ONVEILIG SEIN!
III.
Thans de IIIe vraag. U weet, dat aan de Synode gevraagd was, duidelijk uit te spreken, of zij niet van mening was, dat dienaren des Woords, indien zij afwijken van de belijdenis der Kerk, naar kerkelijke orde en fatsoen zich te onthouden hebben van uitingen in hun ambtsbediening of van publicaties in de pers, zolang de Kerk zich over hun gravamen niet heeft uitgesproken ? Gevraagd zijnde naar haar gevoelen, heeft de Synode een antwoord gegeven, dat weer twee-zijdig is, want voorzichtige bekendmaking wil zij niet verboden hebben, maar propaganda acht zij niet wenselijk.
Het antwoord is merkwaardig en diplomatiek. In de eerste plaats verklaart de Synode: „Indien ambtsdragers der Kerk, bepaalde, duidelijke bezwaren tegen hoofdzaken der belijdenis hebben, zullen zij met het oog op hun herderlijke verantwoordelijkheid voor de gemeenten, bij het bekendmaken daarvan en spreken daarover voorzichtigheid moeten betrachten". (De cursiveringen zijn van ons). Wat zijn die hoofdzaken ? De belijdenis is een organisch geheel. Men zegge niet te spoedig, dat een bepaalde sector der belijdenis, b.v. aangaande het Heilig Avondmaal, geen hoofdzaak is. Maar dit terzijde gesteld hebbende, achten wij dit het bedenkelijke, dat de Synode in feite geen bezwaar maakt, wanneer de dienaar dés Woords in oppositie nog wel van een hoofdzaak der belijdenis, daarover spreekt en schrijft en er dus publiciteit aan geeft, mits hij dit , voorichtig" doe. Met , , voorzichtigheid" mag men er in de Kerk dus voor uitkomen, dat men afwijkt van de belijdenis ! En dat — terwille van de , , herderlijke verantwoordelijkheid jegens de gemeenten". De Synode erkent dus ook, dat hier gevaren liggen van grote afmeting — want het gaat om , , hoofdzaken" van het Christelijk geloof ! Maar bedenkt de Synode wel genoeg, hoe, groot de geestelijke schade kan zijn, die door al dit gespreek en geschrijf wordt aangericht! , , Voorzichtigheid" dus in de aantasting der belijdenis, die zolang niet duidelijk bleek, dat het beroep op Gods Woord ontvankelijk behoorde te worden verklaard, nog ten volle rechtsgeldigheid had. Nu nog mooier ! Waarom toch permissie verleend onder voorwaarde van voorzichtigheid ? Om de dwaling, die met fluwelen voeten komt, althans bij de eenvoudigen, niet zo herkenbaar te maken? Maar de halve bestrijders van het Christelijk geloof, b.v. de Ariaanse „Groningers" uit de 19e eeuw hebben de gemeente misschien met hun zogenaamd , , bijbels" verzet tegen de III Formulieren meer kwaad gedaan dan de modernen, die hun afwijkingen meest ruiterlijk hebben voorgedragen, zodat de gemeente niet in slaap gesust werd. Juist het , , voorzichtig" voordragen van de afwijking is zo gevaarlijk.
Dachten de , , vaderen", wier , , religie" aan de opstellers van het antwoord zo sympathiek is, er soms anders over ? Zeker, want dezen eisten instemming met de belijdenis van al hun ambtsdragers, , , zonder iets tegen deze leer, openlijk of heimelijk, direct of indirect, te leren of te schrijven". (Hooyer, Ondert. Formulieren, p. 444).
Het doet ons leed, dat ook hier de gereformeerde lijn verlaten blijkt door hen, die de religie der belijdenis der vaderen zeggen te delen.
