De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal
door J. W. OOMS
, , U wilt me spreken Dat kan. Is het persoonlijk, of in verband met de uitvoering van dit project ? " vroeg hij.
, , Persoonlijk natuurlijk ! En dat weet jij ook best!" beet Kooijman hem toe. Mienema.zei :
, , Laten we dan liever een eindje oplopen."
Zijn collega's bleven belangstellend toekijken, toen Mienema en de boer zich verwijderden. Plotseling gaf één der collega's op luide toon Mienema de raad om het mes gereed te houden ter verdediging.
, , Je bent al genoeg beschadigd door die boerenkinkel met dat hoefijzer. Wie weet, wat deze inboorling weer van plan is. Kijk dus uit, Mienema !"
De opzichters grinnikten luid, maar Kooijman werd bleek van woede. Hij keerde zich om en beet de mannen toe: , , 't Is mijn aard niet om gekke dingen te doen ! Ik wou, dat jullie ook zo'n aard hadden !"
, , Geen verkapte beledigingen alsjeblieft !"
, , Ik beledig niet. Ik spreek de waarheid. Jullie hadden hier niet moeten komen !"
, , 0, is het dat ! Dus wéér een opstandige boer, die geen liefhebberij heeft in de prachtige weg, die wij aanleggen! Man, dan moet je niet bij ons zijn, maar in Den Haag."
Kooijman luisterde al niet meer naar hun woorden. Hij wendde zich nu tot Mienema.' - • , -
, , Je moet mijn dochter niet nalopen, " zei hij hard. , , Ik ben er bar op tegen. Martijntje zal van mij en van d'r moeder nooit toestemming krijgen. Nooit zal jij een voet over mijn drempel zetten !"
Mienema keek hem ernstig aan.
, , Ik ben niet gewend om van kennismakingen een spel te maken, " zei hij. , , Het is goed, als wij weten, wat we aan elkaar hebben. U hebt het volste recht om bezwaren tegen mij te hebben. Ik kan het verdragen als u die ronduit tegen mij zegt. Maar ik voel mij bijzonder tot Martijntje aangetrokken en ik geloof niet, dat het verkeerd is, als wij elkaar nader willen leren kennen. U kunt het mij kwalijk nemen, dat ik nog niet bij u geweest ben om uw toestemming te vragen "
, , Je komt niet op mijn erf !" , , Ik had al willen komen, want ik houd er niet van om in 't verdokene omgang met een meisje te hebben. Maar omdat Martijntje met alle geweld wilde, dat ik er nog even mee wachten zou, ben ik nog niet bij u geweest."
, , Jij hoeft nooit bij mij te komen ! Ik wil het niet !"
, , Misschien gaat u er anders over denken, " zei Mienema zacht. , , Dat hoop ik van ganser harte."
, , Nooit ! Nooit van z'n leven ! Ik wil dat Martijntje in de boerenstand blijft ! Jullie zijn hier gekomen om de boerenstand tégen te werken, want die nieuwe weg is uit den boze !"
, , Daar is over te praten, " zei Mienema rustig. , , Ik weet wel ten naaste en bij, hoe hier over deze verkeersweg gedacht wordt. Maar al was het zo, dat die weg hier beter niet had kunnen komen wel, ik ben maar opzichter en ik moet dus doen, wat mijn baas zegt."
, , Afijn, " zei Kooijman, die ook nu weer voelde, dat hij eigenlijk machteloos stond, , , ik wil niet hebben, dat jij mijn dochter naloopt. En als je 't niet laat als je 't niet laat, ben je nog niet klaar met mij !"
Bart slikte een paar keer — en ineens wist hij niet meer, wat hij nog meer zou moeten zeggen. Daarom draaide hij zich met een ruk om en liep driftig weg.
No. 42
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's