EEN DAG, DIE ZEKER KOMT!
„Daarom dat Hij een dag gesteld heelt op welke Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen, door een Man, die Hij daartoe geordineerd, heelt, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft". Handelingen 17 vs. 31.
Paulus spreekt, dit woord op de Areopagus te Athene tot de inwoners van die stad. En dan lezen we bij die gelegenheid, dat de Atheners graag wat nieuws hoorden. Ook dit woord, wat Paulus tot hen sprak, was voor hen wat nieuws. Is het voor ons ook wat nieuws? Als wij Bijbellezers zijn, neen, dan is dat niets nieuws voor ons, dat wereldgericht dat eens zal komen. Op vele plaatsen in de Bijbel staat er van te lezen van dit gericht, als de schapen van de bokken, de tarwe van het onkruid, de goede vissen van de kwade gescheiden zullen worden. We weten het. Houden we er ook rekening mee?
Wat zijn er veel mensen, die nooit of te nimmer aan deze dag denken. Wat zijn er velen, die zoals in de dagen van de apostel spreken of dehken: waar blijft de dag van Zijn toekomst? Alles gaat door, zoals het van de schepping der wereld af gegaan is. Ook zijn die zeggen : alles roept om dat gericht Waarom komt het niet? Wat een ongerechtigheid gebeurt er hier beneden, ' wat eën Godvergetenheid, wat een uitdagen van God. En Gods kind zucht soms in heimwee : Kom, Heere Jezus, ja kom haastiglijk.
En toch, die dag is gesteld, zegt Paulus: Gesteld. Vastgesteld door God. Die dag komt. Komt zeker. Hij kan niet uitblijven. De dag, dat de Heere de aardbodem rechtvaardig zal oordelen. De dag, waarop ge zult zien, dat de straf op de hemeltergende zonde, slechts uitgesteld was. Dat blijken zal dat de zondaar zich een schat van toorn had opgestapeld, die dan zal worden uitbetaald. De dag, dat Gods kinderen elkaar zullen toeroepen: zie, de Bruidegom komt. De dag, dat zal blijken dat er niet alleen een uitgestelde straf is, maar ook een uitgesteld genade-loon. Die dag komt zeker. Dan zal de aardbodem rechtvaardig geoordeeld worden door een Man, die de Heere daartoe geordineerd heeft.
Wie zal dan rechter zijn in dat grote proces? God is de rechter. Reeds tot Abraham spreekt de Heere : zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? En Job, hij roept uit : Mijn Rechter zal ik om genade bidden. En de Psalmdichter zingt :
„God is rechter, die 't beslist. Die als aller oppervoogd, Deez' vernedert, dien verhoogt".
God zelf is dus de rechter. Zo zegt Paulus ook tot de Atheners : God heeft een dag gesteld, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen. God zal dan oordelen, doch niet persoonlijk, maar door een Man, zo staat er, die Hij daartoe ge-ordineerd, aangesteld heeft.
Die Man is Jezus Christus. De Heere Jezus heeft het zelf gezegd, toen Hij nog op aarde was : De Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon overgegeven. En de Gemeente van alle eeuwen belijdt het in de 12 Artikelen dat zij gelooft in Jezus Christus, die gezeten is aan de rechterhand Gods des Almachtigen Vaders, vanwaar Hij komen zal om te oordelen levenden en doden.
Hij komt eens op de wolken des hemels. Gezeten op Zijn grote witte troon, waarvan Johannes spreekt in de Openbaring. En in die troon, in die geweldige vierschaar, zit Jezus Christus als rechter, om de aardbodem te oordelen. Dan niet meer als de Man van smarten, maar als grote rechter. Dan niet in de staat van vernedering, waarin Hij hier op aarde was, maar in majesteit en heerlijkheid. Dan niet meer temidden van een krom en verdraaid geslacht, maar omringd van duizendmaal duizenden en tienduizendmaal tienduizenden. Hij zal dan de Man zijn, die als de grote Rechter een iegelijk zal oordelen naar hetgeen in het leven geschied is, 't zij goed, 't zij kwaad.
En wanneer ge met ernst denkt aan God als uw Rechter, God, die een ontoegankelijk licht bewoont, die u op de gestelde dag door Zijn majesteit zou verblinden, dan komt daarbij bij u misschien de gedachte op : als de grote Rechter nu maar iemand was, die de mens kent, dat hart met al zijn zwakheid kent, zulk een rechter zou er iets van weten, hoe gemakkelijk een mens te verleiden is, die zou in aanmerking nemen hoe gemakkelijk dat hart bezwijkt voor des duivels verzoekingen, die zou medelijden kunnen hebben met onze zwakheden. Maar God, hoe ontzaglijk ver staat Hij van ons mensen af.
Hij staat geheel buiten alle menselijke strijd. Welnu, kan dan dit woord van Paulus, tot de Atheners gesproken, u gerust stellen? Hij zegt dat de Heere zal oordelen door een Man, die Hij daartoe ge-ordineerd, aangesteld heeft. Die Man is Jezus Christus. Een Man, die uit uw wereld genomen is. Een Man die dezelfde strijd heeft doorgemaakt als zo velen. Een Man die ook door de duivel verzocht werd. Een Man die alle zonden van het menselijk hart zo goed kent, omdat Hij zelf ook Mens is. Een Man die met al uw zwakheden medelijden kan hebben. In één woord, een Man, die den broederen in alles gelijk werd, uitgenomen de zonde. Zou dat geen waarborg geven, dat het oordeel dat Hij zal uitspreken, al is het rechtvaardig, toch niet onbarmhartig zal zijn?
