BRIEF AAN MIJN VRIEND TE MEERSTAD
Zuidstad, 24 October 1953.
Beste Jan,
Wat is het toch moeilijk aan het schrijven van een brief toe te komen. Nu heb je dit te doen en dan weer dat. Je denkt bij jezelf : dit moest ik toch eens even schrijven en daar wil ik de aandacht op vestigen, maar de tijd gaat voorbij en het gebeurt niet. Niet dat dit nu zulke belangrijke dingen zijn, waar ik je over schrijf, soms misschien wel, maar heel vaak ook niet. Maar je wilt toch wel eens een praatje, noem het voor mijn part een kletspraatje maken over dingen, die je aandacht trokken.
Je weet, dat mijn oudste spruit de wapenrok draagt. Je begrijpt, dat dit mij als oud-soldaat nog wel interesseert, omdat ik zelf ook een en andermaal onder dienst ben geweest. Onwillekeurig vergelijk je eens hoe het in mijn tijd was en hoe het nu is. Daarvoor had ik een goede gelegenheid, toen ik een uitnodiging kreeg om de ouderdag bij te wonen. Deze instelling bestond nog niet in onze tijd. Nu worden, wanneer de recruten na ongeveer twee maanden hun eerste opleiding achter de rug hebben de ouders uitgenodigd de kazerne te bezoeken en daar een dag te vertoeven. Het begon 's morgens met een kop koffie. Vervolgens trad de gehele groep aan en werd door de regimentscommandant aan het peleton, dat de beste vorderingen gemaakt had een erevlag uitgereikt. Toespraken werden gehouden door bedoelde commandant, de aalmoezenier en de veldprediker. Daarna vond de parade plaats, 's Middags werd het middageten gebruikt in een grote garage. Alles was goed geregeld en verliep heel vlot. Dat is natuurlijk geen geringe zaak, daar het aantal eters zeker de duizend overtrof. Na de maaltijd woonden we een theorieles over wapenleer bij op een kamer. Het bleek me al spoedig, dat de wapens vergeleken met die in mijn tijd, totaal veranderd zijn. Slechts enige namen zijn nog gelijkluidend, maar daar is ook alles mee gezegd. De middag werd verder nog gevuld met een gymnastiekdemonstratie en een paar sportwedstrijden. Tot besluit een kopje thee en toen konden de zonen met hun ouders of familieleden met verlof huiswaarts gaan.
Ik ben deze dag wel zeer overtuigd geworden van het nut van deze instelling. Ik acht het een zeer wijs besluit van de legerleiding om op deze wijze het leger en de militaire opleiding dichter bij de burgerij te brengen. Onwillekeurig gingen mijn gedachten uit naar mijn eigen diensttijd. Toen was het de tijd van , , geen man en geen cent" bij de S.D.A.P., de tijd van de gebroken geweertjes. Hoe velen vonden het legerk toen een overbodige zaak ! De Volkenbond zou de vrede wel bewaren ! En hoevele principiële bezwaren werden ook toen niet tegen het militaire apparaat ingebracht ! Alleen het valt me op, dat er op dit punt weinig nieuws onder de zon is, want dezelfde argumenten kom ik tegenwoordig ook nog wel eens tegen, maar dan moeten zij een gloednieuwe indruk maken als geldende voor de huidige bijzondere tijd, waarin wij leven. Je begrijpt, dat ik wel eens bij me zelf moet glimlachen, als zulke ou de kost weer als het nieuwste opgediend. wordt
De tegenstelling is wel zeer opvallend tussen toen en nu. Toen was het leger weinig populair, de overheid wist er bijna geen geld voor los te krijgen. Nu ziet het overgrote deel der burgerij de noodzakelijkheid er van in en worden ontzagwekkende bedragen voor de defensie beschikbaar gesteld.
