toch ook van afwijken. In dit boek wordt n.l. teveel een statisch beeld gegeven, de dynamiek komt m.i. te weinig ter sprake. Er wordt m.a.w. teveel gezegd zó en zó moet men worden als volwassene, b.v. steeds meer omvattend, of steeds meer eenzaam — autonoom kan men oök zeggen — als volwassen individu de wereld benaderen. Te weinig echter komt ter sprake, hoe deze „groei" zich nu bij het bepaalde individu voltrekt, want alle mensen hebben een eigen historie, maar ook vooral het hele statische beeld der volwassenheid vraagt ook bij ingetreden volwassen-zijn, om een dynamische onderbouw. Dat kan niet alleen een eenvoudige overweging leren, als b.v. het feit, dat z.g. kinderlijke structuren bij allerlei mensen het gehele leven voortduren, zonder dat men deze mensen mag qualificeren als niet volwassen, maar dat leert met name nu het göbied der pathologie, der psychopathologie dan, n.l. dat het meergenoemde beeld der volwassenheid weer verloren kan gaan en ook weer voor herstel vatbaar is. Naar mijn mening is het voor de theoloog zeer belangrijk dit dynamische aspect eveneens te kennen. Daarover zal het dus in mijn betoog gaan en nog eens, ik tracht daarbij zoveel mogelijk op mijn eigen terrein te blijven. Dit is, om nogmaals te herhalen, ook de motivering voor de titel van mijn voordracht ; ik leg u enkele gedachten ter overweging voor en daarbij zal dan meer speciaal de z.g. oordeelsprediking op de korrel worden genomen.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's