Maar die Rechter is behalve Mens, ook God. Alwetend. Niets is voor Hem verborgen. Hij kent uw zonden, als nakomeling van die eerste Adam in het paradijs, waar ge als de zoon des huizes, door eigen schuld de verloren zoon zijt geworden. Hij kent uw zonden, ook uw dadelijke zonden.
Maar nu komt tot ons, zoals tot die Atheners, de roepstem tot bekering. De Heere laat het ons aanzeggen, zoals de Atheners, dat Hij in Christus, de Man die eenmaal zal oordelen, Zijn Vaderhart wil openen, ook voor de diepst gevallene. En als een krachtige, drangreden tot bekering, laat Hij er ook, net als bij die Atheners, aan toevoegen dat er eenmaal een dagvaarding zal zijn door de Rechter van hemel en aarde. Ook u wordt aangezegd, dat Hij op de wolken zal verschijnen, de Man, die God daartoe ge-ordineerd heeft. Dat daar ook u een plaats zal worden aangewezen onder die onafzienbare rijen van mensen. En gij door Hem gesteld zult worden óf aan Zijn rechter- óf aan Zijn linkerhand.
Hij verkondigt u nu nog, misschien morgen niet meer, dat ge u zult bekeren en redding en behoud zoeken in Jezus Christus. Hij vraagt nog heden, misschien morgen niet meer ; Mijn zoon. Mijn dochter, geef Mij uw hart! Bekeert u, want waarom zoudt gij sterven?
De dag komt, komt zéker. Dan zal zij daar staan voor Hem, heel de mensheid, voor Zijn grote witte troon. Een schare, die niemand tellen kan, dan alleen de grote Rechter. De mensheid in haar geheel. Keizers en koningen, maar dan zonder kroon. Staatslieden en geleerden, maar dan zonder titel. Rijken en aanzienlijken, maar dan zonder geld. Ouden en jongen. Armen en rijken. Hogen en lagen. Allen om ge-oordeeld te worden. Ge-oordeeld naar hun werken, hun woorden, hun gedachten.
Alles wordt op die dag openbaar. Uw persoonlijke zonden. De zonden, in het openbaar of in de duisternis bedreven. Het komt alles te staan in het ontdekkend licht van de Man, wiens aangezicht is als de zon, wanneer zij schijnt in haar kracht.
Durft ge het aan op die grote dag? Durft ge het wagen, zonder bedekking, voor die grote witte troon te verschijnen? Schuif die vraag niet van u af, want de gestelde dag komt zéker. God heeft de Man tot rechter ge-ordineerd.
En Paulus voegt er nog aan toe : „Verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden heeft opgewekt". Hij wijst dus daar nog eens op de zekerheid van dat gericht. De Heere Jezus zeide reeds vlak vóór Zijn sterven tot Kajafas : Van nu aan zult gij zien de Zoon des Mensen, zittende ter rechterhand der kracht Gods en komende op de wolken des hemels.
De opstanding was het hegin van Zijn verheerlijking. En na de opstanding ging het naar de hemelvaart. En na de hemelvaart naar het zitten aan Gods rechterhand. En vandaar gaat het naar Zijn wederkomst. De zekerheid van het grote oordeel.
En nu is het maar de vraag, hoe ge die dag, dat oordeel tegengaat.
We lezen, dat daar in Athene, toen zij de rede van Paulus gehoord hadden, sommigen spotten. Spotters, daar hoort ge zeker niet bij, wèl? Maar leeft ge dan misschien zorgeloos voort, alsof God de Heere u niet voor al uw zonden in het gericht zal doen komen? Zijt ge er tevreden mee, voor de mensen een onberispelijk Christen te zijn, terwijl ge misschien in uw hart een heiden zijt? Maakt ge geen ernst met het komende oordeel? Zoek de Heere nog, terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan, terwijl Hij nabij is.
Plaats u eens in gedachten voor die grote witte troon. In dat gericht. Durft ge het aan ? Zegt ge neen ? Moet schaamte uw aangezicht bedekken ? Voelt ge u verloren ? Alleen al als ge denkt aan de zonden van één dag? En dan van heel uw leven! Waar dan heen, om op die vreselijke dag te kunnen bestaan? Zijt ge door Zijn wet te schenden,
„Krom van lenden, Vol van druk, benauwd van hart? "
Wèl, bezorgde ziel, het Evangelie predikt u dat de Rechter van straks, die Man, de Redder is van nu en dat in Zijn bloed zelfs scharlaken zonden worden als sneeuw door de kracht van de vernieuwende Geest.
Het Evangelie predikt u dat de Heere geen lust heeft in uw dood, maar lust heeft u te behouden. De Man die ge-ordineerd ds als Rechter, is ook door de Heere ge-ordineerd als Zaligmaker van zondaren.
Het Evangelie predikt u dat de Heere nog van iets anders verzekering doet dan van het laatste gericht n.l. dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden en dat die tot Hem komt. Hij die geenszins zal uitwerpen.
Hoe groot, als ge, al is het maar bij ogenblikken, weten moogt, van de vrijspraak in het gericht en moogt getuigen : Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.
Dat uw hart dan meer en meer zijn mag een altaar. Niet zoals Paulus dat zag in een der straten van Athene, voor de onbekende God, maar een altaar voor de u bekende, almachtige en eeuwig getrouwe God. Dan zal in het grote gericht dat zeker komt, u het woord van vrijspraak verblijden als een wonder van Gods genade : Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede. En dan in het Koninkrijk des Vaders dat u bereid is van vóór de grondlegging der wereld. Want:
, , A1 't volk, daar 't wreed geweld moet zwichten. Wordt in rechtmatigheid geleid".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's