ONDERWIJS
De Duits-Evangelische Kerk en de School.
In Augustus van dit jaar, of om nauwkeuriger te zijn van 12—16 Augustus is te Hamburg , , de Duits-Evangelische Kerkdag" gehouden. Ter voorbereiding van deze dag werd een boekje uitgegeven : , , Werft euer Vertrauen nicht weg". Hierin wordt de stof voor 7 werkgroepen in 't kort besproken, n.l. : 1. In de kerk, 2. In het gezin, 3. In de politiek. 4. In het werk. 5. In het dorp. 6. In de nederzetting. 7. In de wereldstad.
Werkgroep 2, kreeg ook ter behandeling : de school.
De combinatie : Gezin en School is heel juist en 't is te begrijpen, dat we erg verlangend waren wat er in 't , , Vorbereitungsheft" over geschreven werd. Ten slotte komt in elke vrije samenleving het schoolprobleem aan de orde. 't Is nu maar de vraag, hoe de Duits- Evangelische Kerk dit vraagstuk heeft benaderd. Lees u zelf, ik zal het voor u vertaald laten afdrukken.
Aan wie behoort de School ? Een gevaarlijke vraag.
Geladen met springstof. Daarom is het nodig ze wat minder scherp te stellen, opdat op het gebied der scholen niet strijd van allen tegen allen de beheersende wet zij, maar bruggen naar elkander toe gebouwd worden. Hier moest het niet gaan om aanspraak op bezit, of om een machtsvraag zoals dikwijls genoeg door belangengroepen gesteld is. De Christelijke gemeente kent een andere plicht : Niet slechts eigen recht te zien, maar ook dat van anderen te begrijpen en te respecteren.
Behoort de School aan de Staat ?
Wat zeggen wij daarvan ? Wij zeggen : Jawel, zij behoort ook aan de Staat, Echter niet aan de Staat alleen, maar toch ook aan hem. Dat moeten Evangelische Christenen, zowel ouders als onderwijzers in de verschillende partijen en belangengroepen — en ook de leidende personen in de kerk zien en er de nadruk op leggen.
Zij kunnen dat met een goed geweten doen, want de plicht van de Staat, burgers op te voeden bestaat, zonder tegenspraak, terecht. De Staat heeft het recht en de plicht leerplicht in te voeren. Hij moet de gemeenschappelijke onderwijstaak der school vaststellen en controleren.
Behoort de school aan de onderwijzers ?
Ja, ze behoort ook aan hen, want zij vervullen de opdracht van opvoeding en onderwijs. Zij dragen in de school het grootste deel der verantwoordelijkheid. Zij zijn zoals overigens niemand, met hun ganse leven aan de school verbonden. Zij hebben terwille van hun taak geleden in gewetensconflicten dikwijls met verlies van hun ambt. Juist het onderwijzerscorps van onze generatie heeft na de oorlog, in de wederopbouw van het schoolwezen, iets gepresteerd, wat misschien pas latere geslachten naar waarde kunnen schatten.
Regelmatig eist het beroep van onderwijzer dingen van hem, die niet in een instructie staan. De ouders verwachten natuurlijk, dat de onderwijzer deze buitenambtelijke plichten jegens hun kinderen vervult. Mogen daarom de onderwijzers niet verwachten, dat hun ook een stem in de in- en uitwendige opbouw van het schoolleven wordt toegekend ?
Moeten niet de ouders er naar streven, dat in de organisatie en in de practijk van de overheids-schoolwetgeving en het Rijksschooltoezicht beter dan tot dusver tot uitdrukking komt, dat de onderwijzer niet slechts gewaardeerd wordt als een ambtenaar. De ouders moeten er mee voor zorgen, dat de onderwijzers in vrijheid hun werk kunnen doen zonder druk van de Staat of van partijen.
Behoort de school aan de kerk ?