Toch is er een ding, dat m.i. in die oude tijd beter geregeld was dan thans. In onze tijd kon men iedere week 24 uur verlof krijgen d.w.z. Zaterdagmiddag weg en Zondagavond, maar eens in de maand kreeg men 36 uur d.w.z. Zaterdagmiddag weg en Maandagmorgen terug. Iemand, die er bezwaar tegen had des Zondags te reizen, kon eens per maand naar huis, zonder zijn geweten geweld aan te doen. Thans kent men gedurende de opleiding slechts het verlof van 24 uur met aan het eind van de eerste twee maanden vier dagen verlof. Evenzo slechts 24 uur totdat men bij het oorlogsonderdeel wordt ingelijfd. Voor deze laatste periode is thans een nieuwe regeling afgekomen : slechts eens per twee weken met verlof en dan van Zaterdagmiddag tot Maandagavond. Dit moge niet prettig zijn en wel noodzakelijk vanwege de paraatheid van het leger : een lichtzijde is, dat aan de principiële bezwaren wordt tegemoet gekomen. Het zou te wensen zijn, dat de legerleiding ook nog aan de blijvende bezwaren tegemoet kwam. Ik zie niet in, waarom er geen regeling zou getroffen kunnen worden, die aan deze bezwaren tegemoet komen. Men zou m.i. de jongens Maandagmorgen kunnen laten terugkomen en dan de verloren tijd des avonds inhalen. Het ware te wensen, dat hierop de aandacht van de bevoegde autoriteiten eens gevestigd werd.
In de laatste tijd was ik ook nog aanwezig bij de inzegening van een R. K. schoolgebouw en de opening er van. Ik zal je daar nu geen uitvoerig verslag van geven, maar wil je alleen een paar staaltjes geven van de positie, die de heiligen in het R.K. godsdienstig leven innemen. Ik volg maar even het verslag in ons plaatselijk blad': Dan volgde het tweede gedeelte van de inzegening toen onder het zingen van het Asperges Met de bisschop de gehele voorgevel van het gebouw met wijwater zegende en nadat hij gebeden had : , , Heilige Heer, almachtige Vader, op voorspraak van de heiligen Ignatius en Aloijsius zegen dit huis, zegen onze intrede, zegen het binnengaan onzer voeten, gelijk Gij het huis der aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob hebt willen zegenen", betraden de leerlingen het gebouw, daarna de leraren en de genodigden en tenslotte de Bisschop en zijn assistenten, om zich te begeven naar de aula, waar de Bisschop met wijwater en wierook de zaal zegenend rondging, waar hij onder het bidden van , , Heer, plaats het teken van Uw heil op dit huis en laat er de verderfengel niet binnenkomen" een kruisbeeld aan de muur hing.
De openingsrede werd door de R.K. spreekster besloten met de woorden : Moge dit gebouw staan onder de hoge bescherming van de , , Zetel der Wijsheid" wier geboorte wij vandaag vieren. Moge Moeder Maria hier ten troon zitten en veel wijsheid schenken aan leraren en leerlingen. Met deze bede verklaar ik graag de school voor geopend.
Met de-Hervormingsdag in zicht worden wij hier toch wel nadrukkelijk bepaald bij de diepe kloof, die er tussen de hervorming en de R.K. Kerk gaapt. Hoe is het mogelijk, dat heiligen, die zelf van genade hebben moeten leven onze voorspraak zouden kunnen zijn bij God. De Schrift leert ons, dat Jezus Christus de enige Voorspraak is bij God de Vaderen niemand anders. Hoe is het mogelijk dat Moeder Maria wijsheid zou kunnen schenken aan mensenkinderen, terwijl zij zelve alleen wijsheid kon ontvangen van God en Deze de enige Bron is, van Wien enige wijsheid op aarde kan nederdalen. Zo zien wij, hoe binnen Rome de deugden van de drie Personen in het Goddelijk Wezen verduisterd worden door het invoeren van de heiligen en Maria in een positie, die de Schrift ons niet leert.
Doch voor ditmaal genoeg, je hebt hier weer een en ander om over na te denken.
Met onze hartelijke groeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's