HERVORMINGSDAG
Met genoegen hebben wij Zaterdag j.l. de vergadering van de Bond van Mannen-verenigingen bijgewoond. Bondsvergadering op de Hervormingsgedenkdag 31 October. De onderwerpen op de agenda wezen dat trouwens wel aan. Om bet erfgoed der Reformatie zo luidde de titel van het openingswoord van ds. A. Vroegindewey. Dr. S. van der Linde gaf een referaat over : Rome en de Reformatie en ds. A. den Hartogh refereerde over : „De reformatorische verwachting van het Koninkrijk Gods in het heden".
De talrijke vragen aan de referenten gesteld gaven een klaar bewijs van de grote belangstelling, waarmede men had geluisterd. Dat is altijd weer een bemoedigende ervaring, hoe onze mensen met gespannen aandacht uren lang zulke theologische betogen en discussies kunnen beluisteren.
Bemoedigend en verheugend omdat dit verraadt, dat wij niet met een dorre en afgeleefde dogmatiek van doen hebben, maar dat de reformatorische belijdenis nog leeft in de harten.
Verheugend ook, omdat critische noten in eigen kring en de roep tot bezinning en gebed niet ontbreken. Zelfgenoegzaamheid is een geestelijk gevaar.
De Reformatie, een machtig gebeuren in de geschiedenis der kerk en niet slechts in de kerk.
Door het geloof alleen ! Dat schijnt soms een leuze. Maar het was een kracht, en het is nog altijd een kracht. Het geloof overwint de wereld. In de Reformatie heeft men dat ervaren, ondanks inquisitie en brandstapel. Houdt Christus Zijne Kerk in stand, zo mag de hel vrij woeden.
Of was het niet zo, dat de ontdekking van het waarachtig geloof naar de leer der apostelen en profeten, niet alleen tot reformatie der kerk heeft geleid, maar ook het aanzien van heel de saamleving heeft veranderd, waar de kracht des geloofs doordrong.
De Reformatie staat daar in de geschiedenis van het Westen als een levend teken van de machtige werking, welke van het Christelijk geloof uitgaat op het leven der volkeren, als de Heilige Geest vaardig wordt. De zegeningen vallen niet alleen op het kerkelijk leven, maar ook het leven van staat en maatschappij ervaart de invloed van de hernieuwende, kracht des geloofs. De heerlijkheid van het Koninkrijk Gods, welke in het hart des volks is opgegaan door de kracht van de Heilige Geest laat de glansen van Zijn heerschappij ook over heel de saamleving schijnen, zodat de trekken der religie daarin worden herkend.
Of is het niet zo, dat ondanks de verschijnselen van voortgaande afval, tot het begin van de twintigste eeuw Gods geboden nog algemeen als norm van goede zeden en fatsoen mochten gelden ?
In welke mate is dan het verval gedurende de laatste generaties toegenomen ! Zelfs zijn er theologen, die door vreemde redeneringen, welke zij aan wijsgerige leringen schijnen te ontlenen, de waarde en betekenis van Gods geboden verkleinen en ondermijnen instede van de gehoorzaamheid te prediken, welke God van de mens vordert.
Hebben zij ongelijk, die er op wijzen, dat het heidendom met zijn afgoderij voor de deur staan, als de Christelijke leer wordt prijsgegeven ?
Welke verwachting kan de moderne mens voor de toekomst Van de cultuur koesteren, indien hij voortgaat zich af te wenden van de Christelijke religie ?
Velen schijnen niet in te zien, dat de Christelijke beschaving op het spel staat en daarmede de cultuur als zodanig. Niet straffeloos wordt de genadegifte Gods versmaad.
Ook van een Christendom, dat gemene zaak maakt met het humanisme in z.g. classieke of moderne geest, is geen verwachting. Het na-oorlogse Christendom, dat door , , vooruitstrevende" geesten wordt voorgestaan, heeft daar wat van en wisselt de waarachtige goederen van het Evangelie in voor wat schijn en illusie is.
Het merkwaardigste verschijnsel van deze tijd is een , , Christendom" dat de Christelijke waarheid in de Heilige Schrift verscholen wil hebben in een spinsel van mythen als een rups in een cocon, en haar te voorschijn wil brengen door de Bijbel te ontdoen van alles wat het voor mythe houdt.
Zo heidens de mythe is, zo heidens ziet blijkbaar volgens deze geesten het „ingeweven Christendom" er uit. En wat zij dan voortbrengen wordt als het Christendom voor de moderne mens aangediend, pasklaar gemaakt naar de eisen des tijds.
Kijk, zulk een Christendom kan geen verwachting geven voor de toekomst. Zulk een Christendom kan geen nieuwe cultuurkracht geven, omdat het ontkennend staat Tegenover de Godsopenbaring, waaruit het waarachtig Christelijk geloof leeft. Het heeft geen oog voor de onveranderlijke waarheid van de openbaring der goddelijke barmhartigheid en verloochent de Christus der Schriften.
Er is een modern , , Christendom" dat aan die goddelijke barmhartigheid ook geen behoefte heeft, omdat het van zonde, van ongerechtigheid en van oordeel niet weten wil.
Het schijn wel, dat wij met ons ouderwetse Christendom en dus met het geloof onzer belijdenis, de belijdenis der kerk, een beetje verlegen komen te staan tegenover zelfs de kerkelijke wereld van onze tijd. ", ,
Of is de kerkelijke wereld van onze tijd misschien een beetje verlegen met de kerkelijke belijdenis, waarmede zij n.b. gemeenschap betuigt ?
Het is toch de belijdenis der Reformatie ! De belijdenis van de kerk, die God onder het Pausdom had bewaard, die zegevierend te voorschijn kwam, de belijdenis van de rechtvaardiging door het geloof alleen, van een geloof, dat zijn wereldoverwinnende kracht in de geschiedenis der volkeren heeft doen zien.
Om welke reden zou men datzelfde geloof, diezelfde belijdenis thans eigenlijk niet aanhangen, niet prediken ?
Zijn de kerkelijke machthebbers die dat — om welke redenen dan ook — niet willen of niet kunnen bevorderen, eigenlijk niet bezig de reformatie te liquideren ? Zijn zij althans niet bezig haar in te ruilen voor enige algemene waarheden waarmede Rooms en Remonstrant kunnen instemmen ?
De tekenen zijn er !
Maar men dient wel te bedenken, dat prijsgeven van de reformatorische belijdenis, en dat nog wel op de meest centrale stukken van Protestants belijden, betekent een terugvallen op Rome of — ten spijt van alle ijver voor het z.g. apostolaat — een overgeven aan het moderne heidendom.
Nog eens de tekenen zijn er !
De leiding der kerk wil zo gaarne wijzen op de verantwoordelijkheid van allen, en op de verantwoordelijkheid voor elkander — het is te wensen, dat zij de hare niet licht achte.
En allen, die hartelijk verbonden zijn aan de belijdenis der Reformatie, mogen een toevlucht zoeken in het gebed tot de Koning der Kerk. Dat zij de noden van het kerkelijk leven niet verzuimen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's