Ja, zij hehoort ook aan de kerk, omdat daarin haar gedoopte kinderen en onderwijzers leven. Onze, Staat is geheel verwereldlijkt. Hij kan en wil uit zichzelf geen Christelijke opvoeding in-noch doorvoeren. De volmacht tot deze taak heeft alleen de kerk van Christus. Zij draagt de onderwijzers het evangelische onderwijs op. Dat betekent zowel een begrenzing van de Staat als een zelfbegrenzing der Evangelische Kerk, die reeds lang en definitief een geestelijk schooltoezicht afwijst.
Het Evangelie in de school betekent echter nog meer. ledere Staat wordt bedreigd door totalitaire neigingen. Daartegenover is Christus en Zijn Evangelie het laatste 'bolwerk der vrijheid.
Behoort de school aan de wetenschap en aan de belangen der bedrijfsgroepen ?
Ja, ook daaraan behoort ze. De arbeid der school is aangewezen op de inzichten der wetenschap, en hare onderwijzers moeten in de school in gehoorzaamheid tegenover de waarheid staan. De waartieid geweld aandoen betekent in de school het einde der opvoeding. Dat hebben bittere ervaringen met onze generatie geleerd.
En hebben ook niet industrie en handel, vakverenigingen en ibedrijfsorganisaties, ja alle beroepen een zeer ernstig te nemen recht, om aanspraken op de school te laten gelden?
Behoort de school aan de ouders? Ja, zij behoort ook aan hen. Noch de Staat, noch de Kerk, nog welke andere instantie ook, kan de ouders de hun in de eerste plaats door God opgelegde verantwoordelijkheid voor hun kinderen afnemen.
Mijn kinderen? Zijn kinderen.
Namelijk Gods kinderen. Geen belangrijker gebed heeft een Christelijke vader, een Christelijke moeder met het oog op hun kind, dan dit: En geef, dat mijn kind. Uw kind worde ! — omdat Evangelische ouders weten, dat hun kinderen hun daarom door God toevertrouwd zijn, om ze tot Hem te leiden, zo goed als mensen dat maar kunnen. Daarom hebben zij geen keus, dan met zorgvuldigheid zich ook om dat gebied te bekommeren, dat in het leven hunner opgroeiende kinderen de breedste plaats inneemt, n.l. om de school.
De ouders staan voor God verantwoordelijk voor de zielen hunner kinderen. Daarom mogen ouders en onderwijzers niet aarzelen de overal geboden mogelijkheid van verbinding tussen ouders en school, te benutten. Daarom moeten de schoolverordeningen aanspraak en recht op medeverantwoordelijkheid van de ouders voor de school vastleggen. Daarom moeten de ouders door deelname aan en door inzicht in het onderwijs en het schoolleven hunner kinderen, door bezoek aan de oudervergaderingen, door medewerken in de schoolgemeenschap — haar werk, haar feesten en haar vacanties — hun levendige medeverantwoordelijkheid tonen. De ouders mogen daarbij nooit als hulptroepen in school- of staatspolitieke twisten misbruikt worden. Veelmeer moet alle medeverantwoordeijkheid in het werk en alle belangstelling in de school alléén staan in dienst van het kind.
De school behoort weliswaar niet aan het kind, maar ze is er wel om zijnentwil.
Een paar opmerkingen :
1. Velen, ook vele instanties zijn bij de school betrokken, maar 't gaat me te ver, om nu te zeggen, dat de school ook aan hen behoort.
2. Duidelijk is wel naar voren gebracht, dat de ouders in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun kinderen en dat ze daarom ook met de school moeten medewerken en dat de school óók aan hen behoort. Dus zou de leuze moeten luiden : De school óok aan de ouders.
Dat is een stap te weinig. Als de ouders in de eerste plaats de verantwoording voor hun kinderen dragen, dan moeten ze niet als hun taak hebben : medewerken met de school, maar dan moet de school van hen uitgaan en de richting daarvan door hen bepaald worden.
Zuiverder en scherper luidt dus ons parool: De school aan de ouders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's