Want wat is het geval? Ongetwijfeld is men zich ter Synode bewust van de bezwaren van een spreken en schrijven, indruisend tegen hoofdzaken der belijdenis. Daarom spreekt zij ook van de , , herderlijke verantwoordelijkheid". De Synode is blijkbaar evengoed als wij op de hoogte van de heilloze verwarring, gesticht door predikers, die de heiligste waarheden van het Christelijk geloof hebben verloochend. Had haar dit moeten zijn tot een compas? Had ze nu niet radicaal moeten zijn en het dodelijk gevaar ingezien hebbende, haar antwoord daarnaar hebben moeten inrichten?
Dit doet zij echter niet. In zoverre is haar houding feitelijk niet veel anders dan die van de Synode van 1816. Ook die , , Synode" liet toe, dat er ketterijen verbreid werden door hen, die toch beloofd hadden de belijdenis te zullen handhaven. En toch : aan de Synode van 1816 was „wezen en hoofdzaak", naar haar zeggen, o zo dierbaar !
Maar zij liet toe en bevorderde, dat allerlei ongoddelijke leer van bureau ministre en katheder alle den volke verkondigd werd! Met dien verstande zelfs, dat niet de wérkelijke verstoorders van de vrede van Jeruzalem, maar zij, die tegen de verkrachting der belijdenis protest aantekenden om Christus' wil, als , , rustverstoorders" werden gebrandmerkt. De historie onzer Hervormde Kerk is in vele opzichten met bloed en tranen beschreven, maar een van de ergste dingen van de jaren na 1816 is het door-en-door onwaarachtige van de gekroonde kerkvorsten dier periode, die ten koste van een kerkvolk, dat nog beefde voor Gods Woord, ja, ten koste van de Waarheid Gods zelve, niet de waarheid, maar de leugen hebben bevorderd en dat, om de , , rust" te bewaren, gelijk men dit noemde.
Hoeveel zijn wij nu Anno 1953 vooruitgegaan? Aan de goede bedoeling van de Synode twijfelen wij niet. Maar wat zijn de consequenties? Mag men b.v. de duidelijkheid en algenoegzaamheid" van de Heilige Schrift in twijfel trekken — mits men het doe met voorzichtigheid ? Of de persoonlijkheid van de H. Geest — mits met voorzichtigheid ? Of de lichamelijke opstanding van de Zaligmaker — mits met voorzichtigheid? U kunt deze reeks voortzetten naar believe. Daarom hadden wij zo gaarne van déze Synode een ondubbelzinnig antwoord gehoord.
En wanneer de Synode voorts opmerkt, dat , , voor de rechte behandeling van een gravamen een voorbereidende bespreking ervan in samenkomsten en in de pers onontbeerlijk , , schijnt", maar daarbij tevens opmerkt dat dit dan „met terughoudendheid zal moeten geschieden en de bezwaarden zich vóór het eindoordeel der Kerk van propaganda zullen hebben te onthouden", dan is in dit antwoord de ene voorzichtige formulering aan de andere gekoppeld. Doch wij vragen : Wat is het onderscheid van propaganda en bekendmaking van een afwijkende mening? Is „propaganda" meer werkend met open vizier? Wil men dat voorkomen? De afwijkingen zullen voor deze barrière geen halt maken. Uit de aard der zaak zoekt ieder, die bekendheid geeft aan zijn gevoelens, daarvoor aanhangers. Wat is dit anders dan propaganda?
De ware voorzichtigheid, die de Synode had moeten leiden, had o.i., waar immers het heil der zielen bij de pastorale verzorging op het spel staat — gelijk de Synode zelf toegeeft — haar moeten brengen tot een beslist positiekiezen. Daarom kunnen wij ons met haar formulering niet verenigen. Nochtans constateren wij, dat over de hele linie telkens weer en dus thans reeds propaganda gemaakt wordt èn van de kansel èn in geschrift, zónder dat men een gravamen indient.
Waar de Synode nu het parool geeft: Geen propaganda !, willen wij gaarne afwachten, hoe zij zich weldra voorstelt, deze propaganda tegen de hoofdzaken der belijdenis, welke van de daken verkondigd wordt, kerkrechterlijk onmogelijk te helpen maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's