HET HART DER KERK
Het is bekend, dat Calvijn de leer der praedestinatie het hart der kerk heeft genoemd. Het beeld is duidelijk. Daarbij mag worden opgemerkt, dat de reformatoren het eens waren in het stuk der praedestinatie. Wij denken aan Luthers „de servo arbitrio", over de slaafse wil, en aan Zwingli's werk over de , , Voorzienigheid".
Volkomen terecht heeft men daarom van de „centraaldogmen" van het Protestantisme gesproken, doelende op de praedestinatie en wat daarmede samenhangt.
Het is ook bekend, dat eigenlijk van meet af aan het leerstuk der praedestinatie is getornd. In de Lutherse kerk heeft het al heel spoedig bestrijding gevonden. Allengs heeft het sacramentalisme aldaar post gevat, het deelgenootschap aan het heil werd verbonden aan het gebruik der sacramenten. Op die, wijze kon een verband gelegd worden tussen de praedestinatie en het gebruik van het sacrament.
Men kan zich dan verbeelden, dat de ergernis is weggenomen van het stuk der verwerping. De kerk wordt als een ziekenhuis beschouwd en over het stuk der verwerping denkt men niet meer. Men heeft zich gestoten aan de uitdrukking : „massa perditionis", de menigte des verderfs, maar de millioenen nu, die niet in het ziekenhuis komen en het gebruik der sacramenten derven ? ?
De Dordtse Synode is opgekomen voor de leer der praedestinatie, toen deze heftig werd bestreden, en zij is niet de laatste Synode geweest, die haar heeft verdedigd, doch de geschiedenis leert, dat ook het gereformeerde protestantisme in de tweede helft van de 17e eeuw op dit punt — en daarin niet alleen — begon te verslappen.
De invloed van de Duitse theologie van de 19e eeuw heeft voorts weinig kunnen bijdragen tot versterking van de leer der praedestinatie wegens de zoeven getekende gang van zaken in het Lutheranisme.
Het is dan ook niet het minst te wijten aan die invloed, dat aan het leerstuk wordt getornd door de z.g. middenorthodoxie, welke haar verwantschap met Arminius openlijk betuigt, en door haar geestverwanten.
Uit dien hoofde is het in zekere zin verheugend, dat de Persschouwer van het (officieel) orgaan voor het kerkewerk : Woord en Dienst", d.d. 7 November, de aandacht heeft willen vestigen op hetgeen de Waarheidsvriend in de laatste weken in verband met dit onderwerp heeft geschreven. Het is zelfs bemoedigend, dat deze Persschouwer het van belang acht, hoewel de eigenaardige toevoeging als , , symptoom van een behandeling van het vraagstuk der uitverkiezing, waarin de resultaten van exegetische en dogmatische arbeid in onze eeuw afgewezen worden" weer niet zoveel belovend is, tenzij het een beetje onbedachtzaam is neergeschreven.
De Persschouwer! spreekt van het vraagstuk der uitverkiezing en niet van het leerstuk. Het staat n.l. nog altijd in de belijdenis der kerk. De leer der praedestinatie is kerkelijk dogma !
Wie spreekt van vraagstuk stelt zich aan de kant dergenen, die dit kerkelijk dogma niet erkennen en klaarblijkelijk ook het oog sluiten voor het gezag van het kerkelijk dogma. In zoverre heeft deze scribent reeds stelling genomen tegen het leerstuk.
Op welke gronden ?
Dat staat er niet bij, maar hij schijnt zijn standpunt te willen verdedigen op gronden, welke hij meent te kunnen ontlenen „aan de resultaten van exegetische en dogmatische arbeid in onze eeuw".
Dat ziet er nog al geleerd uit, al heeft onze eeuw niet weinig geprofeteerd uit een geest, die meer wijsgerig dan theologisch geschoold was. Dat kan vooral blijken uit zijn z.g. dogmatische arbeid, waarbij het begrip dogma soms geheel en al werd ontledigd van zijn oorspronkelijk karakter. Daarom kan veel onder dogmatische arbeid worden genoemd, hetwelk aan het kerkelijk dogma en zijn gezag vreemd blijft. Het dogma toch ligt in de confessie. Het leeft in het geloof van de kerkelijke gemeenschap, welke die confessie als de hare omhelst.
Zulk een dogma tot probleem maken is waarlijk nog geen dogmatische arbeid.
Met de exegese ligt het een weinig anders, maar ook deze kan worden beheerst door veronderstellingen, die niet de minste verwantschap hebben met het kerkelijk Schriftgeloof en in een geheel andere sfeer liggen. De geschiedenis, ook van onze eeuw, vertoont daarvan voorbeelden, die frappant mogen heten.
Doch mogelijk heeft deze Persschouwer het oog op een beweren in onze tijd, dat zich met name tegen de leer der verwerping stelt, omdat deze door de Schrift niet zou geleerd worden !
Het is waar, het woord verwerping komt in de Schrift niet voor en dat is waarlijk wel eerder bekend geweest. Dat kan echter als zodanig geen grond zijn om te zeggen, dat de leer der verwerping onschriftuurlijk is, en daarom moet worden bestreden.
Men zou eerst moeten aantonen, dat de verwerping ook zakelijk niet in de Schrift wordt gevonden en dat zal men bezwaarlijk kunnen volbrengen.
Het kan daarom zijn nut hebben nog wat nader op dit punt in te gaan en aan te tonen, dat de Schrift zich over een en ander sterker uitspreekt dan de belijdenisgeschriften.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's